Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
cody hochstenbach__05
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Cody Hochstenbach doet sinds 2013 onderzoek aan de UvA naar gentrificatie in Amsterdam en Rotterdam. Nu, vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen, verschijnt zijn boek ‘Uitgewoond’ bij uitgever Das Mag. Zijn vurige betoog is gestoeld op jeugdervaringen (zijn vader was twee jaar lang dakloos) maar vooral op eigen onderzoek en internationaal onderzoek naar de woningmarkt.

Hochstenbach stelt dat het Nederlandse woningbeleid op een aantal hardnekkige mythes is gebouwd. Hij keert zich tegen beleidsmakers die zich verschuilen achter omfloerste termen als ‘de gemengde wijk’ of ‘de stad in balans’. In de praktijk legitimeert menging of balans, slechts de afbraak van sociale huurwoningen, nooit heeft het tot gevolg heeft dat sociale huurwoningen in dure wijken verrijzen, concludeerde Hochstenbach. 

De veelgehoorde roep om meer middeldure huurwoningen, als oplossing voor de wooncrisis, doet Hochstenbach af als een eufemisme voor simpelweg te dure huur. “Wat is een woning van 40 m2 voor 800 euro per maand anders?” Ook van het argument dat (middel)dure woningen de doorstroming op de woningmarkt vooruit zouden helpen is hij niet onder de indruk: “Als iemand ergens gewoon prettig woont, waarom zou doorstromen voor diegene dan een doel moeten zijn?”

Hochstenbach constateert dat de huidige generatie Nederlandse bestuurders, waaronder de huidige Rotterdamse wethouder Kurvers (VVD), zich niet begaan voelt met de arbeidersklasse. Met als gevolg dat de huidige wooncrisis hen het hardst treft. Hochstenbach wijt dat aan de geprivilegieerde positie van die bestuurders: “Ze worden zelden persoonlijk geraakt door de woningnood, sommigen hebben er zelfs direct profijt van.”

Het interview vindt op Hochstenbach’s verzoek dichtbij de Tweebosbuurt plaats, omdat hij na afloop de buurt nog wil bezoeken. Sinds hij enkele mensen in die buurt leerde kennen, laat het drama hem niet los. Een dag na het interview wil hij er nog iets over kwijt. Hij mailt: “In het boek ‘Ze hebben mijn vader vermoord’ stelt de Franse schrijver Édouard Louis dat voor de politiek meestal weinig aan de levens van de bovenlaag verandert terwijl voor de onderklasse de politiek zeer ingrijpende – soms verwoestende – invloed op hun levens kan hebben. Als je door de Tweebosbuurt loopt snap je wat hij bedoelt, een politieke ingreep heeft hier een hele buurt vernield en mensenlevens overhoop gehaald. Of zoals bewoner Edwin Dobber zei, toen de sloop begon: ‘Er wordt een stukje uit mijn hart gesneden’.”

Je stelt dat de woonpolitiek een klassenpolitiek is. Leg eens uit?

“Hoewel politici anders doen geloven, is de huidige woonpolitiek heel erg ideologisch. De koopwoningmarkt is hevig gesubsidieerd, bijvoorbeeld in de vorm van hypotheekrenteaftrek en belastingvrije schenkingen van ouders.1 Door de alsmaar verder stijgende woningprijzen komen veel mensen door in de knel, terwijl de bezittende klasse ervan profiteert. Het systeem stelt hen in staat grote winsten te behalen wat een vliegwiel van ongelijkheid in gang zet. Je ziet dus dat klassenverschillen tot uitdrukking komen in de woningmarkt en andersom helpt de woningmarkt ook klassenverschillen te vergroten.”

Dat sociale huurwoningen bestemd zouden zijn voor het armste deel van de bevolking noem je een mythe. Is dat dan niet zo?

“Inmiddels wel, want het is een self fulfilling prophecy geworden. Maar wie terugkijkt in de geschiedenis van de volkshuisvesting zal zien dat die is gebouwd op het idee dat ook middeninkomens toegang tot een huurwoning moesten hebben. Het woord volkshuisvesting is rond 1901, het jaar dat de Woningwet werd ingevoerd, bedacht met een ruime bandbreedte voor ogen, niet alleen lage inkomens.”

Je schrijft: Huizenkopers stemmen in vergelijking met huurders veel vaker op de VVD of Forum voor Democratie of andere rechtse partijen. Is het stimuleren van eigenwoningbezit een strategie van rechtse partijen om stemmen te winnen?

