Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
powerhouse_bibliotheek_versbeton_lvd_4
Beeld door: beeld: Loes van Duijvendijk

Stel je voor: je wordt in een wildvreemde stad gedropt en je wil er achter komen waar je je begeeft, waar ga je dan naartoe? Loop de Centrale Bibliotheek binnen en je komt er snel genoeg achter in wat voor een stad je bent. De bezoekers -of beter gezegd: bewoners- in combinatie met de manier waarop de bibliotheek zich presenteert, tonen je de stadscultuur in gecomprimeerde vorm.

download

Lees meer

Mogelijk gemaakt door

Dit artikel is tot stand gekomen dankzij het Architectuur Instituut Rotterdam

De architecten van de Rotterdamse Centrale Bibliotheek Jaap Bakema (1914-1981) en Hans Boot (1924-2013) verstonden de culturele dimensie van hun opgave en gaven er bovendien een bijzondere vorm aan. Na bijna veertig jaar kiest de gemeente voor een grondige renovatie en uitbreiding, die behalve om praktische redenen (energiehuishouding, behoefte aan meer flexibiliteit) ook existentiële vragen opwerpt: van wie is de bibliotheek en hoe moet het gebouw daaraan uitdrukking geven?

De reikwijdte van die opgave is niet te onderschatten, dat zullen ook de vijf ontwerpteams die een schetsontwerp aanleverden zich beseft hebben. Vanwege het belang van dit publieke gebouw voor de stad, werd Rotterdammers gevraagd te reageren op de ontwerpen. Deze publieksconsultatie had echter geen formele status, een selectiecommissie besliste namelijk welk schetsontwerp won: een Noors-Rotterdams team, bestaande uit Atelier Oslo en Lundhagem, onder leiding van Powerhouse Company.

Crisis-erfgoed

Zij krijgen de kans te reageren op het illustere ontwerp uit de jaren zeventig, toen demokratie nog met een k werd geschreven en je in publieke gebouwen rustig een shaggie op kon steken. Bakema en Boot pasten hun ideeën over de open samenleving toe in hun ontwerp, al vonden sommige architecten hen niet radicaal genoeg. Dat leidde tot heftige discussies, met name op de Bouwkundefaculteit van de Technische Hogeschool (tegenwoordig de TU) Delft, waar het enige concurrerende ontwerp van ‘rationalist’ Carel Weeber (1937) veel waardering oogstte. “Waar Weeber erkende dat gebouwen drempels en deuren hebben, vertrouwde Bakema op de transparantie van de gevel, de voortdurende optimistische wisselwerking tussen gebouw en straat en op de afwezigheid van beveiligingsregimes”, duidt architect Hans van der Heijden in dit artikel.

Ook nadat de keuze voor het ontwerp Bakema en Boot definitief was, ging de ideologische strijd door. Dat was niet ongewoon in het architectuurdebat van destijds, dat hevig politiek gekleurd was. Daar overheen kwam de economische recessie van 1973, die zo’n tien jaar aanhield. Er was nauwelijks geld, dus als er al eens een opdracht voor een publiek gebouw langskwam, dan waren alle ogen daarop gericht. Of het nu door deze spraakmakende ontwerpgeschiedenis komt, of de uitzonderlijke vormgeving, het gebouw is inmiddels niet meer weg te denken uit Rotterdam.

Het zou zelfs als waardevol erfgoed gekoesterd moeten worden, vindt Johanna van Doorn van bureau SteenhuisMeurs, dat cultuurhistorisch onderzoek naar het gebouw deed, en zij niet alleen.

Het ontwerpteam

Het is opvallend dat de eer van de renovatie nu Powerhouse Company ten deel valt: het is niet het eerste bureau waar je aan denkt bij een bibliotheek. Hun portfolio bestaat hoofdzakelijk uit woongebouwen, villa’s, kantoren en een paar onderwijsgebouwen. Met welke strategie wisten zij hun concurrenten te verslaan?

Powerhouse-oprichter Nanne de Ru en een van de partners, Albert Richters, lichten dat graag toe. Zij deden uitvoerig onderzoek, daaruit bleek dat er veel wegbezuinigd en aangepast is ten opzichte van het originele ontwerp, waardoor bijvoorbeeld de gevel minder transparant is uitgevoerd. Maar hoe meer ze te weten kwamen, hoe meer respect ze ook kregen voor het ontwerp. “Ondanks de tekortkomingen is het toch een populair gebouw, iconisch zelfs. Het is als een oldtimer die aan een opknapbeurt toe is, we zijn eraan verknocht.”

Vanwege het gebrek aan ervaring in het ontwerpen van bibliotheken ging Powerhouse Company de samenwerking aan met de Noorse ontwerpbureaus Atelier Oslo en Lundhagem. De twee Noorse bureaus realiseerden in 2020 de nieuwe centrale bibliotheek van Oslo en kenden de Rotterdamse bibliotheek al van een werkbezoek in 2010. De Ru: “Dat bezoek leverde hen de bevestiging dat roltrappen werken.” Toch bleken de Noren ook uitgesproken over de mindere punten van de Rotterdamse bieb. De Ru: “Ze zeiden bijvoorbeeld ‘haal alsjeblieft al die boeken van achter de gevel weg’.”

Geen gedonder

In het schetsontwerp zijn de boeken inderdaad bij de gevels weggehaald. Ook zijn er andere overeenkomsten met bibliotheek van Oslo, zoals de grote open ruimtes en het lichte interieur. “Sommige aspecten hebben zich daar bewezen, die kan je overnemen,” vindt ook Theo Kemperman, directeur van de Bibliotheek Rotterdam. Hij blikt daarmee vooruit op het proces waarin hij samen met de architecten en de gemeente dieper op aspecten van het ontwerp in zal gaan: van technisch ontwerp en inrichting tot en met de programmering.

Tot de bekendmaking van de winnaar had Kemperman als lid van de selectiecommissie alleen formeel contact met de architecten. Met wie hij in de commissie zat, was aan de start niet bekendgemaakt. Inmiddels mag dat wel: behalve Kemperman en drie ambtenaren zaten er vijf externe adviseurs1 in de commissie.

powerhouse_bibliotheek_versbeton_lvd_2
Beeld door: beeld: Loes van Duijvendijk

De breed samengestelde en (deels) onafhankelijke commissie is onderdeel van de zorgvuldige aanpak van de gemeente. Dit moet voorkomen dat er gedonder uit breekt over een ongelijk speelveld, zoals bij de opdracht aan MVRDV voor het Depot Boijmans van Beuningen. Het blijft wel gissen welke 17 ontwerpteams de schifting naar de laatste ronde niet overleefden. Uit navraag bij de gemeente blijkt dat in elk geval Mecanoo daartoe behoort. Het ontwerpbureau van diverse internationale bibliotheken2 had “fantastische referenties“, toch sloten de referenties van de geselecteerde ontwerpteams beter aan op de vraag. Het enige dat Kemperman, die niet over de selectie van 22 naar vijf teams meebesliste, hierover kwijt wil is: “Ik heb nooit in mijn leven zo’n zorgvuldig geleid proces doorlopen.”

Waar Kemperman wel graag over vertelt, is hoe hij in het nieuwe gebouw bezoekers wil verwelkomen. Om de diverse Rotterdamse bevolking te verleiden naar binnen te stappen, moeten de condities optimaal zijn: “Het huidige pand is te hermetisch; je moet bij wijze van spreken eerst langs zes rijen fietsen, het glas is te donker, kortom, het kan veel uitnodigender. Bij de ontwerpen keek ik dan bijvoorbeeld naar hoe transparant het glas is, maar het is minstens zo belangrijk of je ook kunt zien wat er binnen gebeurt.”

Beelden te pixelig

Het is opvallend dat kosten noch moeite gespaard worden om vroegtijdig Rotterdammers te betrekken bij het ontwerpproces en een debat te entameren. Dat is het rechtstreekse gevolg van een raadsmotie van twee jaar geleden, die volgde op het in nevelen gehulde proces van de renovatie en uitbreiding van het Museum Boijmans van Beuningen, waarvoor Mecanoo de opdracht verwierf. Over de bibliotheek zouden Rotterdammers weer moeten kunnen meepraten, door in elke fase een publiek stadsgesprek te voeren.

