Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Govert van der Heijden – Waardevolle Wildernis – 2022
Beeld door: beeld: Govert van der Heijden

De komende jaren investeert de gemeente, soms in samenwerking met marktpartijen, fors in nieuwe groene plekken in de stad. Zo worden er acht grote Stadsprojecten uitgevoerd, die grofweg te verdelen zijn in twee categorieën: grote nieuwe parken op Zuid (drie stuks) en groene ingrepen op strategische stenige plekken aan de andere kant van de rivier (vijf in totaal). De vreemdste uit die tweede categorie, en in ieder geval de meest sliertige, is de transformatie van het historische viaduct van de Hofpleinlijn tot een extreem lange groenstrook: het Hofbogenpark.

air_logo_groot

Lees meer

Mogelijk gemaakt door

Dit artikel is tot stand gekomen dankzij het Architectuur Instituut Rotterdam

Eind vorige week maakte de gemeente Rotterdam het voorlopige ontwerp voor het Hofbogenpark openbaar. Met dat ontwerp, uiteengezet in een lijvig document, is er een belangrijke mijlpaal bereikt in het proces dat van een deel van de oude spoorlijn tussen Rotterdam Centrum en de Scheveningse zee, een groene ader gaat maken. Tussen 1907 en 2006 tuften er deftige rijtuigen vol dames en heren over het hoge viaduct. Vanaf 2023 kan er te voet door de lucht worden geflaneerd in de Agniesebuurt.

Gekoesterde droom

De Hofpleinlijn weer in gebruik nemen is voor sommigen in de stad een lang gekoesterde droom. Zo speelde een verbinding tussen het stadscentrum en Hilligersberg via het in onbruik geraakte viaduct al een rol in de plannen voor de Luchtsingel, waarmee ontwerpbureau ZUS in 2011 het Stadsinitiatief won. Uiteindelijk werd, als onderdeel van dat initiatief, de eerste 130 meter van het viaduct in gebruik genomen. Eerst incidenteel als evenementenlocatie en later als openbaar toegankelijke groene stadsruimte. Op deze plek, boven het oude station, achter de voormalige Shellgebouwen aan het Hofplein, is het dak breed. Hier is, op en rondom een overgebleven perron, ruimte voor een serieus park. 

Maar de rest van het viaduct is veel smaller: het dek is, afgezien van een tweede kleine verdikking ter hoogte van het Eudokiaplein, ongeveer acht meter van zijkant tot zijkant. Binnen zo’n smal gebied is een kwaliteitsvolle, genereuze groene invulling dus niet vanzelfsprekend.

Toch zijn de ambities van de ontwerpers hoog. Al maakt het park vooralsnog niet meer de geplande sprong over de snelweg, maar eindigt vrij bruusk bij het tankstation aan de Gordelweg. Er zal in het Hofbogenpark niet alleen ruimte zijn voor wandelen en verpozen, maar ook voor flora en fauna dankzij een ‘natuurinclusieve inrichting’. Daarbij horen ook systemen voor waterberging en andere vormen van klimaatadaptatie, waarvoor weinig andere plekken te vinden zijn in de behoorlijk volgebouwde wijken waar het viaduct doorheen loopt.

Ecologie

Die uitdagende waaier aan wensen is de schuld van – en ook de reden voor het gunnen van de ontwerpopdracht aan – de Rotterdamse ecobouwkundigen van De Urbanisten. Zij ontwierpen onder andere ook het waterbergende Benthemplein vlakbij het begin van het Hofbogenpark. Het ontwerp van de Urbanisten, opgesteld in samenwerking met DS Landschapsarchitecten en de Dakdokters, omschrijft een indrukwekkende hoeveelheid aan ingrediënten, en plaatst die sierlijk op het viaduct. 

De ruggengraat van het ontwerp is een onafgebroken wandelpad door het midden van een groenstrook. Aan weerszijden van dat pad liggen perronachtige verdikkingen waarop kan worden uitgerust, gespeeld, gepraat, en de Rotterdamse skyline kan worden bewonderd. Het park krijgt op 13 verschillende plaatsen trappen vanaf de straat, en op 4 plekken komt een lift.

