Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Joep Brouwer – Talk of the town – 3 – 2022
Beeld door: beeld: Joep Brouwer

Op een met kerstlichtjes versierde boot, gelegen aan de kade van de Maas, luisterden ruim dertig vrijwilligers en sympathisanten naar een speech van voorzitter van Stichting Loods 24 Theo Schut, die de aanwezigen bedankte voor hun inspanningen. Deze stichting is opgericht ter nagedachtenis van de duizenden Rotterdamse joden die tijdens de oorlogsjaren, vanuit een houten loods tussen de Spoorweghaven en de Binnenhaven op Zuid, werden afgevoerd naar de concentratiekampen van nazi-Duitsland. Daartoe organiseert Loods 24 de jaarlijkse herdenking op 30 juli en coördineert ze de plaatsing van Stolpersteine, de messing gedenksteentjes in de stoep voor huizen van slachtoffers van de nationaal socialistische beweging in de Tweede Wereldoorlog.

Op deze woensdagavond 21 december blikte Schut terug op de activiteiten van Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument Rotterdam. Hij prees de fraaie herinrichting van het herdenkingsplein tussen de Stieltjesstraat, de Eva Cohen-Hartogkade en het Poortgebouw en wees op de bijna honderd nieuwe Stolpersteine die in november werden geplaatst. Rotterdam heeft inmiddels bijna 700 van deze ‘struikelstenen’. Dat de jaarlijkse herdenking zich mag verheugen in een toenemende belangstelling achtte hij van grote betekenis voor onze stad.

Aandacht ging ook uit naar het komende afscheid van Frank van Gelderen, secretaris van de stichting. Ruim twaalf jaar lang was hij de roerganger en het gezicht van Loods 24. “Ik kan mijn werkzaamheden met een gerust hart overdragen”, zegt Van Gelderen. “Loods 24 staat nu dankzij fantastische vrijwilligers als een huis en we hebben in de gemeente Rotterdam een unieke bondgenoot gevonden”. Onlangs kreeg Van Gelderen in het Verhalenhuis Belvédère een gemeentelijke onderscheiding, uitgereikt door burgemeester Aboutaleb. Van stoppen wil hij vooralsnog niet weten. “Ik wil me gaan toeleggen op joods erfgoed”, zegt hij. “Kijk, joden maken al vierhonderd jaar deel uit van de Rotterdamse cultuur. Omdat de aandacht bijna zonder uitzondering uitgaat naar de herdenkingscultuur met betrekking tot de vreselijke gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog, vergeten we dat joden een belangrijke bijdrage aan Rotterdam hebben geleverd”.

Maar tot op heden is er geen enkele locatie waar Rotterdammers kennis kunnen nemen van dat joodse aandeel aan de stad. Slechts één keer eerder werd er een tentoonstelling georganiseerd. Dat was in 1968. Toen opende het Stadarchief Rotterdam de expositie ‘350 Jaar Joodse Gemeente in Rotterdam’. Hier werd, weliswaar zeer bescheiden, aandacht besteed aan de komst van Portugese joden en later ook Duitse en Poolse joden. De bezoeker kreeg een beeld van de armoede onder de joodse bevolking, de straathandel, maar ook van de in het Duitse bombardement vernietigde synagoge aan de Boompjes, joodse scholen en ziekenhuizen. Dagblad Het Vrije Volk noemde de tentoonstelling een ‘boeiend brok Rotterdamse geschiedenis’. Die geschiedenis kwam in 1940 bruut ten einde. Daarna resteerde slechts herdenkingscultuur.

