Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
FLB_20220119_O8A4888
Beeld door: beeld: Florian Braakman

De aanloop naar 17 januari, de uiterste aanmeldingsdatum voor wijkraad-kandidaten, toonde maar weer eens hoe gespannen de relatie tussen politiek en ambtenarij in Rotterdam is.

Zo vroeg de voorzitter van de Rotterdamse VVD-fractie begin december een actualiteitendebat aan over het ‘ronselen van wijkraadsleden door de ambtenarij’. Want, schrijft fractievoorzitter Lansink-Bastemeijer, ‘wij ontvangen verontrustende signalen dat ambtenaren in dienst van de gemeente actief mensen in hun eigen netwerk aansporen om zich kandidaat te stellen. Daarmee ontstaan straks mogelijk wijkraden met conflicterende belangen tegenover de ambtenarij, waarvan zij een tegenmacht moeten zijn’.

Het VVD-verzoek leidde uiteindelijk tot een kort debat op 16 december en tot brede steun voor de motie Wijkraden voor iedereen (ingebracht door VVD, D66, CDA en Leefbaar Rotterdam). Die motie zet de Rotterdamse ambtenaren stevig terug in hun hok: zij mogen onder geen beding deelnemen aan wat in de motie ‘aselecte benadering’ werd genoemd. Dat betekent zoveel als ‘op de persoon gerichte oproepen vanuit het ambtelijk apparaat en het faciliteren in het organiseren van bijvoorbeeld ondersteuningsverklaringen’. 

De motie illustreert precies wat er voor veel Rotterdamse politieke partijen met de komst van de wijkraad blijkbaar op het spel staat: het verlies van hun alleenrecht op het mobiliseren van kandidaten in de lokale democratie. De afschaffing van de deelgemeente en installatie van de gebiedscommissie in 2014 brak al een lans voor deelname door ‘niet-politieke’ organisaties. En nu bij de wijkraad gaat het in de eerste plaats om de persoon en is het optioneel voor kandidaten om een ‘politieke voorkeur achter hun naam te zetten of aan te geven dat zij lid zijn van een vereniging of maatschappelijke organisatie’.

Geheel in lijn met het (post-)moderne denken over politiek zou ideologie dus hooguit een rol spelen in de wijkraad wanneer kandidaten het besluiten als strategisch communicatie-accessoire in te zetten. 

Weerstand

Deze degradatie van lokale politiek stuitte, niet verwonderlijk, op weerstand. Vooral van die partijen voor wie lokale ‘oren en ogen’ belangrijke legitimiteit aan de standpunten van de lokale fracties gaven. Of voor wie de deelgemeentelijke en gebiedsgebonden politiek als een belangrijke opstap voor het ‘echte’ werk op de Coolsingel wordt gezien. Die weerstand werd door een aantal partijen al expliciet geuit bij de behandeling van het plan Wijk aan Zet in de gemeenteraad. 

Dat deden de partijen heel strategisch: niet door kritisch te zijn op de vaardigheden of competenties van niet-politieke Rotterdammers of op hun eigen rol, maar door de pijlen te richten op ambtenaren. Om met de woorden van – toen nog VVD-fractievoorzitter – Vincent Karremans tijdens de raadsbehandeling in juni 2021 te spreken: “Eigenlijk willen [Rotterdammers] gewoon dat we een beetje meer Rotterdammer-gericht werken. Dan gaat het niet over Rotterdammer-gericht werken door 120 leden van een gebiedsorgaan; dan gaat het over Rotterdammer-gericht werken door 12.000 ambtenaren.

Die strategie zien we ook terug in de motie Wijkraden voor iedereen, waar het gebruik van de term “ambtelijk apparaat” eerder militaristische dan bureaucratische connotaties oproept. En die strategie was ook zichtbaar in het door Denk, VVD en Leefbaar Rotterdam aangevraagde actualiteitendebat met de wethouder op 13 januari jongstleden. Naar aanleiding van niet-bevestigde bronnen dat, vijf dagen voor de sluitingsdatum van de kandidaatstelling, pas 170 aanmeldingen voor de Wijkraden binnen waren gekomen, werd het vuur op datzelfde gemeentelijke monster geopend. 

Zo sprak Leefbaar-lid Eline Duijm-Wickerhoff over de wijkraad als een “keuze […] om de lokale democratie radicaal te destabiliseren” en hekelde de “ambtenaren die Rotterdammers pro-actief benaderen voor de wijkraad”. Ze noemde het een “puinhoop”, waarvoor de “oplossing ligt bij de politieke partijen, het maatschappelijke middenveld en de eenvoud. Zij hebben het netwerk om Rotterdammers te enthousiasmeren, te motiveren en te enthousiasmeren. Dat was zo, dat blijft zo en dat blijkt ook nu.”De lokale politiek wil haar eigen gelijk halen en haar eigen sleutelpositie in mobilisatie behouden, zo lijkt het, door ‘De Coolsingel’ te reduceren tot metafoor voor de ambtenarij die zich een ongeoorloofde rol in lokale democratie toe-eigent.

