Voor de harddenkende Rotterdammer

PROLOOG - EFE

Nataly wil niet zien hoe het kistje met het tien maanden oude lichaam van haar zoon de aarde ingaat. “Ik kan het niet.” Haar twee oudste kinderen gaan met hun vader mee naar het graf van Efe. Nataly knuffelt met haar zoon van twee tot ze terug zijn. Als het graf dicht is, loopt Nataly ernaartoe, alleen. Ze gaat op de aarde liggen, spreidt haar armen uit en huilt.

Dan raapt ze zichzelf bij elkaar. “Mama moet ook logeren”, zegt ze tegen haar kinderen, die door jeugdbeschermers een klaarstaande auto in gedirigeerd worden. Het is 27 januari 2015. Ze zwaait, weet een glimlach op haar gezicht te krijgen. “Ik zie jullie morgen weer”, zegt ze. Maar Nataly gaat de gevangenis in.

Efe had twee gebroken ribben, een gebroken elleboogpijp, “zeer veel” bloeduitstortingen en hersentrauma dat door geweld veroorzaakt moest zijn, zegt een arts tijdens de rechtszaak tegen Nataly en haar vriend Mounir. Hij krijgt uiteindelijk zes jaar cel voor doodslag. Nataly krijgt anderhalf jaar voor mishandeling en het in hulpeloze toestand brengen van haar kinderen. “Alles wat ik mezelf verwijt, staat in dat vonnis”, zegt ze.

Voordat je verder leest, eerst even dit

Dit artikel is gebaseerd op ruim vier maanden journalistiek onderzoek van journalist Margot Smolenaars en NRC-journalist Derk Stokmans. Samen hebben zij meer dan vijftig mensen gesproken, ruim honderd documenten doorgeploegd en ontelbaar veel emails gestuurd en telefoontjes gepleegd. Wil je meer journalistiek onderzoek mogelijk maken? Word dan supporter van Vers Beton.

