Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
UITGELICHT-DSC02909
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Een mistige ochtend op de Charloisse Lagedijk. Achter elkaar verschijnen de contouren van oude dijkhuizen, een autoreparatiebedrijf, eengezinshuizen in aanbouw, een zwart-houten boerenschuur met een rietdak als een kapsel. Ertussen modderig akkerland en bosjes. Niemandsland. Er zijn pony’s en een blaffende hond en een lama. Dit is een van de rafelranden van de stad, waar de strakke stadsplanning (nog) weinig vat op lijkt te hebben. Aan deze dijk, ingelijst door bomen, ligt ook de recent opgeleverde artist-in-residency van  het Amsterdamse architectenbureau SLA.

Ongewoon gewoon wonen

Een artist-in-residence is een tijdelijke woon-werkplek, a home away from home. Je bent thuis, maar ook weer niet. Ze bieden kunstenaars de kans om buiten hun ‘normale’ werkkring te stappen, nieuwe contacten aan te knopen en te experimenteren. “In dit project is vooral aandacht geschonken aan de basisbehoefte van de artiest”, vertelt architect Peter van Assche per beeldscherm. “Artiesten kunnen zich terugtrekken én samen experimenteren. Maar het gaat ook om het sociale proces. We wilden een gebouw ontwerpen dat betekenisvol contact mogelijk maakt, een plek waarin gemeenschapszin zich kan ontwikkelen.”

Initiator van het project is de inmiddels naar Rotterdam verhuisde Stichting Theaterstad Amsterdam. “Maar de artist-in-residency is niet alleen bedoeld voor theatermakers”, zegt Chris de Jong, inspirator, opdrachtgever en eigenaar van het project. “Iedere kunstenaar kan hier verblijven.”

air_logo_groot

Lees meer

mogelijk gemaakt door

dit artikel is tot stand gekomen dankzij het Architectuur Instituut Rotterdam

De nieuwe artist-in-residence past wonderwel goed in de geïmproviseerd ogende sfeer van de Lagedijk. Het is een onmiskenbaar hedendaags gebouw, met een gevel van licht kalkstucwerk en grote raamopeningen, onregelmatig over de gevel verdeeld. Een van de ramen lijkt de bodem in te zinken. Contrasterend met de lichte gevel: de donkere houten dakvlakken, ook met grote raamopeningen. Het huis biedt letterlijk onderdak. Het oogt uitnodigend en beschermend, en enigszins geheimzinnig: wat gebeurt achter de speelse ramen?

Eerst de plattegrond. Het gebouw bestaat uit twee huizen met elk een eigen ingang. Eigenlijk is hier dus sprake van een twee-onder-een kapper, een doorsnee huistype. Ook de verdeling van de gezamenlijk en individueel gebruikte ruimten is als in bijna elk tweelaags woonhuis: op de begane grond liggen de gedeelde ruimtes (hal, keuken, woonkamer), op de verdieping de individuele (slaap)kamers. Wat bijzonder is, zijn de relaties van de ruimten met de buitenwereld en hun diverse gebruiksmogelijkheden.

DSC02878
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Vanuit de entreehal kun je niet alleen alle kanten op, het is ook het startpunt van een rondje, waardoor je er als vanzelfsprekend altijd weer terug kan komen. In dit huis is de grootste ruimte méér dan een gezamenlijke woonkamer. Ze is een plek om te repeteren, te exposeren of om voor te dragen, een experimenteerruimte, artistiek én sociaal. Deze ruimte ligt aan de dijkzijde, de publieke kant van het gebouw. Door de grote ramen zie je de dijk en de voorbijgangers – en je wordt gezien. 

Het ‘zinkende’ raam is een extra blikvanger. Via een brede opening verbonden aan de experimenteerruimte ligt een ruime keuken. Hier, aan de afgeschermde kant van het gebouw en met zicht op de bosschage, is duidelijk wat er zoal zal gebeuren: koken, eten, drinken en praten. Terug in de hal leidt het licht, dat vanuit een groot dakraam op het bovenste gedeelte van de trap valt, je als vanzelf naar boven. Op de verdieping bereik je via een gang drie ruime, individueel te gebruiken werk-zitruimten. Ze hebben elk een eigen badkamer en een hoogslaper, te bereiken via een eenvoudige houten trap. De hoogslaper is een soort nest met uitzicht op de dubbelhoge kamer en de boomtakken. Via een daklicht kijk je de hemel in. Het is een plek om weg te dromen, veel meer dan alleen een slaapplek.