Maar juist een aantal Rotterdamse sleutelfiguren in wat Duijm-Wikkerhoff het “maatschappelijke middenveld” zou noemen, ziet diezelfde Coolsingel als de belichaming van partijpolitiek. Hoewel geen van deze sleutelfiguren overweegt zich te kandideren voor de wijkraad, waren veel van hen aanwezig in de vele digitale bijeenkomsten die in december en januari in de verschillende wijken georganiseerd werden. Uit interesse, betrokkenheid en om hun hulp aan te bieden. Zij zien de Coolsingel eerder als het ideologische krachtenveld dat Rotterdamse burgerkracht in de weg staat.

Betrokkenheid bij de wijk

Eén van die sleutelfiguren is Robbert de Vrieze, die dit krachtenveld beschrijft als een “machinerie” en “opleidingsmachine” die “extractief” is.  En die, door politieke debatten dicht te timmeren, tot “sleetse discussies” en “ingesleten perverse ideeën” heeft geleid. De Vrieze erkent de waarde van lokale politieke partijen en in zijn werk voor de gebiedscommissie vanaf 2014 tot nu bouwde hij goede contacten met verschillende (stads)fracties op. Toch memoreert hij lachend tijdens ons interview hoe hij en zijn collega “boehoe!” riepen, als tijdens een vergadering van de gebiedscommissie andere leden hun inbreng begonnen met een zin als “wij van de PvdA”. Hij wilde ze daarmee stimuleren om vanuit de kennis van en betrokkenheid bij de wijk te spreken, en niet vanuit partij-verband. 

Ondanks wat hij het “gemankeerde systeem” noemt, zag ik De Vrieze een week voor ons interview bij de digitale informatiebijeenkomst voor Bospolder-Tussendijken (BoTu) op 7 januari. Die was georganiseerd om potentiële kandidaten voor de wijkraad te informeren. De Vrieze was daar aanwezig om het “niet-politieke” netwerk van WIJ Delfshaven aan te bieden aan mogelijke kandidaten. Daarover zegt hij later: “Ik heb mijn corvee gedaan. Maar ook ik heb dit alleen kunnen doen, omdat ik op de schouders van anderen kon staan. Nu moet ik mijn kennis en ervaring doorgeven aan anderen.”

Dat de traditionele politiek niet vanzelfsprekend relevant is voor de lokale democratie, en deze zelfs tegen kan werken, vindt ook Carolina Castro. Maar net als De Vrieze, was ook zij aanwezig bij de online bijeenkomst. Om haar hoop voor de wijkraad uit te spreken en haar hulp aan te bieden. Maar ook om haar zorgen te uiten. 

FLB_20220119_O8A4884
Beeld door: beeld: Florian Braakman

Geloof in lokale democratie

Ik ontmoet Carolina Castro in het Bollenpandje1 in BoTu, een plek waar activiteiten en evenementen met buurtbewoners ontwikkeld worden. Castro, oprichter van Stichting Veerkrachtige Gemeenschap, zit er die vrijdagochtend samen met Tonny van Sommeren, van het Zelfregiehuis, die zich in het Bollenpandje voorbereidt op de komst van drie broodbakken. Daarin wordt oud brood uit de buurt verzameld om vervolgens omgezet te worden in groene energie.   

Hoewel Castro stelt dat de representatieve democratie “dood” is, gelooft ze in lokale democratie, in lokale economie en in kleinschaligheid. Ze kan zich niet kandideren voor de wijkraad in BoTu want ze woont niet in de wijk. Desondanks voelt ze zich heel verantwoordelijk voor het mobiliseren van kandidaten: ze is bang voor “politisering” van de wijkraden en vreest voor kandidaten “zonder intentie of passie voor het opbouwen en ontwikkelen” van de wijk. 

Ze heeft altijd goed samengewerkt met de gebiedscommissie Delfshaven, en noemt Ineke Palm (lid namens de SP), een “heldin van de wijk”. Toch bekritiseert ze de  “capaciteiten” die met de representatieve democratie geassocieerd worden. “Het is heel talig, heel cognitief, te veel op de ratio, terwijl er veel andere talen en verschillende soorten intelligenties zijn om een systeem van lokale democratie op te bouwen, en die veel meer eer doen aan de leefwereld van de wijkbewoners.” 

