Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
vleermuizen1600x600
Beeld door: beeld: Xenia Gottenkieny

Laat ik er maar kort en bot over zijn: vleermuizen vieren geen Halloween. Het horrorverkleedpartijtje stamt af van onze Keltische voorouders die het oudejaarsfeest vierden, en juist daarom is het een beetje jammer dat de Rotterdamse vleermuis er geen aandacht aan besteedt. In de klassieke zin sluit de feestdag namelijk goed aan bij de levensstijl van de duistere nachtbraker: het jaar kan worden afgesloten. Na een zomer vol overvloed en opwinding is het nu tijd voor de welverdiende winterslaap. Dat zouden vleermuizen best mogen vieren op 1 november. Ze hoeven zich niet eens voor de gelegenheid te verkleden.

Dat iedere zomeravond duizenden vleermuizen uit onze huizen tevoorschijn komen en over de stad uitzwermen, is een van de best bewaarde geheimen van de Rotterdamse stadsnatuur. Zonder het te beseffen leven Rotterdammers in één van de grootste vleermuisreservaten van Nederland. Gotham City heeft the bat signal nodig om hun gevleugelde misdaadbestrijder – Batman dus – te mobiliseren, wij hoeven niks te doen om de insectenverdelgers van Moeder Natuur ten strijde te laten trekken. Je zult je misschien afvragen waarom al die vleermuizen zich juist massaal in een drukke en lawaaierige stad als Rotterdam vestigen. Waarom vliegen ze niet gewoon het bos in, zoals normale dieren? Dat is geen onzinnige vraag. Het antwoord zit hem in de inrichting en architectuur van onze stad.

Boombewoners en huizenhangers

In Nederland komen 22 soorten vleermuizen voor, waarvan tien soorten op een bepaald moment in Rotterdam zijn waargenomen. We kunnen de Rotterdamse vleermuizen grofweg indelen in twee categorieën: zij die in bomen wonen en zij die de voorkeur geven aan gebouwen. De vleermuizen van de boomcategorie vliegen vooral rond in het bos – het Kralingse Bos, welteverstaan. Dit is dé hotspot voor vleermuizen op Rotterdamse bodem. Door de toenemende leeftijd van de bomen hebben verscheidene soorten zich er kunnen vestigen. Dat is natuurlijk interessant, maar je kunt op je klompen aanvoelen dat in een grote, stenige stad als Rotterdam de hoofdmoot van de vleermuizen in de bebouwde kom leeft. Dat is vooral te danken aan de gewone dwergvleermuis die de stad in bijzonder grote aantallen bevolkt. Negen van de tien Rotterdamse vleermuizen behoort dan ook toe aan deze soort.

Dit gegeven is overduidelijk als ik ’s nachts met mijn collega-ecologen van Bureau Stadsnatuur in Rotterdam op pad ga om de vleermuisbevolking in kaart te brengen. De vraag is niet of we op een bepaalde straathoek de gewone dwergvleermuis zullen horen overvliegen, maar hoeveel minuten we erop moeten wachten. De dwergjes (zoals wij ze noemen) pendelen langs min of meer vaste routes van hun slaapplaats naar hun jachtgebiedje. Iedere vleermuis heeft zijn eigen favoriete stekjes. Een jagende vleermuis herken je aan zijn vliegpatroon. Hij fladdert in grote cirkels boven een vijver of grote tuin, pendelt heen en weer langs een bomenrij of draait achtjes om een lantaarnpaal.

Op die plekken zijn insectenzwermen actief, zoals de wolken dansmuggen die boven het water hangen (bij iedere fietser welbekend). Zulke concentraties van insecten zijn cruciaal voor het overleven van vleermuizen. De zwermen ontstaan op plekken waar de waterkwaliteit in orde is, waar voldoende bloeiende planten groeien en waar inheemse bomen staan. Elke insectensoort kent zijn eigen vliegperiode, in het vroege voorjaar, in hoogzomer of juist in het najaar. De vleermuizen schakelen in de loop van het jaar dus van de ene naar de andere prooisoort.

vleermuizen1280x1280
Beeld door: beeld: Xenia Gottenkieny

Flatje vleermuizen

De Rotterdamse parken zijn – met vleermuisoren gezien – ideale eetgelegenheden voor de gewone dwergvleermuis. Daarom is parkbeheer zo belangrijk om vleermuisaantallen op peil te houden. In het Kralingse Bos en het Zuiderpark beheert de gemeente doelbewust zones met wilde planten voor de ontwikkeling van een rijker insectenaanbod. Dat werkt: de parken wemelen van de vleermuizen. Tijdens het onderzoek ontdekten we bijvoorbeeld vliegroutes waarlangs stromen dwergvleermuizen vanuit de omringende woonwijken de parken intrekken. Door die colonnes in omgekeerde richting te volgen, werd het mogelijk de kolonies te ontdekken.

In Zuidwijk vonden we op deze manier een kolonie in een jaren ’60 portiekflat. Op een avond omsingelde ons groepje ecologen het gebouw om de uitvliegende vleermuizen te tellen. Omdat je niet iedere dag vijf mannen met baarden en bergschoenen onder je balkon hebt rondhanden, kwamen nieuwsgierige bewoners al gauw poolshoogte nemen.
Eén bewoonster bezwoer dat wij onze tijd verspilden, omdat zij in 25 jaar nog nooit een vleermuis had gezien in deze omgeving. We telden die avond echter ruim 90 vleermuizen. Die kwamen vanuit een smalle spleet onder een raam uit een spouwmuur tevoorschijn. Stuk voor stuk moeders die hun jongen in de muur achterlieten om te jagen. Toen ik de vastberaden Rotterdamse de plek aanwees zei ze verbijsterd: “Dat is mijn raam!”

