Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
Slavernijmonument_Da-Costa_Rotterdam-Rosanne-Dubbeld-2
Slavernijmonument van Alex da Silva Beeld door: beeld: Rosanne Dubbeld

De afgelopen jaren staat het koloniale en slavernijverleden van Nederland hoog op de politieke agenda en speelt het ook in de samenleving een grote rol. Verschillende steden deden onderzoek naar hun rol in het koloniale en slavernijverleden, Rotterdam startte als eerste dit proces in 2017. Voor Amsterdam en Rotterdam legden deze onderzoeken de basis voor het aanbieden van excuses van het stadsbestuur voor dit verleden: Amsterdam deed dit in juli 2020, Rotterdam zo’n anderhalf jaar later. 

Dit waren grote stappen voorwaarts, maar hoe zat het de afgelopen twintig jaar? De eerste vijftien jaar van de 21ste eeuw was er in de politiek weinig aandacht voor het koloniale en slavernijverleden van Nederland of Rotterdam. In 2001 werd voor het eerst spijt betuigd voor het Nederlandse aandeel in het slavernijverleden op een antiracisme-conferentie in Durban, Zuid-Afrika. In de Tweede Kamer werd er vervolgens weinig aandacht besteed aan deze spijtbetuiging. Wel was er veel aandacht voor de oprichting van een Nationaal Slavernijmonument. De vraag hiervoor kwam vanuit de samenleving door middel van een petitie van de Stichting Sophiedela, een beweging voor Afro-Europese vrouwen, waarna de politiek het oppakte. Op 1 juli 2002 werd het monument onthuld in het Oosterpark in Amsterdam. 

In 2002 werd, paradoxaal en ironisch, ook vierhonderd jaar Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) herdacht en gevierd

In 2002 werd, paradoxaal en ironisch, ook vierhonderd jaar Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) herdacht en gevierd. Deze compagnie had bij haar oprichting in 1602 het alleenrecht om te handelen en koloniseren in Azië gekregen van de Staten-Generaal, waarbij geweld niet geschuwd werd. Bij deze herdenking was er alleen maar aandacht voor de positieve kanten van de VOC. Er was geen interesse voor de slavenhandel waar de compagnie in participeerde, noch voor de VOC als kolonisator. Hierna werd er in de samenleving steeds kritischer naar het koloniale, en specifiek het VOC-, verleden gekeken. Voorbeelden hiervan zijn de uitspraak van Jan Peter Balkenende over de VOC-mentaliteit tijdens de Algemene Beschouwingen in 2006 en de discussie rondom het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn, rond 2010. In de landelijke en lokale politiek kwam dit allemaal nauwelijks ter sprake. Ook over de zwartepietendiscussie en onderliggende racismevraagstukken, hielden de politici zich stil in deze periode.

Ere wie ere toekomt

In Rotterdam kwam er pas in 2009 in de gemeenteraad aandacht voor het slavernijverleden. Op initiatief van Peggy Wijntuin van de PvdA kwam er een monument op de Lloydkade dat in 2013 werd onthuld. Ook kreeg de herdenking van het slavernijverleden op 30 juni een formele status van burgemeester Aboutaleb. Hierna gebeurde er in de gemeenteraad weinig op het gebied van het koloniale en slavernijverleden. 

CK2A2182_1

Lees meer

Peggy Wijntuin speelde sleutelrol in erkenning slavernijverleden: “Ik wilde verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst van deze stad”

Interview met Peggy Wijntuin die pleitte voor zichtbaarheid van het slavernijverleden.

Pas in september 2017 werd dit verleden weer op de agenda gezet door schriftelijke vragen onder de noemer ‘Ere wie ere toekomt’. Deze vragen werden gesteld naar aanleiding van de voorgenomen naamswijziging van het Witte de With Centrum voor Hedendaagse Kunst. Het instituut had besloten haar naam te veranderen vanwege de rol die De With had gespeeld als marineofficier in zowel de VOC als de West-Indische Compagnie (WIC). Het college van Burgemeesters en Wethouders werd gevraagd naar haar visie op de vernoeming van gebouwen, straten en beelden naar controversiële personen. Hierop werd geantwoord dat de geschiedenis niet verwijderd moet worden door deze zaken uit het straatbeeld te halen. Ook vond het college dat zij geen bijzondere rol had in de publieke discussies rondom deze controversiële personen.