Middels een online vragenlijst over de ontwerpvisies en een tentoonstelling in de bibliotheek konden bezoekers dit voorjaar hun mening vormen. Of dat een succes was, daarover verschillen de meningen; de online variant kwam niet goed uit de verf, op de gedetailleerde ontwerptekeningen moest je heel ver inzoomen waarna ze vervolgens te pixelig waren om te kunnen beoordelen. Ook was de vragenlijst lang, erg lang, of in de woorden van Kemperman ‘bijna een dagtaak’. Waarom deze vorm? “Wij wilden niet alleen vragen ‘welk ontwerp vind jij het beste?’, daar halen wij namelijk geen enkele informatie uit. De consequentie is dat je een niveau dieper moet gaan.”

Nu is het betrekken van publiek bij ontwerpvisies bij bouwprojecten geen sinecure en valt het te prijzen dat er tijd, geld en moeite in is gestoken. Toch is de jubeltoon die de bibliotheek aanslaat – “Expositie schetsontwerpen groot succes” – misplaatst als je weet dat maar weinig mensen het einde van de vragenlijst haalde. Kemperman wil de reacties echter wel degelijk inzetten in het vervolgproces: “Alle opmerkingen doen ertoe; als we met detailonderdelen bezig gaan, dan pakken we ze er weer bij.”

Doorontwerpen

In het vervolg wil Kemperman bovendien bezoekers ook echt de kans geven om ruimtes samen in te richten, bijvoorbeeld door aan jongeren te vragen wat zij belangrijk vinden bij het studeren. Daarvoor biedt het winnende schetsontwerp in zijn ogen voldoende ruimte, het borduurt namelijk voort op de flexibiliteit die in het oorspronkelijke ontwerp zat, maar deels verloren is gegaan: “In 1983 was deze bieb voor talloze steden een voorbeeld. Dat willen we opnieuw zijn en daarvoor moet je in kunnen spelen op een continu veranderende vraag.”

Hij wil ruimte maken voor diverse partners, bijvoorbeeld op gebied van media, onderwijs, of organisaties die ouderen ondersteunen. “Onze bezoekers vragen bijvoorbeeld hulp bij het invullen van formulieren of de communicatie met hun (klein-)kinderen. Dan heb je meer dan alleen een tafel en een computer nodig.” Ruimtes moeten niet te specifiek worden: “Ik wil niet alleen maar maker spaces met 3d-printers erin.”

In het winnende ontwerp ligt de nadruk op openheid. Dat levert fraaie uitzichten op door de vernieuwde glazen watervalgevel, die vanaf de zesde verdieping naar beneden golft. Ook veel andere kenmerken van het originele ontwerp blijven overeind, zoals de roltrappen en de gele buizen, ontworpen voor de luchtcirculatie. Waren er dan geen redenen om het ontwerp grondig te herzien? “Jazeker”, licht Richters toe, “door de diepte van de vloervelden moesten we een aantal dode hoeken in het ontwerp oplossen. En het gebouw doet het energetisch erg slecht.”

Gele buizen

De gele ventilatiebuizen zijn een verhaal apart, legt Richters uit. Ze zijn buitenom geplaatst om een vrije indeling van de vloeren mogelijk te maken, maar zijn energetisch gezien een ramp: “Verwarmde lucht wordt nu keihard door niet geïsoleerde buizen gejaagd, zodat het niet te snel afkoelt. Je hoort het systeem overal in het gebouw keihard blazen.” Waarom de gele buizen dan toch behouden? “Het past bij het gebouw. Bovendien kunnen we er behandelde lucht door afvoeren naar de nieuwe installaties in de kelder.”

Op de website van Delva landschapsarchitecten, ook onderdeel van het ontwerpteam, wordt aan de buizen wel erg veel betekenis toegedicht: “Ze worden verlengd tot op de grond en daarmee onderdeel van het straatbeeld, tastbaar en benaderbaar, en nog meer onderdeel van de identiteit van het gebouw.” Ook de speeltoestellen en de openbare route naar de – eveneens knalgele – kubuswoningen, kleuren in de artist impression geel. Echter, het ontwerp voor de buitenruimte blijkt nog in een prille fase te zitten en “vraagt nog de nodige aandacht”, vermeldt het persbericht.