Met die alternatieve intelligenties bedoelt Castro bijvoorbeeld: zorgvuldig en met investering van tijd en emotie sociale relaties opbouwen. Ze maakt zich daarom zorgen dat er vanuit de Gemeente zo weinig tijd en investering is geweest om de optie van de wijkraad goed te laten bezinken en landen in de wijken. Castro was dan ook vooral bij de digitale wijkraadpraat voor BoTu op 7 januari, om te kijken wat zij in dit “kort-dag-verhaal” kon betekenen in het helpen en mobiliseren van goede mensen in de wijk. Ook om te zorgen dat “niet dezelfde mensen weer meedoen”.  

Na de Wijkraadpraat-avond gin Castro op zoek binnen haar netwerk van actieve community builders in BoTu. Dat zijn van oudsher vooral vrouwen en moeders. Zij lieten weten dat het onmogelijk is om binnen zo’n kort tijdsbestek te besluiten of ze zich kunnen en willen committeren aan een werkvorm die zo ver afstaat van de hunne. Bijvoorbeeld door de nadruk op vergaderingen, vooral in avonduren, wanneer zij andere (zorg)taken en verantwoordelijkheden hebben. Toch blijft Castro hoopvol en wil ze zorgen dat de wijkraad slaagt, door het organiseren en mobiliseren van een soort “wijkraad voor de wijkraad”.

Koploper

Maar wordt die verantwoordelijkheid voor de wijkraad en het mobiliseren van de juiste mensen en ook zo gevoeld buiten Delfshaven (wat een lange historie van actieve buurtnetwerken- en initiatieven heeft en daarmee vaak als koploper binnen Rotterdam wordt gezien)? Daarom ga ik van het westen naar het oosten van de stad, en kom daarmee onvermijdelijk uit bij een andere Rotterdamse burgerkracht-bekendheid: Marjanne van Ginneken. Zij richtte tien jaar geleden Makers en Doeners op, een netwerk gericht op ‘samenredzaamheid’. In hun eigen woorden: “de eerste stevige vorm van Doe-democratie die het regie over eigen leven en buurtje terugpakken van de overheid”.

Ik tref Van Ginneken in haar woning in Oosterflank. In haar zitkamer, die grotendeels bestaat uit zelf vervaardigde, gerecyclede en ge-upcyclede meubels en stoffering, vertelt ze me over hun eigen “krachtnetwerk”. Dat is ondertussen uitgestrekt over de regio Rotterdam, en bestaat volgens Van Ginneken uit de “echte professionals”. Volgens haar degenen “die hun weg weten te vinden” en zich niet laten ontmoedigen door pogingen, vanuit professionele netwerken, lokale politiek en de gemeente, om “mensen die participeren, echt participeren, te straffen”.

En juist de vastberadenheid en strijdbaarheid van mensen binnen hun grote netwerk maakt van Ginneken optimistisch: over een toekomst waarin de usual suspects niet langer vanzelfsprekend zijn. Ze heeft de brede consultatie en gesprekken over Wijk aan Zet, waaruit het idee voor de 39 wijkraden is ontsproten, dan ook, naar eigen zeggen, “strategisch” aangegrepen om vooral lokale politieke partijen buiten spel te zetten. “Dat hele systeem, ze zitten in een machinerie, hè. Dat draait allemaal lekker voor hun gevoel, ze zijn fantastisch bezig, twijfelen geen moment aan zichzelf”. Ze blikt lachend terug: “We hebben gedacht, we gaan er flink positief over zijn. En wij houden dus nu eigenlijk met onze stemming al die negatieve gebiedscommissieleden op afstand, die gaan we eens even flink voor de voeten lopen. We hebben bewust onze stem over die van hen heen gegooid”. 

Van Ginneken biedt, net als De Vrieze en Castro dat doen, kandidaten de steun en “dekking” van het netwerk aan. Ze wil de wijknetwerken en wijkraden daarmee “van binnenuit” versterken.

Machtstoename

Maar betekent dit dat versterking alleen van buiten het bestaande ‘systeem’ kan komen? Nee, zegt Femke Bouwer-van Schie, die ik spreek in haar werkplaats op het meest zuidelijke puntje van IJsselmonde. Bouwer-Van Schie is in veel opzichten een product van de lokale politiek. Ze verhuisde jaren geleden met haar gezin naar IJsselmonde en was vastberaden om zich voor de wijk in te zetten. Ze was actief als buitenlid van GroenLinks voor de gebiedscommissie, en stapte in toen daar een plek beschikbaar kwam. Ze werkte succesvol met alle politieke kleuren en gremia samen, door “soms ongenuanceerde communicatie en zaken met wat meer nuance bespreekbaar te maken”.