“Niet expliciet, je zult ze er niet op betrappen. Maar ze zijn zich er wel bewust van, de VVD voorop. Als je naar de praktijk kijkt dan zijn alleen al in Rotterdam in 20 jaar tijd 25.000 sociale huurwoningen verdwenen, waarvoor in de plaats bijna alleen maar koopwoningen zijn gekomen. Er komen dus meer woningbezitters bij die vaker op rechtse partijen stemmen en minder sociale huurders die doorgaans links stemmen: een zichzelf versterkende cirkel.”

cody hochstenbach__09
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Wat vind je ervan dat de middenklasse zich pas sinds enkele jaren laat horen, sinds de problemen die eerst alleen sociale huurders troffen, hen nu ook treffen?

“Ik heb er een dubbel gevoel bij. Het is wrang om te constateren, maar het onderwerp komt erdoor wel op de agenda te staan. Aan de andere kant is het risicovol dat de middenklasse maatregelen verzint om zichzelf vooral te helpen en de laagste inkomens nog steeds buiten de boot vallen. Het liefst wil je dat de woningcrisis zo min mogelijk mensen raakt.”

Dan naar Rotterdam. De gemiddelde woning hier kost minder dan vier ton, terwijl het landelijk gemiddelde boven de vier ton ligt. Zijn de gestegen huizenprijzen in Rotterdam dan wel zo problematisch, of is er sprake van een inhaalslag?

“Het is belangrijk te onderkennen dat in acht jaar tijd, de woningen in Rotterdam twee keer zo duur zijn geworden! Daarnaast heeft Rotterdam gemiddeld kleinere woningen en relatief veel bewoners met een laag inkomen, dus is het niet gek dat woningen onder het gemiddelde blijven. En waarom worden prijsstijgingen eigenlijk met applaus ontvangen door een stad, is de betaalbaarheid van woningen niet juist een positief signaal? In Berlijn woonde ik samen met mensen die maar een paar dagen in de week betaald werk hoefden te doen om de rest van de week bijvoorbeeld muziek te kunnen maken. Dat wil je toch, dat mensen hun creativiteit kunnen ontwikkelen? Alleen consultants en bankiers, dat is pas de doodsteek voor elke stad.”

Je schreef in 2015 een evaluatie van de Rotterdamwet (ofwel: de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek) samen met Wouter van Gent en Justus Uitermark. Wat was toen je beeld van de stad?

“De gentrificatie was hier al flink aan de gang. Van alle wijken in Amsterdam en Rotterdam stond Katendrecht bovenaan qua snelheid van gentrificatie. Ik heb toen ook de Rotterdamse politiek leren kennen. Ik vond de Rotterdamwet echt stuitend, wat (internationale) collega’s bevestigden als we erover spraken. De wet schort de namelijk de vrijheid van vestiging op, een grondrecht. Dat werd goedgepraat omdat de problematiek op Zuid ook extreem zou zijn.”

Jullie conclusie was dat de Rotterdamwet geen enkel aantoonbaar effect had op de veiligheid en de leefbaarheid van wijken. Maar blijkbaar maakte dat weinig indruk op bestuurders: de loopduur van de wet is verlengd, meer en meer gemeenten maken er gebruik van. Hoe kan dat?

“Ik heb daar twee verklaringen voor. Ten eerste verwarren bestuurders het doel – de leefbaarheid en veiligheid verbeteren – met het middel: de bevolkingssamenstelling sturen. Zij zijn tevreden als nieuwe bewoners de wijk instromen, maar daarmee verheffen ze het middel zelf tot doel. Ten tweede willen veel politici daadkracht uitstralen. Ze zien de wet als krachtig middel daarvoor. Het invoeren van een wet is bovendien goedkoper dan, bijvoorbeeld, een hele wijk slopen.” 

Is het doel van het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid – om Zuid naar het gemiddelde niveau van de vier grote steden te brengen op gebied van wonen, werk en onderwijs – een goed doel?

“Als je dat doet door de zittende bewoners te helpen, dan vind ik het een mooi streven. Maar je hebt ook gewoon goedkopere wijken in de stad nodig. Misschien moeten Nesselande en Hillegersberg dan ook richting het gemiddelde gaan. Uit onderzoek blijkt dat dure wijken meer gesegregeerd zijn dan goedkope wijken. Rijken hebben de neiging zich af te zonderen, maar dat wordt nooit geproblematiseerd, in tegenstelling tot wijken met een arme bevolking.”

cody hochstenbach__11
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

In 2017 schreef je op Vers Beton al dat de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de Rotterdamse woningmarkt kelderde door toedoen van de overheid. Je vindt het onverstandig dat Rotterdam vooral voor de middenklasse bouwt, en nauwelijks sociale huurwoningen. Rotterdammers hadden dit in 2016 in een referendum over de Woonvisie kunnen tegenhouden, neem je ze dat kwalijk?

