Ga naar de inhoud

Niet lullen maar hakken

Het was halverwege de jaren ’90, en in mijn bovenbouwklas van Jenaplan-basisschool De Blijberg mocht in de middagpauze muziek gedraaid worden op de aftandse ghettoblaster in de hoek van het klaslokaal. Leuk natuurlijk, maar het zadelde de overblijfjuf wel op met de rol van onderhandelaar tussen de diverse 10-, 11- en 12-jarigen die stonden te trappelen met een casettebandje in hun handen. De strijd was steeds hetzelfde: de gabbers tegen de alto’s, dj Paul tegen Nirvana. Het altokamp delfde meestal het onderspit, want we waren maar met z’n drieën, terwijl de gabbers de halve klas achter zich hadden. Diepe haat voelde ik toen tegen de gabbermuziek.
Zo zal iedere Rotterdammer uit die tijd herinneringen hebben aan gabber hebben. Je kon er in de jaren ’90 simpelweg niet omheen.

Gabberbitches
Gabberbitches

De specifieke housestroming die uiteindelijk gabber zou gaan heten ontstond in Rotterdam, en dat was geen toeval. Aan het einde van de jaren ’80 was de house op internationaal niveau doorgebroken naar het grote publiek. Het was de tijd van grote extravagante feesten waar, met wat chemische hulp, in een hippieachtige sfeer de liefde en tolerantie werden gevierd. Niet voor niets werd 1988 omgedoopt tot een tweede ‘summer of love’.
In Nederland was op dat moment Amsterdam de plek waar het gebeurde qua house. Op de feesten werden voornamelijk de vriendelijke, melodieuze mellow- en clubhouse gedraaid. Maar niet iedereen voelde zich daar bij thuis. Jongeren, die na een week hard werken helemaal los wilden gaan, gingen op zoek naar iets wat harder en sneller was. Minder artistiek en flamboyant; terug naar de basis.
Rotterdam was daar de perfecte plek voor. In de stad waarvan bewoners zich graag profileren als nuchter en hardwerkend ontstond een variant op house die ontdaan was van alle opsmuk en een snoeiharde vierkwartsmaat bevatte als recalcitrantie tegen de Amsterdamse arrogantie. Er wordt zelfs beweerd dat de geschiedenis van de naoorlogse wederopbouw weerklinkt in de muziek, en wie naast een bouwput staat waar geheid wordt zal het niet moeilijk vinden die associatie te maken.
Gabber was kaal, heftig en rauw in al zijn verschijningsvormen. De kleding van de gabber voldeed aan een aantal simpele richtlijnen en was ondergeschikt aan de beleving van de muziek. Zij droegen een Australian-trainingspak en Nike Air-gympen omdat je daar het lekkerst en het langst in kon dansen, excuus, hakken. Het hoofd was kaal of opgeschoren zodat je naar je kapsel ook geen omkijken had als het zweet langs je slapen gutste tijdens de urenlange feesten.
Alles bij elkaar leverde dat een uiterlijk op wat vaak als agressief of eng geïnterpreteerd werd. Die associates zijn onlosmakelijk verbonden aan een tegencultuur, waarin het essentieel is om anders te zijn dan de geldende norm. Zie ook de punk, met de gescheurde kleren, veiligheidsspelden en hanenkammen, maar ook de nozems uit de jaren ’50 die het waagden hun haar lang te laten groeien (tot over de oren, jawel!). In zijn heftigheid lokte gabber dan ook sterke reacties uit. Je was voor of tegen. Daartussen viel weinig te vinden.
Gabber zoekt de essentie van populaire cultuur en dansmuziek op. Na gabber is er geen subcultuur meer geweest die zó groot was, en tegelijkertijd zó duidelijk ingekaderd qua stijl en verschijningsvorm. Daarmee is gabber de laatste subcultuur die in het rijtje van de rock-‘n-roll, de hippies en de punk is te plaatsen. En daarom heeft mijn jeugdige haat ten opzichte van het genre plaatsgemaakt voor trots. Bij zijn ontstaan in discotheek Parkzicht en de gigantische feesten in de Energiehal zette gabber Rotterdam namelijk op de kaart van de internationale housescene. Bovendien omhelsde gabber het Spartaanse imago van de stad en zette het om in muziek. Niet lullen maar hakken.
Op 10 november vindt voor de eerste keer See Me Hear Me plaats, een festival in het teken van ‘de synergie tussen beeld en geluid’. Daar wordt, naast veel andere muziekdocumentaires, de film Hard Voor de Hal vertoond. Deze documentaire blikt terug op de Energiehal, heilige grond voor de gabber, en is daarom essentieel voor zowel de liefhebber als de geïnteresseerde leek.

