Voor de harddenkende Rotterdammer
All Cops Are Bastards
Beeld door: beeld: Borus Fortuin

Het politiegeweld tijdens de Woonopstand van 17 oktober 2021 is een vorm van staatsterreur die eigen is aan de liberaal-kapitalistische orde. Ondanks het idee dat aandacht voor het politiegeweld de aandacht van het onderwerp wonen afleidt, lijkt het me toch cruciaal aandacht te hebben voor de overdrijving die de staat op dat issue produceert. Een overdrijving die typerend is voor de staat. Of wellicht moeten we zeggen: de staat is een overdrijving van wat ervoor nodig is om samen te leven, precies omdat de staat onderschat op welke manieren we allemaal samen zouden kunnen leven. De staat is een overdreven onderschatting. Een naam voor ‘alle gevolgen van dien’ van een inschattingsfout. 

Wie met een schijnbaar onschuldige actie geweld oproept, moet erkennen dat er niets onschuldigs aan die actie is. Dat je kennelijk ergens op drukt waar het pijn doet. Niets rechtvaardigt het politiegeweld van 17 oktober, maar er is, in de huidige orde, ook niets onschuldigs aan het verkondigen van een recht op wonen, want het legt de bijl aan de wortel van die door bezit bezeten orde. Ongetwijfeld stond niet iedereen die zondag op het Afrikaanderplein met het idee dat de Woonopstand een fundamentele breuk met de bestaande orde in zich draagt, maar duidelijk is dat de orde het als zodanig ervoer. En dat besef is ook een opening naar het meest basale en tegelijk het meest radicale: huizen voor mensen.

We moeten ver wegblijven van een romantisering van het geweld dat mensen ten deel viel.  Maar het is ook zaak er niet aan voorbij te gaan door te ‘focussen op het issue’ – alsof het issue offers vergt, en alsof het issue zich niet juist ook uitdrukt in het geweld van een op kapitaalaccumulatie en bezit gefundeerde orde. We moeten, integendeel, proberen te begrijpen wat de relatie is tussen wonen en het geweld van de liberale orde. De sleutel daartoe ligt in de reden die de politie en de stropdasmannetjes van het College van Burgemeester en Wethouders geven voor het politiegeweld: er werd ‘ingegrepen’ omdat er iets kon gebeuren. Daarin ligt de rol van de politie in de liberale orde überhaupt vervat: er is politie omdat er iets kan gebeuren.

Het stropdasmannetje in onszelf

Om te begrijpen hoe fundamenteel het simpele zinnetje ‘er kan iets gebeuren’ is voor wat doorgaans verstaan wordt onder politie(k), moeten we allereerst waken voor het stropdasmannetje in onszelf. Voor de gedelegeerde van de orde die diep in ons genesteld is, en die toch vooral een liberaal verhaal ophangt waarin hij verontwaardigd is over de tegenstrijdigheden en inconsistenties van de liberale orde. Van een orde die debat, vrijheid en tolerantie predikt maar geweld, intolerantie en onderdrukking pleegt. Het stropdasmannetje is het opgeheven vingertje in onszelf, maar nooit de middelvinger.

Ja, inconsistenties zijn er in overvloed. Zoals in de onrust van de orde bij het constateren van, zoals D66-locoburgemeester van Gils namens PvdA-burgemeester Aboutaleb per brief aan de Rotterdamse Gemeenteraad schreef: het “ontwijken van politiecontroles.” Of in de angst voor een ‘Black Block-methode’, waarbij “er nauwelijks tot geen succesvolle handhaving mogelijk is zonder veel geweldgebruik met veel letsel en schade tot gevolg” – waardoor er dus, in het voorkomen van een ‘Black Block’, veel geweld met veel letsel en schade tot gevolg gebruikt wordt.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

Of, simpelweg, in de herhaalde legitimatie van geweld door de politie omdat de politie beledigd wordt door agenten voor geweldgebruikers uit te maken. Er werden ‘middelvingers getoond’, dus moest de politie de handen wel laten wapperen. Er stond ACAB, oftewel all cops are bastards op een bord, dus de politie vond slaan een goed idee. Op wie, dat wist de politie niet, zo blijkt uit de brief van de locoburgemeester Van Gils (D66) namens burgemeester Aboutaleb (PvdA): mensen in zwarte kleren, een ‘Black Block groep’, Anti-Fascistische Actie, Extinction Rebellion. Zelfs de bekende retorische figuur van de ‘ outside agitator1‘ komt erin voor: links-extremisten ‘uit het buitenland’. Ze zwemmen, deze coalitielijers, zoveel is wel duidelijk.

