Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
JunkSpace_Frank_Hanswijk_001
Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Vroeger speelde ik als kind een spel met mijn vrienden waar ik me nu enigszins voor zou schamen. Het draait namelijk alleen maar om wie het beste kan opscheppen. Dat gaat zo: iedereen noemt een voor een alle landen op waar ze ooit zijn geweest en degene die in de meeste landen is geweest, wint. Dit lijkt misschien simpel, maar wie het spel ook heeft gespeeld weet dat er altijd onenigheid ontstaat over wanneer je nou precies wel of niet in een land bent geweest. Over het algemeen concludeerde ik met mijn vrienden dat je op zijn minst van het vliegveld af moest, om er te zijn geweest. 

Erop terugkijkend zie ik dit als een hele logische conclusie. Tenslotte lijken alle vliegvelden best wel op elkaar. Niet alleen omdat ze allemaal een landingsbaan, een bagageband en een check-in desk hebben, maar ook omdat ze over de hele wereld allemaal zijn gevuld met dezelfde winkelketens, dezelfde restaurants en cafés, dezelfde geuren en dezelfde kleuren. Je bent dus inderdaad niet op een plek geweest als je niet van het vliegveld af bent geweest, omdat vliegvelden in zekere zin geen plek uitdrukken. Of je op Heathrow, LAX, Hong Kong International of Schiphol staat, de ruimtes zijn allemaal vrijwel identiek ingevuld en leveren allemaal dezelfde ervaring op, waardoor ze dus tegelijk net zo goed al deze plekken, als geen enkele plek uitdrukken.

Junkspace

In de filosofie wordt een plek die eigenlijk geen plek is beschreven met het concept ‘non-place’. Dit concept refereert naar plekken zoals vliegvelden die de tegenstelling van authenticiteit vormen en algemeenheid tot een nieuw niveau tillen. De bekende Rotterdamse architect Rem Koolhaas noemt het ‘Junkspace’: ruimtes die wel flashy kunnen zijn en opvallen (zoals een vliegveld), maar toch zo onopmerkelijk zijn dat ze als het ware niet meer een plek uitdrukken.

Andere voorbeelden zijn ketens zoals McDonald’s, Starbucks of MediaMarkt, waarvan elke vestiging er misschien net anders uitziet maar uiteindelijk overal uit dezelfde onderdelen bestaat die alleen net op een andere manier in elkaar zijn gezet. En denk bijvoorbeeld ook aan dark stores, kantoortorens met vijftien identiek ingerichte verdiepingen, of parkeergarages waar alles zo erg op elkaar lijkt dat er hele systemen met cijfers, kleuren en symbolen worden ontwikkeld om je te helpen herinneren waar je auto staat.

Het niet uitdrukken van een plek heeft echter met meer te maken dan alleen een ontwerp dat niet uniek is. Een andere eigenschap van non-place is dat dit soort ruimtes geen natuurlijke relatie tot hun omgeving hebben. Het zijn zielloze gebouwen, massaproducties die zomaar overal en nergens tussen de tegels door naar boven kunnen komen. Ruimtes die binnen enkele weken uit de grond worden gestampt en, als blijkt dat ze niet voldoen aan de voorspelde winstmarge, binnen enkele dagen weer kunnen worden uitgewist om plaats te maken voor de volgende exploitant. Non-place wordt gekenmerkt door de afwezigheid van een organische verbinding tot het weefsel van de stad. Het zijn ruimtes die zich niets van hun omgeving aantrekken.

Een non-place is een kunstmatige productie. Dit betekent ook dat elke non-place met zijn eigen zelf-ontworpen gebruiksvoorschriften of codes komt. Op een vliegveld ziet het er bijvoorbeeld verdacht uit als iemand een koffer onbeheerd achterlaat, terwijl dit in een hotel misschien anders zou zijn. Deze codes ontstaan ook uit de atmosfeer die het ontwerp van een ruimte creëert. Starbucks simuleert bijvoorbeeld met gedimde belichting en ogenschijnlijk onbewerkt hout, de ambiance van een corner café. Ook dit is kunstmatig: een design dat niet op een origineel voorbeeld gebaseerd is maar eerder op een sociaal-ontworpen cliché. Daar lijkt misschien niks mis mee, maar impliciet in dit ontwerp is dat een bepaald publiek bijbehorend is, terwijl het tegelijk duidelijk maakt dat een ander publiek er juist niet thuishoort. 