Desondanks voelt Bouwer-van Schie zich, net als De Vrieze, Castro en Van Ginneken, verantwoordelijk voor het slagen van de wijkraad. “Ik kan me geen cynisme, veroorloven”, zegt ze, en ze is “nog lang niet klaar” met haar werk voor IJsselmonde. Ze heeft daarom besloten zich te kandideren voor de wijkraad, vanuit een nieuwe politieke affiliatie: met VOLT. Het was Bouwer-Van Schie, en niet de partij, die voorstelde actief na te denken over deelname vanuit VOLT aan de wijkraden. Juist omdat de partij geen “partijgeschiedenis” heeft en een “nieuwe politiek van burgercontact” zo hoog in het vaandel heeft.

Hoewel ze “in eerste instantie Femke is, en ook van VOLT is”, vindt Bouwer-Van Schie een kandidaatstelling vanuit (politieke) affiliatie juist belangrijk. Het maakt voor de wijk, de netwerken en het electoraat zichtbaar en transparant welke bredere waarden en overtuigingen haar inspireren. Zodat ze niet “de ene dag het een, en de andere dag het ander” vindt. 

En daarmee legt Bouwer-Van Schie de vinger op een zere plek voor Rotterdam. Want hoe heeft het zo ver kunnen komen dat een politieke kandidaatstelling voor een wijkraad mogelijk nadelig kan zijn? Waarom is ‘politiek’ zo’n vies woord geworden in een stad waar het juist, meer dan ooit, om strijd en belangen zou moeten gaan? En daarin lijkt het antwoord te liggen.

Niet zozeer politiek, maar strijd is in Rotterdam een vies woord geworden. Een synoniem voor politici en ambtenaren die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Voor ‘De Coolsingel’ die naar buiten zegt te kijken, maar vooral naar haar navel staart. En voor de frustratie en tegenwerking die zoveel Rotterdammers ervaren wanneer ze laten zien dat ze, beter dan wie dan ook, weten wat werkt en wat kan. De rehabilitatie van strijd, als cruciale smeerolie voor een gezonde lokale democratie: dat is wat er op 16 maart aanstaande op het spel staat. 

stemmen-in-de-stad-DEF

Stemmen in de stad

Dit onderzoek is een samenwerking van Vers Beton met Vital cities & citizens van de Erasmus Universiteit. Het is onderdeel van Stemmen in de Stad, een programmareeks over invloed en zeggenschap van Rotterdammers rondom de Gemeenteraads-verkiezingen van 2022 van Arminius, OPEN Rotterdam en Vers Beton. Stemmen in de stad is mede mogelijk gemaakt door de gemeente Rotterdam, deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel.

#StemmenInDeStad

UITGELICHTD54262BB-D4C7-4762-868A-AD791167EA64

Lees meer

Vers Beton volgt de belofte(n) van de nieuwe Wijkraad: help mee aan ons onderzoek!

Hebben Rotterdammers echt meer recht van spreken als er in maart 39 Wijkraden komen?

Verder lezen?

Word lid van Vers Beton voor €7,50 per maand. De eerste maand lees je gratis!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Het bollenpandje is een van de weinige overgebleven monumentale panden in de Rosier Faassenstraat en stond lange tijd leeg. Door haar ligging onder straatniveau heeft het pand vaak met wateroverlast te kampen. ↩︎
engelbert_jiska_square

Jiska Engelbert

Jiska Engelbert (1979) werkt aan de Erasmus Universiteit. Ze is gefascineerd door de invloed van public relations en urban branding op beleid en besluitvorming in de (slimme) stad. Op deze plek zal ze kritisch door die bril naar ontwikkelingen in Rotterdam kijken.  

Profiel-pagina
braakman

Florian Braakman

Fotograaf

Florian Braakman (1988) is een autonoom-documentair fotograaf. Fotografie is een manier om vragen te stellen en grip te krijgen op onze snelle alledaagse realiteit. De poëtische, associatieve en verhalende kracht van het beeld staan centraal in zijn werk.

Profiel-pagina
Lees één reactie
  1. Profielbeeld van Ype Akkerman
    Ype Akkerman

    Ik gooi deze er nog maar even in. http://Www.pedeng.nl/gericht

    Vanaf juni 2021 ben ik lid van de Wijkraad Feijenoord als zij-instromer en daarvoor zette ik me als actieve bewoner in voor de vorming van de jeugd in mijn wijk. Ik heb me niet herkiesbaar gesteld. Vier jaar vechten de bierkaai van het Rotterdamse beleidsapparaat ga ik niet trekken.

    Met mijn inzet voor de wijk heb ik veel te maken met het Timmerhuis; juist op het sociaal domein zou je een grote Rotterdammergerichtheid verwachten en sensitiviteit voor wat onder burgers en in de wijken leeft. Maar misschien laten die er wel het meest bij zitten. Wie van het Timmerhuis iets wil stuit al snel op de man met de hamer.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.