 

Het was een motie van wederom Peggy Wijntuin, ingediend op 9 november 2017, die bepalend bleek voor de rest van het verloop van de politieke aandacht voor het koloniale en slavernijverleden in Rotterdam. De motie ‘Rotterdams slavernijverleden geeft inzicht en verbindt’ verzocht het college van B&W om een onderzoek te starten naar het Rotterdamse koloniale en slavernijverleden. Er was nog maar weinig bekend over de rol van Rotterdam in dit verleden en daar moest dit onderzoek verandering in brengen. Bijna een jaar later werd het Koninklijk Instituut van Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) aangewezen om het onderzoek uit te voeren met als beoogde einddatum 31 juli 2020. Bijna drie jaar na het indienen van de motie werden de onderzoeken uiteindelijk gepubliceerd in de vorm van drie boeken: Het koloniale verleden van Rotterdam, Rotterdam in Slavernij en Rotterdam, een postkoloniale stad in beweging

Vers Beton – Ez Silva – onderzoek slavernij – 2020 medium

Lees meer

De groei van Rotterdam was verknoopt met slaven- en koloniale handel, laat nieuw onderzoek zien

Interview met onderzoeker Gert Oostindie over onderzoek koloniale verleden van Rotterdam

De uitkomsten van deze onderzoeken, namelijk dat Rotterdam een grote rol heeft gespeeld in het koloniale en slavernijverleden en daar ook flink van geprofiteerd heeft, zorgden ervoor dat de gemeente plannen ging maken over hoe ze wilde omgaan met dit verleden. Hierbij waren er drie uitgangspunten: het belang van deze geschiedenis wordt erkend, er wordt ingezet op dialoog en educatie en: het college gaat moeilijke onderwerpen niet uit de weg. In tegenstelling tot de bovengenoemde reactie op de schriftelijke vragen ‘Ere wie ere toekomt’ mengde de gemeente zich nu wél in de publieke discussie, door onder meer straatnamen en standbeelden met een koloniale connotatie van meer informatie te gaan voorzien. Ook ging de gemeente met ongeveer tweehonderd Rotterdammers het gesprek aan over de uitkomst van het onderzoek, de zogenaamde Stadsgesprekken. Hierbij ging het om de betekenis van het onderzoek voor zowel het heden als de toekomst. 

Katalysator

Naast de uitkomsten van de onderzoeken bleken ook de Black Lives Matter-beweging en bijbehorende demonstraties een katalysator voor de gemeente om zich bezig te houden met dit verleden en de hedendaagse gevolgen. Zo werd het al bestaande programma van racismebestrijding ‘Relax. Dit is Rotterdam’ uitgebreid met ‘Rotterdam tegen Racisme’. 

Ook werden er vanuit de gemeenteraad steeds meer kritische vragen gesteld en moties ingediend om verandering door te voeren. Twee voorbeelden hiervan zijn de schriftelijke vragen ‘Geen slavenhandelaar als voorbeeld succesvolle ondernemer’ en de motie ‘Maak de geschiedenis zichtbaar’. Die eerste vragen draaiden om de penning die elk jaar werd uitgereikt aan succesvolle Rotterdamse ondernemers: de Johan van der Veeken-penning. Uit de onderzoeken naar aanleiding van de motie Wijntuin kwam boven water dat Van der Veeken een deel van zijn fortuin had verdiend aan de slavenhandel. De twee raadsleden van Denk die de vragen stelden wilden weten hoe het college stond tegenover het feit dat een penning die vernoemd was naar een slavenhandelaar, werd uitgereikt aan succesvolle ondernemers. Hierop antwoordde het college dat het hele decoratiesysteem werd herzien. In oktober 2021 werd bevestigd dat de penning niet meer uitgereikt zou worden. 

De motie ‘Maak de geschiedenis zichtbaar’ verzocht het college om de geschiedenis van vernoemde personen in de publieke ruimte, zoals straatnamen en standbeelden, beter en duidelijk toe te lichten. Met de boeken over de Rotterdamse rol in het koloniale en slavernijverleden was er nu de kennis en informatie om deze dialoog aan te gaan. De motie werd aangenomen. Bijna een jaar later werd het besluit van het college bekend gemaakt: bij alle straatnamen en beelden wil Rotterdam een nadere toelichting plaatsen in de vorm van een qr-code. Het college koos ervoor om dit in alle gevallen te doen, zodat er geen onderscheid tussen ‘goed’ en ‘fout’ gemaakt kon worden. In januari 2022 werd hier een begin mee gemaakt.

Tegen excuses

Maar naast deze moties die om meer aandacht voor en veranderingen rondom het koloniale en slavernijverleden vragen, zijn er ook moties ingediend die het tegenovergestelde probeerden te bereiken. Dit gebeurde niet regelmatig. De desbetreffende partijen (voornamelijk Leefbaar Rotterdam en de PVV) stemden vaker tegen bovenstaande moties. Op 28 januari 2021 was er een debat in de gemeenteraad naar aanleiding van de ‘Collegereactie onderzoek slavernijverleden’. Hier werd een motie ingediend door de PVV, ‘Geen excuses voor niet-bestaand slavernijverleden Rotterdam’, waarin zij aangeven dat de betrokkenheid van Rotterdam altijd indirect is geweest. Zo zijn er geen schepen met tot slaafgemaakte mensen in Rotterdam geweest. Hierdoor zijn excuses niet nodig. Ook Leefbaar Rotterdam diende hier een vijftal moties in. Ook zij waren hierbij tegen excuses. Ook wilde de partij meer meningen horen over het aanbieden van excuses, niet alleen van de voorstanders. Daarnaast dienden ze een motie in waarbij ze weigeren om herstelbetalingen te betalen. Geen van deze moties werd aangenomen, net als zeven moties van Denk die voornamelijk over het maken van excuses gingen.

