Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers-Beton—Esther-Lankhaar—Andere-Rotterdammers—Nijlgans—2022
Beeld door: beeld: Esther Lankhaar

Er klinkt luid getoeter van de nok van een dak. Twee nijlganzen staan er met gespreide vleugels en ze maken een boel misbaar. Hun ogen zijn gericht op een derde nijlgans die laag overvliegt. Ze geven met dit gesnater en vertoon een serieuze boodschap af: ‘Niet welkom, dit is ons terrein’. De overvliegende gans, die waarschijnlijk toch al niet van plan was te landen, vliegt door. Verstandig. Tevreden met hun overwinning viert het echtpaar de zege met een kopdans. Ze bewegen hun hoofden ritmisch naar voren terwijl het mannetje sissende geluiden maakt. Het is half zeven in de ochtend. De hele buurt is nu wel wakker.

Huh, kuikens?

Op het gazon van een parkje, slechts een paar honderd meter van de snateraars vandaan zie ik nog een stel nijlganzen. Deze vogels zijn een stuk rustiger. Bij nadere beschouwing blijkt dat het vrouwtje een kostbare schat onder haar vleugels verborgen houdt: ze heeft zeven kleine kuikens. Bibberend van de kou gluren de donsballetjes vanonder moeder naar de buitenwereld.

Vader houdt enkele meters verderop de wacht. Honden hebben daarbij zijn bijzondere aandacht, want in zijn optiek zijn dat volkomen onberekenbare roofdieren. Het gezin houdt zich daarom beter koest, maar trekt toch de aandacht van enkele voorbijgangers: ‘Huh, kuikens?’, mompelen de mensen verbaasd. Het is kerstvakantie, en iedere weldenkende vogel is naar het warme zuiden gevlogen of hangt aan een vetbol. Waarom hebben deze eendvogels het in hun kop gehaald om nu jongen groot te brengen? Het is te hopen voor ze dat het niet gaat vriezen. Zijn het dan echt zulke domme gansjes?

Vreemde eend

Nijlganzen zijn in ons land met recht vreemde eenden in de bijt. Ondanks hun Nederlandse naam en forse postuur zijn het geen ganzen, maar eenden. Verre verwanten van de bergeend. Deze soort komt van origine uit Afrika, waar hij tegenwoordig vooral in het zuiden en het oosten van het continent is te vinden. Daarnaast zien we ook nijlganzen in delen van het Midden-Oosten, de Verenigde Staten en in een groot deel van Europa. De Amerikaanse en Europese populaties zijn daar niet uit zichzelf gekomen.

Ze zijn door mensen ingevoerd vanuit Afrika en als siervogel opgesloten in decadente waterwildcollectie op landgoederen en in parken. Al op het in 1660 geschilde werk ‘Het drijvend veertje’ van Melchior d’Hondecoeter – dat tussen lockdowns door te bewonderen is in het Rijksmuseum – prijkt pontificaal een volwassen nijlgans. Een jaar of vijftig geleden besloten enkele in nazaten van deze in slavernij levende vogels om voor zichzelf te beginnen. Ze wisten te ontkomen en ze vestigden zich in het Hollandse polderland. Al wijkt dat landschap nogal af van het Afrikaanse bushveld.

Vijandig Afrika

Als je weleens naar documentaires van National Geographic kijkt waarin nijlpaarden en nijlkrokodillen een hoofdrol spelen is de kans groot dat je op enig moment een stoet nijlganskuikens door het beeld ziet zwemmen. Onder leiding van moeder de gans peddelen de donzige kuikens dapper tussen de hongerige muilen door. Dat gaat natuurlijk niet altijd goed. En als ze de oever al bereiken worden ze opgewacht door moordlustige jakhalzen en arenden. Nee, Afrikaanse nijlganskuikens leven in een vijandige wereld.

Het Afrikaanse landschap is droog en stoffig en de waterpoel is de enige waterbron in de wijde omtrek, en daar groeit dus groen gras. Deze schaarsheid aan water maakt dat nijlgansouders bijzonder territoriaal zijn. De aanblik van een soortgenoot werkt als een rode lap op een stier. Luid snaterend worden indringers met grof geweld verjaagd. Ze moeten wel, want het leven van hun kuikens hangt ervan af. Alleen de meest onverdraagzame nijlganzen slagen erin jongen groot te brengen. Daardoor zijn alle nijlganzen tegenwoordig zo.

Geen broedseizoen

In Afrika kennen nijlganzen geen broedseizoen. De enige voorwaarden voor het leggen van eieren zijn de aanwezigheid van water en voedsel. Nederlandse nijlganzen hebben het wat dat betreft een stuk makkelijker. Water is hier overal en het gras is altijd groen. Het gevolg is dat hier in ieder jaargetijde eieren kunnen worden gelegd. Zo kan het gebeuren dat we in de kerstvakantie kuikentjes van slechts enkele dagen zien. Uitgekomen in een bedje van stro, en zo. Hoe is het gesteld met hun overlevingskansen? Als de winter hard toeslaat is het met ze gedaan, maar dankzij het steeds milder wordende klimaat gaat het vaker goed. Vooral in de stad, waar het toch net iets minder koud is, wagen de ganzen het er soms op.

Ongewenst

Veel mensen zien het niet zitten met al die nijlganzen. “Dat geschetter is niet om aan te horen, het zijn agressieve krengen en ze horen hier bovendien niet thuis,” zeggen ze. Is die slechte reputatie terecht? Andere watervogels lijken er niet onder te lijden. Het zijn dan misschien wel onsympathieke buren, maar ze zijn wel handig voor het verjagen van honden en reigers. Bovendien, meerkoeten zijn ook geen lieverdjes. Soms moet zelfs de nijlgans het ontgelden wanneer hij de toorn van een lokale meerkoet over zich af heeft geroepen. Dan slaat hij op de vlucht voor de veel kleinere zwarte driftkikker.

Toegegeven, dat gesnater op de vroege ochtend is niet echt fijn als je je eigenlijk nog een keer wilt omdraaien. Maar goed, er zijn nog wel ergere geluiden te vinden in de Rotterdamse soundtrack, zoals snerpende tramsporen of vuurwerkbommen. Nee, wat veel mensen de nijlganzen pas écht aanrekenen is hun Afrikaanse herkomst. Alsof zij er iets aan kunnen doen dat hun voorouders zijn ontvoerd naar een ander continent. Nee, onze kerstkuikens in diaspora kunnen maar beter nog even veilig onder moeders vleugel blijven. Het is een vijandige wereld.

Je kunt deze banner wegklikken...

... maar je kunt ook lid worden van Vers Beton voor 7,50 euro per maand. De eerste maand lees je gratis.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Andre

André de Baerdemaeker

André de Baerdemaeker (1979) kwam als schoffie van Zuid in aanraking met de zieke en gewonde vogels van Vogelklas Karel Schot. Misschien werd hij daarom wel biologieleraar. Later ruilde hij zijn krijtje in voor een verrekijker: hij werd ecoloog bij Bureau Stadsnatuur en onderzoekt Rotterdamse levensvormen. Bij voorkeur wanneer de zon schijnt.

Profiel-pagina
Screenshot-20170723-161008

Esther Lankhaar

Illustrator

Esther Lankhaar heeft een achtergrond in de jeugdhulpverlening en het maatschappelijk werk en werkt nu als illustrator.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.