De wensen van mens en vleermuis

Dwergvleermuizen zijn dus goed bekend met de Rotterdamse architectuur. Maar niet elk gebouw komt in aanmerking voor bewoning door de gevleugelde zoogdieren. Het populairst zijn de afzichtelijke galerijflats die ten tijde van de naoorlogse woningnood in de jaren ’60 en ’70 uit de grond zijn gestampt. Ommoord, Zuidwijk en Hoogvliet staan (of stonden) vol met flats waar het kleine vleermuishartje sneller van gaat kloppen. De kopse gevels van deze bouwsels zijn vaak uitgevoerd met een hoge spouwmuur met open stootvoegen: kleine openingen van een vinger breed tussen de bakstenen. Hoewel ze aanvankelijk zijn bedoeld voor ontluchting, vormen ze een perfecte toegang voor een gewone dwergvleermuis. Voor grotere dieren zijn de openingen te klein – roofdieren zijn dus buitengesloten.
Een ander voordeel van een spouwmuur is dat de temperatuur aan de binnenkant niet overal gelijk is. Zo kunnen vleermuismoeders hun jongen naar gelang de wisselende buitentemperatuur binnensmuurs verhuizen naar warmere of koelere delen. In de koudere helft van het jaar stoken de menselijke bewoners van de flats hun woningen warm, waardoor de spouwmuur van binnenuit wordt verwarmd. We zien vleermuiskolonies aan het eind van de zomer dan ook geregeld verhuizen van door de zon beschenen, op het zuiden georiënteerde gevels naar de goed verwarmde spouwen van bejaardentehuizen en ziekenhuizen.

De door dwergjes geliefde galerijflats zijn echter verouderd en toe aan renovatie of vervanging. Bovendien vragen we met het toegenomen milieubewustzijn om beter geïsoleerde woningen. Een goede ontwikkeling, maar wel één die risico’s voor vleermuizen met zich meebrengt. Naast de sloop van verouderde flats speelt na-isolatie in toenemende mate een rol. Hierbij worden spouwmuren volgespoten met isolatiemateriaal waardoor ze onbruikbaar worden voor vleermuizen.
Omdat Nederlandse vleermuizen wettelijk strikt beschermd zijn, staat Rotterdam bij het verduurzamen van het woningbestand ook voor een ecologische opgave. Het doelbewust aanbrengen van verblijfplaatsen voor vleermuizen in nieuwbouw is een handige, relatief goedkope optie die uitkomst biedt. Huizen voldoen zo aan de wensen van mens en vleermuis. De vleermuizen liggen er in ieder geval tot maart nog niet wakker van. Dan pakken ze de muggenbestrijding weer op.
En mocht u tegen die tijd op een avond een paar kerels met baarden en bergschoenen voor uw woning zien staan: niet schrikken, een snoepje geven mag.

Verder lezen?

Word lid van Vers Beton voor €7,50 per maand. De eerste maand lees je gratis!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Andre

André de Baerdemaeker

André de Baerdemaeker (1979) kwam als schoffie van Zuid in aanraking met de zieke en gewonde vogels van Vogelklas Karel Schot. Misschien werd hij daarom wel biologieleraar. Later ruilde hij zijn krijtje in voor een verrekijker: hij werd ecoloog bij Bureau Stadsnatuur en onderzoekt Rotterdamse levensvormen. Bij voorkeur wanneer de zon schijnt.

Profiel-pagina
Xenia-avatar

Xenia Gottenkieny

Illustrator

Xenia Gottenkieny (Hameln , Germany) has studied audiovisual arts at the Willem de Kooning Academy in The Netherlands (1992-1995). She is a Rotterdam based (collage) artist, musician and photographer.

Profiel-pagina
Lees 3 reacties
  1. Profielbeeld van Cornelia Molendijk
    Cornelia Molendijk

    dankjewel Cisca, voor dit erg leuke stukje over vleermuizen. Leuk dat die dwergjes in de spouwmuur van flats leven. Ik wist wel dat er in onze bewoonde wereld en ook in de stad, diverse vleermuizensoorten leven. En al hou ik niet van Halloween, de vleermuis is prachtig en een fenomeen waar we trots op moeten zijn.

  2. Profielbeeld van Nienke
    Nienke

    Toen ik bij de Kralingse plas woonde, waren de vleermuizen echt onderdeel van de schemering, nu zie ik ze niet zo vaak meer (in Noord). Leuk dat Rotterdam zo vleermuisvriendelijk is. Is dat in andere steden met spouwmuren en parken ook zo? In hoeverre is Rotterdam door aanwezigheid van 10 vd 22 soorten vleermuizen uitzonderlijk tov andere NL steden?

    En houden jullie excursies? Ik zou wel s mee willen!

  3. Profielbeeld van Sander Slootssan
    Sander Slootssan

    Leuk. Toen ik nog in een portiekflat woonde zag ik ze ook rondfladderen maar afzichtelijke galerijflats? Ik bepaal zelf wel wat ik lelijk vind en dat zijn niet die flatgebouwen.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.