Als deze codes verbroken worden leidt dat tot confrontatie. Een voorbeeld is het incident uit Philadelphia van de twee zwarte mannen die in een Starbucks gearresteerd werden terwijl ze op hun vriend wachtten. Non-place kan dus bijdragen aan het ontwerp van een bepaalde sociale verdeling, en helpen deze in stand houden.

Niet altijd wordt non-place geproduceerd door grote bedrijven. Bewust of onbewust gaan mensen ook zelf over tot het ontwerpen van ruimtes die zo goed als uitdrukkingsloos zijn. Kijk bijvoorbeeld eens naar de inrichting van kamers op Airbnb. Ook hier lijkt verspreid over de hele wereld een bepaald westers design steeds vaker terug te komen: lichte of witte muren, ruw hout, een Nespressomachine, tapijt op kale vloer, en home is where the heart is-leuzen aan de muur. In dit geval is uit onderzoek gebleken dat ook deze ruimtes niet voor iedereen even toegankelijk zijn: het was in de Verenigde Staten zestien procent minder waarschijnlijk voor gebruikers met een stereotypisch Afro-Amerikaanse naam om door een host te worden toegelaten.

Rotterdam verdwijnstad

Nu de zomer begonnen is stappen we weer massaal in de auto of het vliegtuig om honderden of duizenden kilometers af te reizen naar allerlei vakantiebestemmingen. Plekken waar je lekker verdwaald kan raken, waar achter elke hoek nog iets nieuws schuilt. Tot je die hoek omgaat en dezelfde winkels tegenkomt als in de Koopgoot. Als alles steeds meer op thuis gaat lijken, verliest het idee van reizen een deel van haar betekenis. Tegelijk verliest thuis ook een deel van haar betekenis, als blijkt dat plekken aan de andere kant van de wereld dezelfde ervaring kunnen opleveren als thuis. In die zin verdwijnt er dus een stukje Rotterdam met elke non-place die er in de stad bijkomt.

Dit proces van het langzaam wegknippen van deeltjes van de stad is niet iets wat doorgaans opvalt. Uiteindelijk is dit ook een abstract idee en verdwijnt de stad niet fysiek, maar alleen in haar betekenis. Daar komt bij dat iedereen met een eigen blik naar de stad kijkt en dat de meningen zullen verschillen over of een ruimte wel of niet een plek uitdrukt, wel of niet Rotterdams is. 

Beeldonderzoek

Daarom start Vers Beton deze zomer een beeldend onderzoek naar non-place in Rotterdam.  We vroegen zes beeldredacteuren van Vers Beton om op zoek te gaan naar non-place in Rotterdam, en wat dit betekent voor Rotterdam en haar inwoners. Zes weken lang zal elke week een fotograaf of illustrator een beeld-essay presenteren over de staat van non-place in Rotterdam. Gaat Rotterdam steeds meer lijken op niet-Rotterdam, of is de stad wel bestand tegen de mondiale opmars van non-place?

Het eerste beeldessay is van Frank Hanswijk: “Ruimtes die iets triests te vertellen hebben over onze samenleving, en toch nog mooie composities opleveren door hun beklemmende schoonheid”. Bekijk het hier.

uitgelichtJunkSpace_Frank_Hanswijk_002

Lees meer

Non-place: trieste ruimtes met beklemmende schoonheid

Het eerste beeldessay over non-place in Rotterdam is van Frank Hanswijk.

Je kunt deze banner wegklikken!

... maar je kunt ook lid worden van Vers Beton voor € 7,50 per maand. De eerste maand lees je gratis.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Max Omlo Profiel

Max Omlo

Stagiair

Max Omlo (2000) is voor zijn studie naar Rotterdam gekomen en inmiddels trots om zich Rotterdammer te kunnen noemen. Hij doet zijn best al dat harde denken van zijn studie ook op zijn eigen omgeving toe te passen.

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Fotograaf

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina
Lees 2 reacties
  1. Profielbeeld van Sanne Van der Meij
    Sanne Van der Meij

    Fijn artikel dit! Heb je leessuggesties over non-places?

    1. Profielbeeld van Max Omlo
      Max Omlo

      Dank Sanne! Ik kan van harte het essay ‘Junkspace’ van Rem Koolhaas aanraden, online makkelijk te vinden maar misschien niet een hele toegankelijke tekst. Het concept non-place is bedacht door Marc Augé, hij bracht het voor het eerst naar voren in zijn boek ‘Non-places: Introduction to an Anthropology of Supermodernity’ dus die kan ik ook zeker aanraden!

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.