“Nee, in elk geval niet op individueel niveau. Weinig huurders hebben lijntjes naar de politiek. Als je je niet serieus genomen voelt dan heb je misschien niet de mentale energie om te gaan stemmen. En bovendien zijn weinig mensen in straten of volkswijken waar sloop dreigt, zich bewust van hun rechten. Als je verhuurder je dan vraagt of je ‘wilt dat je buurt er mooier op wordt’, dan zeg je geen nee, terwijl het in werkelijkheid betekent het dat je je woning kwijt raakt.”

De Rotterdamwet is rond 2003, toen Leefbaar Rotterdam net aan de macht kwam, op basis van racistische motieven ontstaan, schrijf je in je boek. De wet moest migranten met een laag inkomen uit probleemwijken weren, door mensen met een laag inkomen (of werklozen) een woning in deze wijken te kunnen ontzeggen. Je haalt toenmalig Leefbaar-leider Marco Pastors aan, die pleitte voor een ‘allochtonenstop’ en een ‘hek rond de stad’. Recent nam Richard Moti, de Rotterdamse lijsttrekker van de PvdA, in de NRC afstand van de wet. Toch wilde hij niet stellen dat de wet bewust mensen uitsluit op basis van afkomst.

“Het is in elk geval goed dat hij onderkent dat de wet discrimineert, daarvoor waarschuwden ook de Raad van State al in 2005 en het Europese Hof in 2017. De hele totstandkoming van de wet laat ook zien dat die op mensen met een migratieachtergrond is gericht. Die geschiedenis gaat zelfs verder terug. In de jaren zeventig heeft het stadsbestuur naar aanleiding van rassenrellen in de Afrikaanderwijk ook al geprobeerd het aantal gastarbeiders per wijk te beperken. Dat ging overigens niet omdat het in strijd met de mensenrechten was.”

Je schrijft dat je hoopt op meer collectieve woede. Beantwoordt de beweging ‘Recht op de Stad’, die tegelijk met de sloop van de Tweebosbuurt is opgestaan, hieraan?

“Woede die je individueel ervaart leidt vaak ook tot individuele oplossingen, omdat je elkaar als concurrenten ziet. Woningnood is geen individueel, maar een collectief probleem. Een dakloze zestiger en thuiswonende twintiger hebben veel gemeen. Wat ik heel knap vond aan de bewoners van de Tweebosbuurt, is dat ze bleven benadrukken dat het niet alleen om hen ging maar ook andere buurten aan de beurt zouden komen. Zij proberen te benadrukken dat het structureel was. Recht op de Stad is rondom dat buurtprotest als collectief protest ontstaan. Ik heb veel bewondering voor de beweging die aan het ontstaan is, ook in andere steden.”

Zou je ooit Minister van Volkshuisvesting willen zijn? 

“Partijpolitiek past niet echt bij me. Bovendien vind ik het protest in de Tweebosbuurt veel politieker dan wat er in een raadszaal of in de Tweede Kamer gebeurt. Het laat zien dat je van onderaf iets kunt afdwingen. De verhuurderheffing bijvoorbeeld wordt niet alleen afgeschaft omdat woningcorporaties zich er massaal tegen keerden, maar vanwege de aanzwellende maatschappelijke druk.”

Op 23 februari is Cody Hochstenbach te gast in debatcentrum Arminius voor een debat met David Madden en Gwen van Eijk over de wooncrisis.

Meer info & tickets
uitgelichtDSC_7266

Lees meer

Wat sloopplannen voor je buurt doet met vertrouwen in de politiek

De derde aflevering van onze serie in aanloop naar de verkiezingen.

  1. Annotatie: Ook wel de jubelton genoemd: ouders mogen eenmalig een bedrag van maximaal € 106.671 (€ 105.302 in 2021) aan een kind schenken voor de aankoop of verbouwing van een eigen woning en betalen daarover geen schenkbelasting. ↩︎
Teun van den Ende

Teun van den Ende

chef architectuur & stedelijke ontwikkeling

Teun van den Ende laat zich niet graag leiden door hypes, maar gaat juist op zoek naar de lange lijnen in de ontwikkeling van Rotterdam – en ook andere steden trouwens. Teun combineert populaire cultuur met historisch onderzoek naar de stad.

[email protected]

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Fotograaf

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina