Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
FLB_20220315_O8A7445
Bankjes voor de Riederlaan, Hillesluis. Alle plekken op de foto’s in dit artikel zijn ontstaan door buurtinitiatieven, mede mogelijk gemaakt door geld van de gebiedscommissie. Beeld door: beeld: Florian Braakman

Rotterdam kent een rijke traditie van innovatieve bewonersinitiatieven, met toegankelijke en laagdrempelige subsidiepotjes van het Opzoomer-programma en de gebiedsorganen. Bewoners ‘activeren voor initiatieven’ – één van de taken van de nieuwe wijkraden – zou dus geen enkel probleem moeten zijn. Maar het budget en de regie voor grotere burgerinitiatieven is weggehaald bij de nieuwe wijkraden. Besluitvorming over toekenning van subsidies gaat na de verkiezingen via het digitale platform Mijn Rotterdam.

In de gesprekken die ik voor de eerste twee artikelen van deze serie voerde, kwamen bewonersinitiatieven vaak ter sprake. Niet omdat bewonersinitiatieven en de gemeentelijke subsidiestructuur an sich tot zorgen leidden. Helemaal niet zelfs. Maar omdat sommige gebiedscommissieleden de behandeling van iets grotere aanvragen zouden misbruiken voor machtspolitiek. Een aantal geïnterviewden gebruikte zelfs de term ‘tribunaal’, vooral wanneer zij voorbeelden aanhalen van bewonersinitiatieven die voor een gebiedscommissie moesten verschijnen. Waar ze dan vervolgens met de spreekwoordelijke vloer gelijk gemaakt werden.

Ook het onlangs aan de gemeenteraad gepresenteerde eindrapport van bestuurskundigen van de Erasmus Universiteit over Rotterdamse bestuursmodellen, Sterker door Strijd, merkt dit verschijnsel op. Al doen de EUR-onderzoekers dat in meer eufemistische termen. Want waar binnen gebiedscommissies doorgaans de wijkmanagers aanvragers begeleiden en klaarstomen voor groen licht en toekenning, observeren de onderzoekers dat ‘in sommige gebieden de toekenning van budget aan bewonersinitiatieven een meer interactief proces tot het laatste moment is, waarbij individuele leden van gebiedsorganen een grotere rol spelen’. Dat kan volgens hen ‘tot wrevel bij bewoners leiden op het moment dat in het openbaar uitvoerig over  hun specifieke initiatief wordt beraadslaagd’. In hun rapport verwijzen de onderzoekers dan ook naar één van hun eerdere conclusies, ‘dat het wellicht beter is om de gebiedsorganen wel de kaders te laten stellen voor initiatieven maar de zakelijke afdoening bij de gebiedsorganisatie neer te leggen’, ofwel: bij de ambtenaren.

De gemeentelijk interpretatie van dit advies is, op zijn zachtst gezegd, opmerkelijk te noemen. Want in de verordening van de wijkraden is het budgetbeheer- en toekenning voor bewonersinitiatieven in zijn geheel weggehaald bij dit gebiedsorgaan. En is de toekenning van aanvragen voor bewonersinitiatieven boven de (Opzoomer-grens van) 2500 euro gedelegeerd naar tweejaarlijkse stemrondes op Mijn Rotterdam. Op dat platform kunnen Rotterdammers volgens de omschrijving ‘meedenken, meepraten, meedoen en meebeslissen over onderwerpen die u interessant vindt’.

Minstens zo opmerkelijk is dat wethouder Vermeij aangaf, toen ze in maart behoorlijk wat kritiek ontving op deze overheveling en digitalisering tijdens een debat in Arminius, dat dit ‘op advies van de Erasmus Universiteit’ was gebeurd. Dat werd overigens direct ter plekke ontkend, door één van aanwezige hoofdonderzoekers van de Erasmus Universiteit. 

Herco Kruik, Lokale Culture Programmering (LCP)-coördinator van Overschie zette ter plekke ook vraagtekens bij de gevolgen van de nieuwe manier van subsidies toekennen. “Voor bewonersinitiatieven kan dit voor problemen zorgen, vooral de twee meetmomenten per jaar lijken me problematisch”,  licht hij later toe. Ook Sylvia van Aartsen van Cultuur Concreet (dat in alle Rotterdamse wijken behalve Overschie voor de cultuur zorgt) uit haar zorgen over de nieuwe manier van grote subsidies verstrekken. “De eerste stemronde is pas 1 juli, dat is te laat voor veel organisatoren die iets willen doen in de zomer. Ook moeten stemmers inloggen met hun DigiD. We vrezen dat de laagdrempeligheid er vanaf gaat.”

FLB_20220315_O8A7478
De Buurvrouw, Schiebroek * Beeld door: beeld: Florian Braakman

E-democracy

Digitale platforms zijn goed in democratische beloftes verkopen. Deze vorm van e-democracy zou het imago van de ontoegankelijke of weinig responsieve ambtelijke bureaucratie kunnen wegnemen. Ze staan immers altijd ‘aan’ en suggereren daarmee een immer beschikbare overheid. Vooral zouden ze bewoners daarmee in staat stellen om als actief burger, meer dan eens in de vier jaar, van zich te laten horen. 

Het heeft iets weg van de gigantische en onvoorziene ‘hoge opkomst’ bij het (digitale) stemmen op kandidaten van Big Brother en Idols rond de eeuwwisseling. Populaire cultuur haalde plots de stemopkomst te halen die democratie niet voor elkaar kreeg. In navolging daarvan dachten vooral landelijke politici de representatieve democratie een eer te bewijzen door zichzelf ook steeds meer volgende populaire cultuur te profileren.  

Maar het grote probleem van deze e-democracy platforms is dat ze in de regel niet veel meer mogelijk kunnen en willen maken dan consultatie. Ofwel: dat ze gemakkelijk vooraf opgestelde opinies, stellingen of projecten peilen of beoordelen, maar geen open en organische discussies laten bloeien. Dat heeft natuurlijk van alles te maken met de technische beperkingen en mogelijke functionaliteiten van zo’n platform. Maar die beperkingen zijn niet alleen technisch of praktisch. 

Ze zijn en werken net zo goed ideologisch, zeker in de Rotterdamse context. De technologie van meedoen door met ‘ja, nee, heel erg mee eens of vreselijk mee oneens’ te antwoorden op stellingen of projecten leidt namelijk tot kwantitatieve output, die gretig aftrek vindt binnen (lokale) overheden die ‘data-gedreven’ willen werken. Dit kan makkelijk in de bedrijfsvoering van het ambtelijke apparaat worden verwerkt. Een gemeente kan zo stellen dat ze participatie mogelijk heeft gemaakt, maar hoeft per saldo niets aan haar eigen koers of werkwijze te veranderen.

Zelfde drive

De nu al aanwezige informatie en projecten op Mijn Rotterdam doen vrezen dat ook hier de logica van ‘meepraten’ en ‘meedoen’ gereduceerd wordt tot het bewegen binnen de kaders van door de gemeente vastgestelde stellingen, waarden en gesloten vragen.  

Zo kunnen kandidaat-wijksraadsleden zich bijvoorbeeld in aanloop naar de verkiezingen op Mijn Rotterdam enkel presenteren door te reageren op een drietal stellingen. Eén daarvan luidt bijvoorbeeld, ‘De samenwerking in de wijk vind ik belangrijk, omdat…’. Een dergelijke stelling suggereert al dat wijkraadskandidaten zich hebben gekandideerd omdat ze ‘samenwerking in de wijk’ belangrijk vinden. Zonder dat duidelijk is tussen wie of ten behoeve van wat samengewerkt moet worden. Het veronderstelt dat alle kandidaten, in alle 39 wijkraden, vanuit eenzelfde drive of overtuiging werken. 

Maar dat niet alleen. De reacties van de kandidaten op die stellingen zijn vervolgens gebruikt om onderschriften bij hun foto’s te genereren. Dat is handig, wellicht, om op de dag voor de verkiezing nog even alle ‘koppen’ te snellen en vergelijken. Zo’n (automatische) generatie doet echter veel meer. Het neutraliseert de zeer diverse en uiteenlopende beweegredenen en overtuigingen van kandidaten, aan de hand van een waarde die door de gemeente is vastgesteld.  

Op eenzelfde manier wordt op Mijn Rotterdam het meedenken voor nieuwe wijkvisies georganiseerd. Bijvoorbeeld die voor Carnisse. Het digitale projectdossier op Mijn Rotterdam, dat bijna afgerond is, belooft ‘samen te bepalen hoe de wijk er in 2035 uit moet komen te zien en wat daarvoor nodig is’. Een onderdeel daarvan is dat Carnissers ‘input’ mogen geven wat betreft hun woonbehoeften. Dat kunnen ze doen door te kiezen hoezeer ze het eens of oneens met een aantal stellingen zijn. Of door online een enquête in te vullen.

Wooncarrière

Maar ook hier vindt beknotting plaats, en wel in de definities of waarden van ‘wonen’. Want de gemeente ziet wonen hier niet als manier om onderdeel te zijn van een sociale gemeenschap, of om andere vormen van persoonlijke of maatschappelijke betekenis aan het wonen in de stad te ontlenen. In plaats daarvan, laten de vragen en stellingen zien, komt ‘het woonvraagstuk’ rechtstreeks voort uit het (addendum van) de Woonvisie uit 2018. Er wordt namelijk verondersteld dat Rotterdammers in hun leven een zogenaamde ‘wooncarrière’ binnen hun eigen wijk, bij voorkeur ‘op Zuid’, door moeten maken.

Er worden stellingen aangeboden, zoals ‘Ik ben momenteel op zoek naar een andere woning in Carnisse of verwacht dat binnen nu en 5 jaar te zijn’. En de survey peilt het antwoord op vragen als, ‘Indien u de komende 5 jaar wilt of verwacht te verhuizen binnen Carnisse of naar een andere wijk op Rotterdam-Zuid: gaat uw voorkeur uit naar een bestaande woning of naar nieuwbouw?’.

Het voorbeeld voor Carnisse laat zien dat Mijn Rotterdam hooguit ‘meedoen’ in wijkontwikkeling kan faciliteren vanuit de kaders en voorwaarden van de gemeente. Daarmee lopen dergelijke ‘digitale uitvragen’ het risico om vooral geïnterpreteerd te worden als data om de juistheid van die kaders en voorwaarden te stutten. Dat is bijvoorbeeld terug te zien in dit persbericht dat de gemeente Rotterdam uitstuurde na zo’n onderzoek.

FLB_20220315_O8A7413
Cultuurhuis Feijenoord, Stichting Kunst = Zinnig * Beeld door: beeld: Florian Braakman

Beknellende kaders

De beslissing om regie en toekenningsbevoegdheid weg te halen bij de wijkraden en dit proces over te hevelen naar een digitaal stem-platform is dus opmerkelijk. Niet in de laatste plaats omdat die beslissing door de gemeente uitgelegd wordt als strategie om bewonersinitiatieven tegen beknellende kaders en machtspolitiek te beschermen. Terwijl aan Mijn Rotterdam juist een logica van beknelling en beknotting ten grondslag ligt.

De beslissing is niet alleen opmerkelijk maar hij heeft vooral verregaande gevolgen. Zo zijn er slechts twee stemrondes per jaar en wordt de toekenning op basis van het (meeste) aantal stemmen. Dat betekent grote (financiële) onzekerheid. Zeker voor grotere en vaak terugkerende initiatieven, zoals muziek- en cultuurfestivals in verschillende Rotterdamse wijken. Maar ook voor lokale organisatoren en cultuurscouts die voor meer permanente cultuurvoorzieningen, bijvoorbeeld in Hoogvliet en Overschie, sterk leunen op co-financiering vanuit de gebiedsorganen.

En door stemmen op projecten op een digitaal platform, dat op zoveel vlakken een verlengstuk van de Coolsingel is, zijn bewonersinitiatieven niet langer het trotse Rotterdamse schoolvoorbeeld van collectieve burgerkracht. Maar worden ze het object van peilingen en likes. Alsof de echt lastige keuze in het leven, zoals destijds in Idols, die tussen Jamai of Jim is. 

Terwijl de échte innovatie moet liggen in het organiseren van vertrouwen in Rotterdammers. Zeker in die Rotterdammers die zich, met of zonder politieke partij tussen haakjes achter hun naam, verkiesbaar hebben gesteld als wijkraadslid. Die zich daarmee bereid tonen verantwoordelijkheid te nemen voor een set taken waarvoor mandaat en middelen op voorhand beperkt zijn.

Mijn advies aan hen: reclaim de bewonersinitiatieven. En beloon deze bewoners en hun initiatieven niet alleen, maar koester ze vooral.

* Alle plekken op de foto’s zijn ontstaan door buurtinitiatieven, mede mogelijk gemaakt door geld van de gebiedscommissie.

stemmen-in-de-stad-DEF

​​Stemmen in de stad

Dit onderzoek is een samenwerking van Vers Beton met Vital cities & citizens van de Erasmus Universiteit. Het is onderdeel van Stemmen in de Stad, een programmareeks over invloed en zeggenschap van Rotterdammers rondom de Gemeenteraads-verkiezingen van 2022 van Arminius, OPEN Rotterdam en Vers Beton. Stemmen in de stad is mede mogelijk gemaakt door de gemeente Rotterdam, deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel.

#StemmenInDeStad

Lees ook de eerdere delen in deze serie

Klik hier

Je kunt deze banner wegklikken!

... maar je kunt ook lid worden van Vers Beton voor € 7,50 per maand. De eerste maand lees je gratis.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

engelbert_jiska_square

Jiska Engelbert

Jiska Engelbert (1979) werkt aan de Erasmus Universiteit. Ze is gefascineerd door de invloed van public relations en urban branding op beleid en besluitvorming in de (slimme) stad. Op deze plek zal ze kritisch door die bril naar ontwikkelingen in Rotterdam kijken.  

Profiel-pagina
braakman

Florian Braakman

Fotograaf

Florian Braakman (1988) is een autonoom-documentair fotograaf. Fotografie is een manier om vragen te stellen en grip te krijgen op onze snelle alledaagse realiteit. De poëtische, associatieve en verhalende kracht van het beeld staan centraal in zijn werk.

Profiel-pagina
Lees 2 reacties
  1. Profielbeeld van Reidar Plokker
    Reidar Plokker

    Ik ben het volledig met de schrijfster eens. De wijkraden moeten de bewonersinitiatieven weer zo snel mogelijk naar zich toe trekken. Niet om er “macht” over uit te oefenen maar juist om in dialoog met bewoners te gaan over wat belangrijk is voor de buurt!

  2. Profielbeeld van Ype Akkerman
    Ype Akkerman

    Dit deugt dus van geen kant en bevestigt het beeld van een technocratisch Pyongyang aan de Maas. Een zoveelste voorbeeld van de groeiende maatschappelijke tweedeling in deze stad. Geregeerd door beleidsambtenaren die van toeten noch blazen willen weten.

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.