Wat het meeste opvalt in de plannen is de zoektocht naar een nieuw soort wisselwerking tussen mens en natuur in de stad. Het Hofbogenpark is vormgegeven als een min of meer verwilderd landschap waarin natuurlijke functies een hoofdrol spelen: de juiste omstandigheden voor inheemse aanwaaiende planten, beschutting en voedsel voor dieren, een zo natuurlijk mogelijk systeem van waterberging en zuivering. Die houding spreekt tot de verbeelding: té vaak is namelijk de ecologische waarde van stedelijk groen, die essentieel is voor een leefbare en aangename stad, ondergeschikt aan de drang om alles aan te harken en in het gareel te maaien. Maar in dit geval speelt het groen een actieve rol als toevluchtsoord voor allerhande planten en dieren waar mensen de stad mee delen. Deze aanpak maximaliseert ook de positieve effecten van stedelijk groen – zoals het verminderen van hittestress. Kortom: de zwevende strook ontharkt landschap speelt een rol die ver voorbij de randen van het viaduct reikt.

Dat reiken over de rand moet ook letterlijk worden genomen: de straten rondom het viaduct (Vijverhofstraat, Banierstraat, Voorburgstraat, Insulindestraat) spelen ook een rol van grote betekenis in het ontwerp. Op elke tekening wordt de hele ruimte tussen de gevels aan beide zijden van het viaduct gezien als een onlosmakelijk onderdeel van de parkruimte. Dat betekent niet dat de wildernis binnenkort door de brievenbus bij de omwonenden naar binnen komt, maar wel dat het groener en aangenamer wordt op de nu nog volgetegelde straten. Maar de tekeningen maken óók zichtbaar dat het succes van het Hofbogenpark in termen van bezoekersaantallen, op de begane grond voelbaar gaat worden – in positieve en in negatieve zin.

Economie

Die grensoverschrijdende invloed van het plan is ook van economische betekenis. Iedere in het Hofbogenpark geïnvesteerde euro doet de waarde van het omliggende vastgoed mogelijk stijgen. Dat zal voor voor ontwikkelaar en appeltaartmagnaat Dudok (eigenaar van de Hofbogen en samen met de gemeente opdrachtgever voor het Hofbogenpark) vast een belangrijke reden zijn geweest om in te stappen in het project.

Dudok kocht het viaduct in de zomer van 2019 van de vorige eigenaren: woningcorporaties Havensteder en Vestia (de bogen onder het dek) en spoorbeheerder ProRail (het viaduct zelf). Die verkoop volgde op de conclusie van de corporaties dat hun zelfbenoemde missie geslaagd was: van het viaduct een bruisende ruggengraat van de buurt maken. Het beheer van de bogen zal door nieuwe eigenaar Dudok als “goede huismeester” worden voortgezet en in de toekomst dus worden vervolmaakt met het Hofbogenpark. Daarbij zal Dudok volgens hun eigen ambitiedocument steeds als voortrekker opereren. Maar de precieze verdeling van plichten, verantwoordelijkheden en lasten tussen ontwikkelaar en gemeente is tot op heden niet openbaar gemaakt.

Dudok zal er op rekenen dat huismeester en voortrekker spelen zich, evenals investeringen in het Hofbogenpark, ruim gaat terugverdienen – een gedachte die ongetwijfeld is ingegeven door de New Yorkse High Line. Dat project, óók een tot wandelpromenade omgetoverd viaduct, heeft geleid tot buitenissige huurstijgingen (en bijbehorende gentrificatie-problematiek) in de omringende stadsblokken. Omdat de High Line en het Hofbogenpark op een aantal fundamentele punten verschillen lijkt het me niet verstandig een directe vergelijking te maken, maar ook in Rotterdam zal met blijdschap (Dudok) én vrees (buurtbewoners) over de toekomstige huurprijzen in de Agniesebuurt en Bergpolder worden gedacht. Maar of de ontwikkelaar er financieel verstandig aan heeft gedaan zich met dit toch wel uitdagende project te bemoeien kan alleen de toekomst uitwijzen.

Ik kan me voorstellen dat de toch wat smalle schoen op deze plek begint te wringen: een maximaal natuurinclusief Hofbogenpark is namelijk niet een Hofbogenpark dat leidt tot de grootste waardestijgingen. Of tot de meest lucratieve horeca in, op en om de bogen. Het eerste vraagt om een zekere terughoudendheid in beheer en menselijke aanwezigheid, terwijl het tweede juist vraagt om een op maximale drukte ingerichte luchtboulevard. 

Ergens daartussenin zweven de belangen van buurtbewoners. Die verdienen aan de ene kant een fantastisch nieuwe groene ruimte, maar aan de andere kant mogen ze niet worden geconfronteerd met overlast of onbetaalbare woningen als een gevolg van de aanleg daarvan. De rol van de gemeente Rotterdam als behartiger van publieke belangen is dus zoals altijd erg belangrijk: investeringen in openbare ruimte, en zeker investeringen met publiek geld, moeten altijd het belang van de gemeenschap dienen.