Maar wijzen op zulke inconsistenties levert ons uiteindelijk niets op. Het is een vermoeid gebaar van een stijl die ‘kritiek’ heet en die op zijn best frustratie vermenigvuldigt. Kritiek op inconsistenties van de liberale democratie betekent de consistentie ervan willen. Dat zou alleen maar een poging zijn om binnen de bestaande liberale orde tot een opheffing van het conflict te komen waarin de bezitsverhoudingen centraal staan. Een poging om dat conflict tot verzoening te brengen. Om inconsistentie tot consistentie op te lijnen. 

De waarheid is hier dat de liberale democratie volstrekt consistent handelt bij politiegeweld tegen mensen die huizen voor mensen eisen en niet voor winst, die wonen los willen koppelen van een liberaal-kapitalistische orde die door bezit bezeten is. Over het houten huisje waar demonstranten mee liepen en dat volgens de politie tegen de ME gebruikt werd, schrijft de D66-locoburgemeester namens de PvdA-burgemeester: “Uiteindelijk is het huisje door de politie in beslag genomen.” Dat is de liberale orde ten voeten uit: de mogelijkheid om middels de politie je huis in beslag te nemen. En voor die mogelijkheid wordt routinematig en gedoseerd geweld gemobiliseerd. Niet als breuk met de liberale orde, maar – ondanks alle verwijzingen door de PvdA-burgemeester naar mensenrechtenschendingen in het ongeciviliseerde buitenland – als expressie van de kern daarvan die bestaat uit het gedoseerd serveren van geweld daar waar iets zou kunnen gebeuren.

Er zou iets kunnen gebeuren: het denken van de mensen

Die paradox van consistentie in inconsistentie wordt gespiegeld in de georganiseerde ongeorganiseerdheid die het politiegeweld van 17 oktober kenmerkt. De veelvuldig voorhanden zijnde beelden maken heel duidelijk dat er met paarden, hekken, ME en het vormen van een ketting uiterst georganiseerd gewerkt werd naar een punt waarop de adrenaline het overnam en agenten ongeorganiseerd om zich heen begonnen te slaan op mensen die overduidelijk geen bedreiging vormden.

Maar wat geldt voor de ongeorganiseerdheid van het geweld, geldt ook voor de georganiseerde orkestratie van de setting waarin het kon plaatsvinden: de agenten, als altijd dienstbaar aan de orde, hadden waarschijnlijk geen idee wat hen bewoog. Ja, het is een publiek geheim dat er Rotterdamse agenten zijn die graag linkse mensen slaan, en ze zullen een gelegenheid gezien hebben. Anderen zullen overtuigd geweest zijn van de noodzaak ‘in te grijpen’. Maar geen van allen hebben ze waarschijnlijk helder voor ogen gehad wat er over ze heen spoelde die zondagmiddag: het denken van de mensen.

Dat ‘de mensen denken’ is een stelling die de Franse socioloog en antropoloog Sylvain Lazarus uitwerkt in zijn boek Anthropologie du nom. Denken, zegt hij, gebeurt zelden maar als het gebeurt is het ‘een politiek’. En het zijn de mensen die denken, omdat zij zich ontworstelen aan een bestaande orde en zich verzamelen op een nieuwe, niet te benoemen manier. Niet wetenschappers of filosofen denken dus, maar de mensen denken – filosofen zijn eerder de archivarissen of kroniekschrijvers van het denken. Politiek is volgens Lazarus dus niet het alledaagse parlementaire gebabbel, maar juist de uitvinding van een vooralsnog onnoembare nieuwe manier van samenleven. Een zeldzaam iets, dat Lazarus jammer genoeg vooral associeert met grote mannen in de vooral westerse geschiedenis (Saint Just in de Franse Revolutie, Marx, Lenin, Mao).

Voor ons is er geen enkele reden om politiek, ofwel denken, vooral aan zulke heren op te hangen, alleen al omdat dat weinig serieus neemt dat de werkelijke creativiteit en inventiviteit bij de mensen ligt. Maar het is nuttig om politiek als denken te beschouwen, omdat denken per definitie voorbijgaat aan het bestaande. Wie in de liberale democratie wil blijven, hoeft niet te denken. Daarvoor volstaat het on-denken dat de geschiedenis ten einde is: dat een optimum bereikt is, dat het, grosso modo, wel zo door zal moeten gaan en dat er dus niets wezenlijks meer zal gebeuren. Dat fascisme eenmalig was, iets voor geschiedenisboeken en zelffelicitaties: dat nooit weer, weten we nu, nu we eenmaal hier gearriveerd zijn waar niets meer kan gebeuren. Ook fascisten denken niet, want hun programma bestaat uit het realiseren van iets dat volgens hen al bestaat (het volk), en het is een programma dat expressie is van de kapitalistische orde, in plaats van een opheffing daarvan.

Maar wat als we politiek denken als: dat wat mogelijk wordt in de gedachte dat er iets zou kunnen gebeuren, iets anders, iets dat afwijkt van de bestaande orde die haar noodzakelijkheid afleidt uit haar bestaan? Als we dat doen, wordt duidelijk dat politiek niet tegengesteld is aan parlementaire democratie, neoliberalisme of iets dergelijks, maar aan de gewapende tak van de staat, aan de politie.

De politie is de overdrijving die een orde mobiliseert, om de inbreuk van denken in de bestaande orde te neutraliseren, om het knagende besef de kop in te drukken dat er iets zou kunnen gebeuren, dat geschiedenis niet culmineert in het actuele hier en nu. Dat is wat denken doet met een orde: het zorgt ervoor dat de orde geobsedeerd raakt door haar eigen potentiële destructie. Die obsessie vindt in de eerste plaats expressie niet via debat, pluralisme van meningen of ander gebabbel, maar als politie: als mobilisatie van geweld in het licht van de knagende gedachte dat er iets zou kunnen gebeuren. 

Dat is exact wat op 17 oktober gebeurde, en wat bijvoorbeeld enkele jaren terug ook gebeurde bij een in Rotterdam geplande anti-Zwarte Piet demonstratie: er werd geweld gebruikt niet omdat er iets gebeurde, maar omdat er iets zou kunnen gebeuren. Wie simpelweg wil wonen op een gedecommodificeerde2 manier, niet langer door een markt gemedieerd, denkt voorbij het bestaande, waarin precies dat het ondenkbare is. ‘Denken voorbij het bestaande’ is een pleonasme: de orde denkt niet. Maar zodra iets ondenkbaars gedacht wordt, en uitgesproken wordt, blijkt dat denken ook doen is. Dat er manieren zijn om anders te leven, niet langer via uitbuiting. Dan blijkt, met andere woorden, dat er daadwerkelijk iets zou kunnen gebeuren.

De fragiliteit van de orde

Wie is het subject van de inbreuk van het denken op de orde? Wie denken? De mensen. Maar de mensen denken op zo’n manier dat ze ontraceerbaar en onlokaliseerbaar zijn voor de politie. Want in het denken vinden de mensen zich opnieuw uit, en de mensen weten ook nog niet wat ze allemaal kunnen zijn wanneer ze samen leven in vormen die voorbij de orde liggen. Vandaar het arbitraire gebruik van politiegeweld: iets (de brief van de D66-locoburgemeester maakt duidelijk dat de politie niet weet wat: ‘Black Block methode’? Blokkades? Belediging? Links-extremisme?) zou (de politie weet niet of) kunnen gebeuren (de politie weet niet door wie: AFA? Extinction Rebellion? Links-extremen uit het buitenland?). Dit is, nogmaals, waarom er politie is: er zou iets kunnen gebeuren, iets dat niet langer orde is. Want de orde is precies de toestand die voorbij het gebeuren is, waarin niets meer gebeurt, waarin de eindvorm van het samenleven (liberale democratie en kapitalisme) bereikt is. Er is politie omdat er iets zou kunnen gebeuren, en de politie moet voorkomen dat er iets gebeurt.

Maar politie(geweld) is natuurlijk een zwaktebod. Zodra mensen op straat gaan zitten en het verkeer blokkeren, blijkt dat de orde niets anders heeft dan geweld. Dat is illustratief voor de fragiliteit van de orde. Tegen een racistisch schminkfiguur demonstreren wordt door de staat ervaren als het doen wankelen van de orde, die daarmee blijkbaar zo fragiel is. Het gebruiken van een straat, niet om in een rijdend blik de omgeving te vergiftigen, maar om er samen te gaan zitten, ontlokt binnen enkele uren aan de staat het enige antwoord dat die heeft: geweld. De staat weet dat het om deze redenen blokkeren van circulatie betekent dat er iets gebeurt. De staat weet niet precies wat, want hij onderschat en overdrijft, maar de instituties van de orde voelen gevaar en kunnen meestal geen dag wachten met de inzet van geweld. Het is daarom saillant dat, zoals Rogier van Reekum onlangs tegen mij opmerkte, boerenprotesten, ook als ze wegen blokkeren, geen geweld ontlokken: de politie weet dat daar niets staat te gebeuren. Boeren willen, vooralsnog, niet uit de bestaande orde breken met hun tractors.