Gerelateerde inhoud

Steun onafhankelijke journalistiek voor Rotterdam

We kunnen deze artikelen alleen maken dankzij onze leden. Lees onbeperkt alle artikelen op Vers Beton voor € 7,50 per maand, de eerste maand is gratis.

Misschien vind je dit ook interessant

  • Cultuurplan 2025-2028: “Het zegt wel iets over de kwaliteit van het advies in Rotterdam. Die is ondermaats”

    • Kunst en Cultuur

    Het adviesrapport voor het Cultuurplan, waarin staat welke Rotterdamse culturele instellingen hoeveel subsidie krijgen de komende vier jaar, is gepubliceerd. Er waren 140 aanvragen. Vers Beton vroeg vijf instellingen om een reactie op het advies. “Ik ben echt heel erg boos, de willekeur lijkt heel groot.”

  • ‘Stukjes’ oude Tramhuis

    • Kunst en Cultuur

    Wie laatst over het Eendrachtsplein liep, zag hoe het oude Tramhuis werd ontmanteld. Na een langdurige ijzeren omhelzing van bouwhekken met foto’s van weleer, wordt het de komende tijd gerestaureerd om terug te keren als stadswandelingenkiosk. Net als iedere Rotterdammer heeft ook Astrid Standhardt herinneringen aan het markante gebouwtje.

  • Winnaar Dutilhprijs: het verhaal van Leen Sanders, een Rotterdamse bokser in Auschwitz

    • Kunst en Cultuur

    De jury had een zware dobber aan de Dutilhprijs van 2024. Waar de één een absolute winnaar herkende, vond de ander dat het niet eens op de shortlist paste. Maar ze kwamen eruit: Erik Brouwer won met zijn boek Leen Sanders, een bokser die levens redde in Auschwitz.

  • Alle artikelen

De agenda die je aan het denken zet

  • Didier Eribon is internationally renowned for his groundbreaking work Returning to Reims. Part memoir, part social and political theory, the book caused a stir in France and approached cult status in Germany, where it touched a nerve with its central premise that the mainstream left is to blame for pushing the working classes towards the far right and nationalism.

    Venue: De Dépendance, OASE
    Datum:
  • Brutus Space presenteert deze zomer een nieuwe, dynamische editie van Wild Summer of Art. Naast een expositie van 50 Rotterdamse hedendaagse kunstenaars omvat deze editie een uitgebreid publieksprogramma vol evenementen, screenings en performances.

    Venue: Brutus
    Datum:
  • Bekijk de agenda

De leukste vacatures in en om Rotterdam

  • Het hoofd marketing & communicatie ontwikkelt en werkt aan het marketingbeleid van MOMO Festival, MOMO Concerts en MOMO Create  en is eindverantwoordelijk voor de uitvoering ervan, waarbij het optimaliseren van het publieksbereik centraal staat.

  • Het bedrijfsbureau is de uitvoeringsorganisatie van de koepelcoöperatie Energie van Rotterdam. Met een klein team werken we dagelijks aan de ondersteuning van de energiecoöperaties, het realiseren van energieprojecten en het behartigen van de belangen in de stad.

  • The Writer’s Guide (to the Galaxy) is een cursuscentrum voor written (en soms ook een beetje spoken) word. Ook is het een ontmoetingsplek voor jonge schrijvers, boekennerds en intersectionele feministen.

  • Bekijk alle vacatures