Ondertussen is het succes van het Hofbogenpark, in welke vorm dan ook, geen uitgemaakte zaak. In het project komen een aantal klassieke uitdagingen bij de aanleg van groen in Rotterdam, en ook van publiek toegankelijke ruimte op hoogte, naar voren. Beheer en beheersbaarheid zijn bijvoorbeeld lastig in de lucht, blijkt onder andere uit de recente staat van de Luchtsingel en het strikte sluitingsregime van verscheidene groene daken in de stad. Ook documenten over het Hofbogenpark benoemen al een nachtelijke sluiting om overlast en gevaarlijke situaties te voorkomen. Daarnaast moet er rekening worden gehouden met omwonenden: het klassieke concept van sociale veiligheid door eyes on the street van Jane Jacobs zal ook op 8 meter hoogte werken, maar al die nieuwe voorbijgangers moeten andersom niet leiden tot al te veel eyes in the slaapkamer.

Ook Technisch is de aanleg van een landschap op een monumentaal dak (waarin ook nog eens waterpartijen zijn opgenomen) ongetwijfeld een grote uitdaging – net als onderhoud plegen aan een constructie die binnenkort onder een dikke laag aarde ligt, propvol met waardevolle en kwetsbare biodiversiteit. 

Het goede nieuws is dat er steeds meer kennis voorhanden is over de aanleg en beheer van groen op daken, en dat er deze keer geen zweem van tijdelijkheid of gedeeltelijkheid over het project hangt: het Hofbogenpark is er voor altijd, en voor de volle twee kilometer. Die twee dingen samen betekenen dat er serieus, en ook op een verstandige manier, kan worden geïnvesteerd in ruimte die niet alleen duurzaam is in groene zin, maar ook wat betreft bestaansduur. Het Hofbogenpark kan dus langzaam en voorzichtig groeien: resultaat in de toekomst is deze keer niet ondergeschikt aan een door korte looptijd ingegeven spoed.

Balans tussen belangen

Wat het Hofbogenpark kan (of zelfs moet) worden is verbonden met wezenlijke vragen over het Rotterdam van de toekomst. Hoe gaan we om met de voortdurende groei, die de stad mooier en leefbaarder maakt, maar ook minder toegankelijk als we niet oppassen? Hoe gaat Rotterdam om met ruimtelijke uitdagingen rondom infrastructuur en leefbaarheid? En met uitdagingen rondom het klimaat? Waar ligt in de toekomst de balans tussen publieke en private belangen, en tussen de gemeente en andere partijen bij het vormgeven van het stedelijk landschap? En misschien wel het meest belangrijk in dit geval: hoe wensen de menselijke bewoners zich in de toekomst te verhouden tot dierlijke en plantaardige Rotterdammers?

Om met die laatste vraag te beginnen: het plan voor het Hofbogenpark stelt een behoorlijk radicaal concept voor, waarbinnen de natuur in zekere zin plaatselijk voorrang krijgt op de mens. Daar staat tegenover dat stedelijk groen niet langer iets is dat alleen leuk is om naar te kijken: de natuur betaalt de ruimte die haar wordt gegeven terug in zogeheten ecosysteemdiensten. Die diensten zijn, onder andere: waterberging en -zuivering, beschutting voor een groot aantal zeldzame en nuttige stadsdieren, koelte en schaduw in een opwarmende stad, de bestuiving van bloemen en planten in de buurt, en groene recreatie. Op een dergelijke manier kijken naar stedelijke natuur zal voor sommigen wennen zijn, en is misschien ook niet overal en altijd een goed idee, maar het uitvoeren van het experiment Hofbogenpark is volgens mij zeer waardevol bij het vinden van antwoorden op bovenstaande vragen.

Dat het Hofbogenpark een sterk en uniek karakter krijgt is ook van sociaal-economische waarde. Misschien kan de betekenis van het viaduct voor de buurten waarin het ligt, op dezelfde manier vorm krijgen als de groene inrichting: door geleidelijke, duurzame groei. Met de nadruk op inheemse ingrediënten en bestaande lokale kwaliteiten. Zo is het ook begonnen: met de eerste huurder van een boog in 2010 startte de waardecreatie op lange termijn. Op die manier krijgt het park ook in maatschappelijke zin de kans om zich stevig te wortelen. Dan kan de balans tussen mens en natuur – en tussen groene, sociale en economische belangen – er een worden van collectieve regie en voortdurende, gezamenlijke bijsturing. Voor die nieuwe balans, die een nieuwe manier van kijken naar stedelijke groene ruimte en stadsontwikkeling belichaamt, kan dan een mooie term worden bedacht door iemand die daar goed in is.