Op 10 december 2021, de Internationale Dag van de Rechten van de Mens, heeft burgemeester Aboutaleb namens het college van B&W excuses aangeboden voor ‘de deelname van de Rotterdamse vroedschappen aan het systeem van kolonialisme en slavernij’. Dit was naar aanleiding van de onderzoeken als gevolg van de motie Wijntuin, en verhalen van Rotterdammers over het koloniale en slavernijverleden en de betekenis daarvan. Het college gaf duidelijk aan als institutie verantwoordelijkheid te nemen (eerdere stadsbesturen maakten deze geschiedenis mogelijk) en geen beschuldigende vingers te wijzen naar individuen. 

In zijn speech benoemde Aboutaleb ook eventuele landelijke excuses. De Tweede Kamer is hier erg verdeeld over, maar het staat sinds 2016 op de agenda door verschillende moties die werden ingediend. Daarvoor werd er nauwelijks over gesproken. Sinds de Black Lives Matter-demonstraties in de zomer van 2020 wordt er meer over dit verleden en institutioneel racisme in de Tweede Kamer gesproken. Zo werd onder meer er bepaald dat 2023 een officieel herdenkingsjaar wordt voor de afschaffing van de slavernij. Ook willen steeds meer politieke partijen van Keti Koti een vrije dag maken. Na de spijtbetuiging in 2001 is er nu dus toch aandacht voor dit verleden in de landelijke politiek.

Eerst in de samenleving

De ontwikkelingen van de afgelopen twintig jaar laten zien dat het herdenken van het koloniale en slavernijverleden als eerste een plek in de politiek en samenleving kregen, voornamelijk in de vorm van een slavernijmonument, zowel landelijk als in Rotterdam. Daarna was het lange tijd stil. Door ontwikkelingen in de maatschappij of door individuen werd het pas weer op de agenda gezet. Zo realiseerde de politiek zich dat er weinig kennis was over het koloniale en slavernijverleden, en werd educatie steeds belangrijker. 

Maar ook de huidige doorwerking van dit verleden, onder andere in de vorm van institutioneel racisme, nam en neemt een plek in op de politieke agenda. Met de aankomende gemeenteraadsverkiezingen en de gemaakte excuses wordt het afwachten of het de komende tijd op de politieke agenda blijft staan in Rotterdam. 

Verkiezingsgesprek op 21 februari over het koloniale verleden

Wat zijn de plannen van de politieke partijen in Rotterdam voor de komende vier jaar? Naast de plannen in de verkiezingsprogramma’s zullen de partijen ook ondervraagd worden tijdens het Verkiezingsgesprek op 21 februari. Gedurende dit gesprek, georganiseerd door stichting Gedeeld Verleden, Gezamenlijke Toekomst en Vers Beton, bevragen jongeren en studenten de politici over hun visie op de doorwerking van het koloniale en slavernijverleden van hun stad. 

Lees meer

Verkiezingsgesprek History Matters

Verkiezingsgesprek over hoe we om moeten gaan met de koloniale geschiedenis van deze stad.

Vers Beton – Daan Timmer – Wat valt er te kiezen – 2022

Lees meer

Wat zeggen de politieke partijen over samenleven, diversiteit en integratie?

Vers Beton vat de verkiezingsprogramma's voor je samen per thema in aanloop naar 16 maart.

Verder lezen?

Word lid van Vers Beton voor €7,50 per maand. De eerste maand lees je gratis!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Mijn god in Sranantongo, de Surinaamse taal. ↩︎
  2. Ketenen gebroken in Sranantongo, de Surinaamse taal. ↩︎
  3. 0.38 ↩︎
  4. LHBTQIA+ staat voor lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender, queer, intersekse en aseksueel. ↩︎
Maartje Hids

Maartje Hids

Maartje Hids is historicus en studeerde af op het slavernijverleden. Ze is nu gastredacteur bij de Stichting Gedeeld Verleden Gezamelijke Toekomst.

Profiel-pagina
Rosanne Dubbeld

Rosanne Dubbeld

Rosanne Dubbeld (1987) is psycholoog en fotograaf, en combineert die twee identiteiten graag in haar werk en privéleven. Denk aan het fotograferen van ‘mens en gedrag’, of series als ‘hoe kijken verschillende mensen naar hetzelfde kunstwerk?’ Momenteel maakt ze buiten Vers Beton websites voor mensen met autisme. Verder kun je haar verblijden met spannende kunst en pure chocola.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.