  1. In een brief over deze zaak aan de gemeenteraad schrijft burgemeester Ahmed Aboutaleb: "Hoewel onzeker is of - gesteld dat de hulpverlening aan dit gezin wel goed verlopen was - deze tragische gebeurtenis te voorkomen was, laat dit onverlet dat de zorg- en hulpverlening aan dit gezin ernstig tekort is geschoten." ↩︎
  2. Dit schrijven de vijf Rijksinspecties onder meer als oordeel op: "De betrokken professionals hebben onvoldoende beseft wat het leven in armoede voor invloed had op de gezonde en veilige ontwikkeling van de kinderen en hier geen actie op ondernomen. De samenwerkende inspecties vinden het verontrustend dat bijna alle betrokken professionals aangeven dat de financiële situatie en de leefomstandigheden van het gezin niet uniek waren en dat meer gezinnen in Rotterdam in vergelijkbare omstandigheden leven."
    Als aanbeveling schrijven zij: "Het is essentieel dat de gemeente meer vorm en inhoud geeft aan haar regiefunctie en stuurt op samenhang."
    ↩︎
  3. Die druk op hulpverleners is nog opgevoerd sinds de invoering van het individuele tuchtrecht in de jeugdsector in 2015. Wie in de jeugdzorg werkt, voelt dat als een continue bedreiging. Dat tuchtrecht suggereert namelijk dat ze - net als een arts - precies kunnen bepalen welke ‘behandeling’ iemand krijgt, dat de relatie tussen ‘ziekte’ en ‘behandeling’ helder is, en het dus duidelijk is wanneer je goed of fout zit. Maar de jeugdzorg werkt zo niet. Geen enkele hulpverlener bepaalt zélf wat er met een kind gebeurt, daar praten allerlei instanties over mee. Soms is de gewenste hulp helemaal niet beschikbaar. Hoe kan je daarvoor verantwoordelijk worden gehouden? ↩︎
  4. Daarom adviseren ze familie of vrienden om uit handen te blijven van de jeugdzorg, zeggen verrassend veel geïnterviewden uit de sector. ↩︎
  5. Donderdag 14 maart 2019 volgt een uitspraak. ↩︎
  6. In Denemarken, een land met vergelijkbare jeugdzorg in organisatie en aantallen, begon de overheid in 2007 te decentraliseren. Aanvankelijk moest er in Denemarken juist geld bij. Pas na vier jaar werden besparingen in de jeugdzorg zichtbaar. De toenmalige Kinderombudsman Marc Dullaert en het Nederlands Jeugdinstituut wezen in 2013 al op de Deense situatie. ↩︎
  7. 87 procent van de Nederlandse gemeenten werkt met wijkteams sinds de nieuwe Jeugdwet. ↩︎
  8. In wijkteams zitten hulpverleners die zich bezighouden met jeugdhulp en hulp bij opvoeden, financiën en schulden, werk en dagbesteding, wonen, volwassenen en kinderen met een beperking, huiselijk geweld, geestelijke gezondheidszorg, ouderen en verslavingen. Bron: gemeente Rotterdam. ↩︎
  9. In 68% van de door de Rekenkamer onderzochte cliëntcasussen heeft het wijkteam moeten opschalen naar specialistische jeugdhulp of een Wmo-arrangement. Dit terwijl het aantal jongeren met specialistische jeugdhulp in de periode 2015-2017 ongeveer stabiel is gebleven. De vraag naar specialistische jeugdhulp is groter dan het aantal cliënten dat er gebruik van maakt. Bron: Rekenkamer Rotterdam. ↩︎
  10. De Rekenkamer voert als voorbeeld een formulier van dertig kantjes aan, dat wijkteammedewerkers bij minstens tachtig procent van de nieuwe klanten moet invullen ↩︎
  11. Het college van burgemeester en wethouders liet weten zich niet te herkennen in de conclusies. In het rapport reageert het als volgt: "U stelt dat het merendeel van de cliënten van de wijkteams uiteindelijk toch tweedelijnszorg nodig heeft en dat de vraag hiernaar alleen maar toegenomen is. Op basis van het onderzoek dat u heeft gedaan, zijn we van mening dat deze conclusie over zo een beperkte periode niet zo hard gemaakt kan worden. Ervaringen met decentralisaties in andere landen wijzen uit dat op korte termijn zo een grote verandering eerder geld kost dan besparing oplevert. Wij zien dat onze wijkteams steeds meer Rotterdammers bereiken dan voorheen. Dit was ook precies de bedoeling wanneer de zorg dichtbij georganiseerd wordt. Hiermee is de totale vraag naar hulp toegenomen, zo ook die naar specialistische zorg. De vraag is wel wat het effect is voor de totale zorg en de kosten hiervan op de langere termijn. Ons uitgangspunt blijft dat Rotterdammers die de zorg en ondersteuning nodig hebben die ook krijgen." ↩︎
  12. Zie pagina’s 19 en 20 van het Rekenkamerrapport "Het komt niet in de buurt". ↩︎
  13. Met een landelijk gemiddeld verloop van 15,7% bij grote instellingen in 2017 heeft de jeugdhulp veruit het hoogste verloop van de hele zorgsector. Dat is opmerkelijk, omdat in dat jaar het aantal cliënten juist aanzienlijk steeg. Dit schrijft Prismant in het rapport Verkenning arbeidsmarkt Jeugdhulp van 30 november 2018. In de voetnoten citeert Prismant uit de Nederlandse Barometer Gezondheidszorg 2018 van Ernst&Young: “Verzuim en verloop liggen in subsectoren als de GGZ, de jeugdzorg en de gehandicaptenzorg ongewenst hoog. Een personeelsverloop van rond de 15% is ronduit alarmerend, zeker als werknemers uitstromen naar functies buiten de zorg.” Zestig procent van de vertrekkende jeugdzorgmedewerkers keert de zorg helemaal de rug toe. ↩︎
  14. Drie op de vier medewerkers in de jeugdzorg krijgen te maken met verbale agressie, bleek uit onderzoek van FCB, een platform van de sociale partners in jeugdzorg. In 2018 kreeg 42 procent te maken met bedreiging of intimidatie, en 39 procent met fysieke agressie. Uit datzelfde onderzoek blijkt dat ruim eenderde vindt dat agressie simpelweg bij het werk hoort. En nog eens 39 procent laat zich bij de uitvoering van hun werk niet hinderen door een agressieve bejegening. ↩︎
  15. Ziekteverzuim is een groot probleem in jeugdzorg. Landelijk ligt het percentage voor jeugdzorg op 6,9 procent, het hoogste verzuimcijfer van de hele zorgsector. Bron: Verkenning Arbeidsmarkt Jeugdsector, Prismant, 30 november 2018. ↩︎
  16. Arina Kruithof, bestuurder van Jeugdbescherming Rotterdam-Rijmond: “Wij zijn geen voorstander van de aanbesteding van de jeugdzorg. Bij zware, specialistische zorg kun je niet voortdurend van zorgaanbieder wisselen. Zo mogen we niet met kwetsbare kinderen omgaan. Juist vanuit onze maatschappelijke verantwoordelijkheid moet het kind centraal staan, niet een aanbestedingskader.
    Volgens de Raad voor de Kinderbescherming zijn er in Rotterdam te weinig plekken geregeld voor specialistische hulp. Ook is het ingewikkeld om kinderen op de goede plek te krijgen, er ontstaan discussies met instellingen, die soms ook weer onderaannemers inschakelen.
    ↩︎
  17. Het probleem dat kinderen met complexe problemen geen goede zorg zouden krijgen, moest worden opgelost door regionale expertteams, die begin 2018 aan de slag gingen. Zij zouden ervoor zorgen dat deze uiterst kwetsbare groep "snel passende hulp krijgt, ongeacht de complexiteit van de zorgvraag en wachtlijsten”, zo schreef de minister afgelopen november nog aan de Tweede Kamer.
    Een maand geleden concludeerde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dat ze niet functioneren. Ook deze teams gingen uit van het bestaande hulpaanbod en luisterden niet goed naar ouders en kinderen, waardoor hun adviezen niet aansloten op de gevraagde hulp. De teams weten niet wat de wachttijden zijn voor de hulp die ze adviseren, kunnen geen wachtlijsten ontwijken, en zijn ook niet verantwoordelijk voor de uitvoering van hun advies. Die zijn daardoor "in de praktijk niet uitvoerbaar".
    ↩︎
Jeugdzorgjungle
Derk Stokmans

Derk Stokmans

Onderzoeksjournalist NRC Handelsblad.

Profiel-pagina
Margot Smolenaars

Margot Smolenaars

Margot Smolenaars (1976) voelt zich al veertien jaar Rotterdammer, maar dan wel eentje met een zachte g. Studeerde journalistiek in Tilburg, begon als archetypische krantenjournalist (d’r héén!), evolueerde tot chef redactie in de bladen en is nu onderzoeksjournalist.
[email protected]

Profiel-pagina
mariekeveere-versbeton

Marieke Veere Vonk

Illustrator

Marieke Veere is een Rotterdamse ontwerper en illustrator. Ze studeerde illustratie en gamification aan de Willem de Kooning Academie en de University of the West of England in Bristol. Marieke Veere werkt graag in verschillende stijlen waarbij ze zich laat inspireren door de natuur en alles wat leeft.

Profiel-pagina