Als de politie tegenwoordig druk doende is haar technieken om de toekomst te voorspellen te verfijnen en alles inzet op ‘preventive policing’, dan is dat waarschijnlijk omdat de orde momenteel in toenemende mate haar eigen fragiliteit ervaart, en in toenemende mate ervaart dat er iets zou kunnen gebeuren. En het wordt aangekondigd. Het nieuws is vol met berichten over de catastrofe die de orde van planetaire plundering voltrekt. Velen ervaren die aan den lijve, en op haar patrouilles door de stad ziet de politie overal posters en stickers waarop het wonen geëist wordt of de klimaatcrisis beschreven staat. De politie is een maat voor de mate waarin een orde zichzelf via de figuur van de terrorist waarneemt, en daarom in iedereen een potentiële terrorist ziet (er staat immers iets te gebeuren maar het is niet duidelijk wat, waar en door wie), en voor de terreur die de staat tegen dat denkbeeldige terrorisme in stelling brengt. 

De tautologische legitimatie van politiegeweld middels het idee dat de politie niet beledigd mag worden is een manier om éérder te kunnen zeggen, nog voordat de gedachte afgemaakt is en de afgrond van het mogelijke zich opent: ‘er gebeurt hier iets!’, ‘er gebeurt nu iets!’, ‘het gebeurt al!’ Precies daarin ligt de kracht en het politieke potentieel van de platste provocatie: all cops are bastards (ACAB). Een provocatie die vooral een daad van liefde is, en die de agent voorbij zijn rol plaatst. Als een mens die ook moet wonen, als iemand die we niet in de huidige wereld achter kunnen laten, iemand die ook nog bevrijd moet worden, die ook tot denken in staat is. Laten we niet vergeten dat er agenten waren die, niet dienstdoend, meeliepen tijdens de Woonopstand.

All cops are bastards

De georganiseerde ongeorganiseerdheid van het politiegeweld van 17 oktober is uitdrukking van de dubbele positie van de politieagent: enerzijds bewaker van de orde van het bezit tegen de ontworteling van het denken. Anderzijds materieel net zo goed onderdeel van de mensen, iemand die ook moet wonen, en die voelt dat het anders kan en moet, dat een lichaam hebben en moeten wonen niet noodzakelijkerwijs betekent dat daarvoor betaald moet worden. En dat het bestaande niet met de zwakte van zijn knuppel overeind gehouden zal kunnen worden. 

Vandaar de ongeorganiseerdheid van het geweld, het gefrustreerde, wilde om zich heen slaan. De agent is een kind van de mensen, maar een kind dat vooralsnog koppig weigert mee te denken. Een idioot, in de betekenis van de klassieke Grieken voor wie idiotes mensen waren die niet voor publieke rede vatbaar waren. Geen kind van de mensen die denken, maar een bastaardkind. En in exact en alleen die zin is dit de volstrekte waarheid over de politie: all cops are bastards. Ieder moment waarop die waarheid zichtbaar wordt in politiegeweld is een pijnlijke confrontatie waaraan we toch ook optimisme kunnen ontlenen. Twijfel er nooit aan: er gaat iets gebeuren. 

UITGELICHTDSC06998

Lees meer

Woonopstand Rotterdam: “Geen wapens, geen geweld, enkel politiegeweld”

Opinie van Salih Kilic over het politiegeweld dat hij meemaakte tijdens de woonopstand.

  1. Een bekende retorische figuur: zeggen dat het, bijvoorbeeld bij rellen, vooral mensen van buiten zijn die dat doen. Martin Luther King werd bijvoorbeeld zo genoemd toen hij in het zuiden van de VS aan protesten deelnam. ↩︎
  2. Commodificatie is het proces waarbij steeds meer aspecten van het leven worden uitgedrukt in een geldwaarde, en gedefinieerd worden in termen van vraag en aanbod. ↩︎
Foto WS 1

Willem Schinkel

Willem Schinkel is hoogleraar sociale theorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Profiel-pagina
portrait

Borus Fortuin

Illustrator

Borus Fortuin is een Rotterdamse illustrator die zich richt op sociale onderwerpen zoals identiteit, gender en de relatie tussen mens en technologie. Hij heeft het tot zijn missie gemaakt een ander soort man op papier te laten zien dan de macho Hollywood-versie en dat dringt door zelfs tot in de lijn waarin hij werkt. Een gevoelige, zelfs kwetsbare lijn afgewisseld met stevige composities en thema’s.

Profiel-pagina