Het Hofbogenpark zal, als alles goed gaat, het volgende bewijs worden van het Rotterdamse talent voor gedurfde en grensverleggende ruimtelijke projecten. Anders dan anders is het deze keer nodig om naar binnen te kijken, in plaats van naar de rest van de wereld. Want vreemd genoeg ligt de iconische waarde van het Hofbogenpark in een introverte lokaliteit. Dat geldt voor de maatschappelijke scope van het project, maar zeker ook voor de ecologische, die een hoofdrol moet gaan vervullen waarbij inheemse kwaliteiten centraal staan. 

Kijken naar de rest van de wereld – naar begroeide viaducten in de Verenigde Staten, Korea of Parijs bijvoorbeeld – heeft weinig zin. De reden daarvoor ligt voor de hand: New York is New York, Parijs is Parijs en Rotterdam is, hoe je het ook wendt of keert, Rotterdam.

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de maandelijks architectuurnieuwsbrief!

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Over het dossier Architectuurkritiek

De verleidelijke plaatjes en ronkende teksten over nieuwbouw vliegen je om de oren. Credo’s als #Makeithappen en ‘Bouwen, bouwen, bouwen’ bevestigen het stoere imago van Architectuurstad Rotterdam. Maar hoe pakken toekomstdromen uit in de praktijk? Vers Beton onderwerpt plannen en ontwerpen van vastgoedjongens en architecten aan een reality check en geeft – indien nodig – ongezouten kritiek.

Dit dossier is mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. Deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel. (Meer info)

Vers Beton – Soyeon Lee – Vergroeing – 2021

Lees meer

Liever één boom op de grond dan tien in de lucht

Architectuurkritiek over groen op gebouwen en greenwashing van bouwprojecten.

Je kunt deze banner wegklikken ...

... maar je kunt ook lid worden van Vers Beton voor 7,50 euro per maand. De eerste maand lees je gratis.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Tim-Peeters

Tim Peeters

Tim Peeters (1985) studeerde bouwkunde aan de Technische Universiteit Delft. Als oprichter van ontwerpstudio Spangen ontwerpt en onderzoekt hij de complexe relatie tussen het stedelijk landschap, architectuur, en populaire cultuur in de vluchtige moderne stad. 

Profiel-pagina
govert

Govert van der Heijden

Illustrator

Govert van der Heijden (1985) is een Rotterdamse illustrator. Mede door de omgeving waarin hij opgroeide, is Govert al van jongs af aan gefascineerd door stedelijke en industriële landschappen. Dit komt goed van pas in zijn werk als stedenbouwkundig illustrator. Govert zet ideeën, concepten en ontwerpen om in sfeervolle artist impressions en illustraties. Kijk voor dit werk op www.govart.nl. Daarnaast maakt hij zwart-wit tekeningen en schilderijen van zijn geliefde stad Rotterdam. Dit werk is te vinden op de website van www.artofrotterdam.com

Profiel-pagina
Lees één reactie
  1. Profielbeeld van Wim van de Poll
    Wim van de Poll

    Bij mijn afscheid van de Dienst Stadsontwikkeling in 2002 hadden collega’s serieus het idee om het toen nog in gebruik zijnde Hofbogenspoor te vervangen door een fietspad. Hoewel over de volle lengte gewoon op straat goed te fietsen is daar, langs leuke zaakjes in De Bogen. Nu al jaren leeft het idee om er de langste bloembak van Europa van te maken. Dat is al verstandiger…..goed voor vlinders en nestelende vogels plus het uitzicht voor bewoners op de verdiepingen.
    Wandelen en water en zitbankjes op die lijn schiet echter weer door…..op 8m breedte, en meer inkijk dan uitzicht….
    Mijn voorstel is om er weer lightrail te laten rijden, niet meer naar DenHaag maar naar Berkel-Zoetermeer-Alphen ad Rijn. Kunnen de R’dammers fijn naar Archeon en GroeneHart……en bewoners van daar ontdekken de kleer+schoenmakers, bloemisten en horeca van de Hofbogen. Bij Melanchtonweg een afzwaaier linksaf naar Airport, Overschie en Schiedam CS.
    Groen blijft uiteraard welkom, langs de randen, zoals in Shanghai de highways over de volle lengte omhangen zijn door luchtfilterend groen.
    De parallelle tramlijn Schiekade kan vervallen, zodat daar water terug kan komen……of een wandelpromenade op middenberm.
    Dit als voorbeeld voor een totale conceptuele revisie van het lightrailnet voor R’dam. Gesprekken hierover had ik oa met “de gemeente” in maart+sept 2021. Via UDLab.nl site komt de uiteindelijke visie “naar buiten” in feb 2022.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.