Bezuinigingen

Aan het gebouwontwerp zal ook gesleuteld worden, maar niet te veel, want in competities als deze is daar beperkt ruimte voor. De verliezers zouden zich immers kunnen beklagen dat het ontwerp dusdanig veranderd is dat het niet meer lijkt op het origineel. Het is Powerhouse Company er dan ook veel aan gelegen om het ontwerp, ook in financieel opzicht, realiseerbaar te houden.

In dat opzicht is het saillant dat zij bijna twee miljoen euro boven de raambegroting van 75 miljoen zitten, overigens wel de laagste overschrijding3 van alle ontwerpteams. In de vervolgfase wordt een begroting gevraagd  die sluitend is op 75 miljoen euro, wat de uitvoerbaarheid van het ontwerp onder druk zou kunnen zetten, zeker als de prijzen van bouwmateriaal en -arbeid blijven stijgen. Volgend jaar krijgt de gemeenteraad de kans zich over de besteding van het gemeenschapsgeld uit te spreken.

Er is destijds eind jaren zeventig veel wegbezuinigd en aangepast aan het originele ontwerp – de geschiedenis zou zich dus herhalen als er opnieuw water bij de wijn moet worden gedaan. Als voorbeeld noemen De Ru en Richters de watervalgevel die veel minder subtiel en dus ook minder transparant is uitgevoerd, met dikke kozijnen. Bestaat er een kans dat de supertransparante gevel uit het nieuwe schetsontwerp als gevolg van bezuinigingen minder transparant wordt? “Het systeem van constructief glas met zonwering erin geïntegreerd is in de calculaties meegenomen en blijkt een dure oplossing”, erkent Richters. “We zijn hierover in gesprek met twee Duitse glasbedrijven en het is echt mogelijk. Maar bovenal willen wij het juiste evenwicht vinden tussen architectuur en de ervaring van bezoekers.”

Over het dossier Architectuurkritiek

De verleidelijke plaatjes en ronkende teksten over nieuwbouw vliegen je om de oren. Credo’s als #Makeithappen en ‘Bouwen, bouwen, bouwen’ bevestigen het stoere imago van Architectuurstad Rotterdam. Maar hoe pakken toekomstdromen uit in de praktijk? Vers Beton onderwerpt plannen en ontwerpen van vastgoedjongens en architecten aan een reality check en geeft – indien nodig – ongezouten kritiek.

Dit dossier is mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. Deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel. (Meer info)

Verder lezen?

Word lid van Vers Beton voor €7,50 per maand. De eerste maand lees je gratis!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Bibliotheek-deskundige Ton van Vlimmeren en architecten Joris Molenaar (specialist cultuurhistorie), Karin van Vliet (stedenbouw), Dikkie Scipio (architectuur en inrichting) en Cor Geluk (landschap). ↩︎
  2. Het bureau realiseerde in de afgelopen tien jaar onder andere in New York, Washington (VS) en Birmingham (VK) spraakmakende (renovaties van) bibliotheken. ↩︎
  3. Alle teams overschreden de raambegroting met 2,5% à 3,5%. Een budgetoverschrijding leverde veel minpunten op in de puntentelling wat aangeeft hoe belangrijk de gemeente het maakte om er niet overheen te gaan. ↩︎
Teun van den Ende

Teun van den Ende

chef architectuur & stedelijke ontwikkeling

Teun van den Ende laat zich niet graag leiden door hypes, maar gaat juist op zoek naar de lange lijnen in de ontwikkeling van Rotterdam – en ook andere steden trouwens. Teun combineert populaire cultuur met historisch onderzoek naar de stad.

[email protected]

Profiel-pagina
DSC_8616

Loes van Duijvendijk

Fotograaf

Loes van Duijvendijk (1987) is architectuur en landschapsfotograaf. In haar fotografisch werk onderzoekt zij aandachtig de beeldtaal in de stedelijke en natuurlijke omgeving. Geïnspireerd en gefascineerd door plekken die altijd in transformatie zijn, gaat zij op zoek naar unieke details, lichtinvallen en verrassende constructies. Haar werk is een persoonlijke en poëtische vertaling van haar ervaring tijdens dit proces. De relatie tussen fotografie en de perceptie van ruimte speelt dan ook een belangrijke rol.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.