 Wonen en werken lopen in elkaar over. Het kan problematisch zijn als woningen hier niet op zijn ingericht, weten velen van ons inmiddels uit eigen ervaring. Maar nog interessanter dan het vanzelfsprekend samengaan van wonen en werken is de rijke verscheidenheid van de ontworpen ruimtes, van groot tot klein, van geëxponeerd tot teruggetrokken, en alles ertussen in. De experimenteerruimte, de intieme woonkeuken, de werk- en woonkamer op de verdieping, het verhoogde nest: ruimten met fijne afwisseling tussen het samen en alleen zijn. 

Per ruimte lijken bepaalde activiteiten logisch, maar het gebruik is niet dwingend voorgeschreven. Zo is het voorstelbaar om geheel voor jezelf in de experimenteerruimte te werken of de hoogslaper als toneel te gebruiken, om maar iets te noemen. Dit huis biedt dus niet alleen een rijke verscheidenheid aan ruimten, het is bovendien fantasievol bruikbaar. Dat komt omdat bouwheer en architect het aandurfden om niet alles vast te leggen. Ruimten zijn niet – zoals gebruikelijk – dwingend gekoppeld aan één functie (zoals wonen, slapen of werken) maar bieden mogelijkheden, die de bewoner zelf kan ontdekken.

Een andere bouwfilosofie

Naast het openlaten van gebruik valt nog een gewaagde beslissing op: opdrachtgever en architect kozen voor bio-based bouwen. Dit betekent dat er bij de bouw gebruik gemaakt is van natuurlijke hernieuwbare grondstoffen. Hier is een duidelijke reden voor: de huidige bouw is een energieverslindende sector en verantwoordelijk voor massale CO2-uitstoot. Bovendien kan de overgrote hoeveelheid materialen en bouwdelen niet gerecycled worden tot afval. Met andere woorden: de huidige bouw draagt een flinke steen bij aan de urgente klimaatproblematiek. Biobased materialen als hout, vlas en hennep kunnen hierin verandering brengen. Want bouwstoffen uit bio-based materialen slaan CO2 op in het bouwwerk en zijn circulair.

 Wanden, vloeren en dak in de artist-in-residency zijn gemaakt van geprefabriceerde elementen van hout en kalkhennep. “De hennepvezels ontstaan bij de productie van oliën”, licht architect Van Assche toe. Hennepvezels zijn dus een restproduct dat met kalk vermengd, als veelzijdig bruikbaar dragend bouwmateriaal kan dienen en gelijktijdig isolerend werkt. Hout is gebruikt voor de kozijnen en de dakbedekking. De gevels zijn van buiten afgewerkt met kalkstucwerk, van binnen met leemstuc. Bij binnenkomst valt direct het aangename binnenklimaat van dit gebouw op. “Kalkhennep isoleert niet alleen heel goed, het reguleert ook de vochthuishouding”, zegt Van Assche. Dat is merkbaar, ondanks dat dit huis nieuw is, ruikt het niet ‘nieuw’ en absorbeert geluiden op een prettige manier door het leemstucwerk. Het gebouw lijkt te ademen. En omdat de materialen op een natuurlijke manier vergaan ontstaat nauwelijks afval, als de artist-in-residency in een hopelijk verre toekomst plaats zou moeten maken.

 Een kanttekening is wel op z’n plaats: de circulaire keten vanaf de teelt van gewassen, het hergebruik van (rest)stromen, de industriële fabricage van bouwdelen, de bouw zelf tot de uiteindelijke recycling na afbraak, het staat allemaal nog in de kinderschoenen. Biobased bouwen werkt nog niet vlekkeloos. Voor de hennepteler slash fabrikant van de bouwdelen was dit een van de eerste woonhuizen. Dat is ook bij een enkel uitgevoerd detail te zien: op de buitengevel aan de westzijde zijn vochtige plekken ontstaan. Maar het is een grote verdienste van bouwheer en architect om zich op dit nog nagenoeg onontgonnen gebied te wagen. En uit de opgedane ervaring kan bij een volgend project geleerd worden.

DSC02848
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

We worden gewoond

Om twee redenen is dit bouwproject dus interessant: het bevraagt tijdelijk samenwonen en -werken van artiesten, en maakt een stap in de richting van klimaatvriendelijker bouwen. Maar er is meer. Dit gebouw is dan wel ontworpen voor een bijzondere groep bewoners, toch laat het gelijktijdig zien wat je ook van een ‘gewone’ woning zou kunnen verwachten – maar wat er meestal niet is. 

In de meeste nieuwbouwwoningen ontbreekt namelijk enige ruimtelijke rijkdom en zijn kamers door hun afmetingen en ligging in de woning alleen op één manier te gebruiken. In de woonkamer woon je, in de slaapkamer ben je alleen of met je geliefde en de kleinste kamer gebruik je als kinderkamer, werkruimte of extra berging. Het wonen is daarmee toegesneden op woonbehoeftes van eergisteren, terwijl veel mensen anders (willen) samenleven: met meerdere volwassenen, of als samengesteld of eenoudergezin. De kamers in huidige nieuwbouwwoningen sluiten door hun vastgelegd gebruik niet aan op deze veranderde woonbehoeftes. De woning komt als het ware met een gebruiksaanwijzing en bepaalt hoe we samenleven: we wonen niet, we worden gewoond.

 Hoe zien woningen eruit die wel geschikt zijn voor diverse manieren van samenwonen? Onderzoeker Bernard Leupen stelde in zijn promotieonderzoek dat veelzijdig bruikbare kamers gelijkwaardig zijn. Dit principe is bijvoorbeeld terug te vinden in oude grachtenhuizen en Zuid-Koreaanse nieuwbouwflats, maar de woon- en werkkamers op de verdieping van SLA’s ontwerp kun je ook als een voorbeeld hiervan zien. 

DSC02814
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

De kamers zijn niet geheel gelijk – ze verschillen qua oriëntatie, lichtinval en afmetingen – maar ze zijn ongeveer even groot en beschikken ieder over een bijzonder uitzicht. In woningen met gelijkwaardige kamers kan elke ruimte op verschillende manieren worden gebruikt. Ze zijn daarmee geschikt voor eenoudergezinnen, samenwonende vrienden en kerngezinnen. Anders dan in de meeste nieuwbouwwoningen ligt het gebruik niet vast, maar is het veranderlijk – net zoals de manieren waarop we samenleven.

 De huidige woningcrisis draait vooral om aantallen. Daarbij blijven de echte vragen onderbelicht. Hoe willen we samen wonen? En welke woningen doen recht aan onze heterogene, veranderlijke maatschappij en de daarmee samenhangende woonvragen? Wonen is meer dan de woning. Dat maakt dit project overduidelijk.

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de maandelijkse architectuurnieuwsbrief!

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Over het dossier Architectuurkritiek

De verleidelijke plaatjes en ronkende teksten over nieuwbouw vliegen je om de oren. Credo’s als #Makeithappen en ‘Bouwen, bouwen, bouwen’ bevestigen het stoere imago van Architectuurstad Rotterdam. Maar hoe pakken toekomstdromen uit in de praktijk? Vers Beton onderwerpt plannen en ontwerpen van vastgoedjongens en architecten aan een reality check en geeft – indien nodig – ongezouten kritiek.

Dit dossier is mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. Deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel. (Meer info)

Je kunt deze banner wegklikken...

...maar je kunt ook lid worden! Word lid voor 7,50 per maand. De eerste maand lees je gratis.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

0

Andrea Prins

Andrea Prins is een architect met passie voor ideeëngeschiedenis en maatschappelijke ontwikkelingen. Ze woont sinds 1994 in Rotterdam. Sinds 2010 is ze minder bezig met bouwen en meer met woorden.

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Fotograaf

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.