“Het is goed dat we herdenken”, zegt Van Gelderen, “maar ik wil joodse cultuur ook als een levende cultuur laten zien. Daartoe is het belangrijk om te vertellen wie we zijn. In materieel opzicht zijn slechts de begraafplaatsen overgebleven. Goed, er zijn monumenten, straatnamen en plaquettes bij locaties waar ooit synagogen stonden, maar er is in Rotterdam bar weinig zichtbaar van vierhonderd jaar joods verleden”. Hij wijst op het oude Zandstraatgebied, waar arme joden als fruitkoopman, huidenverkoper en slager ploeterden om hun bestaan. Ook noemt hij het belang van joodse entrepreneurs in de film- en amusementsindustrie, van joodse familiebedrijven als Gerzon en de Bijenkorf of de margarinefabriek van Van den Bergh en Jürgens. 

Van Gelderen droomt van een plek waar joods erfgoed kan worden getoond en het verhaal van de joden in Rotterdam aan stadsbewoners kan worden verteld: “Hoe maken we zichtbaar dat in de jaren 1640 de eerste Nederlandse jesjiwa in Rotterdam werd geopend – de plek waar de Thora wordt bestudeerd? Kan Rotterdams joods erfgoed dat zich nu in het Joods Museum in Amsterdam bevindt ook in Rotterdam worden getoond? Wat heeft het Stadsarchief Rotterdam aan joods erfgoed? Welke oude geschriften en documenten liggen er in de bibliotheek te stoffen die aan het publiek kunnen worden getoond? Wat doen we met oude Rotterdamse gebedenboeken – machzoriem – die de Stichting Loods 24 met enige regelmaat krijgt aangeboden? De lijst met mogelijkheden is eindeloos.” Een naam voor zijn gedroomde museale ruimte heeft hij ook: Mokum Reis, Rotterdam in het Hebreeuws. 

Inmiddels is ‘inclusie’ een sleutelbegrip geworden, maar joden worden in dit discours doorgaans vergeten. In 2019 verweet schrijver Gideon Querido van Frank in Vrij Nederland de inclusiebeweging selectief te zijn door joden te negeren. Joden worden niet als een kwetsbare minderheid gezien, maar als ‘wit’ en dus als deel van een geprivilegieerde meerderheid. Maar ‘joden zijn nooit wit geweest’, schrijft Querido van Frank. ‘Joden zijn nooit de norm geweest, nooit de meerderheid. Voor het grootste deel van de geschiedenis werden joden als etnische minderheid uitgesloten, vervolgd en uitgemoord. Daar is verdomd weinig wit aan’.

Frank van Gelderen onthoudt zich van al te straffe uitspraken over inclusie en antisemitisme. “Laten we eerst eens beginnen te vertellen wie we zijn en welke rol joden in Rotterdam hebben gespeeld”, zegt hij. Hij is positief over de toekomst. In de komende maanden vinden er gesprekken plaats met het Joods Museum in Amsterdam en het Verhalenhuis Belvédère, dat een vloer heeft in het Depot van Museum Boijmans Van Beuningen en waar wellicht kan worden geoefend met presentaties. 

Hoopvol is hij over de nieuwe Stichting Joods Leven Rotterdam. Deze stichting, onder voorzitterschap van de voormalige hoogleraar en politicus Uri Rosenthal, beschikt over een bijdrage van de gemeente Rotterdam aan de joodse gemeenschap in het kader van ‘moreel rechtsherstel’. Na de oorlog werden teruggekeerde Rotterdamse joden niet alleen uiterst kil behandeld, ook werden zij financieel benadeeld, bijvoorbeeld door de gemeentelijke exploitatie van onteigende woningen. Een deel van de twee miljoen euro wordt door de Stichting Joods Leven Rotterdam in jaarlijkse dotaties aan de Nederlands-Israëlitische Gemeente Rotterdam en de Rotterdamse Liberale Gemeente uitgekeerd. Een ander deel zal door de Stichting worden beheerd ten behoeve van initiatieven die ‘de instandhouding van vierhonderd jaar Rotterdams Joods cultureel erfgoed en het borgen van Joods leven in Rotterdam’ bevorderen.

“Ik zou daar met mijn plan met betrekking tot het joodse erfgoed ook graag aanspraak op maken”, zegt Van Gelderen. “Ik denk dat we een verhaal kunnen vertellen dat voor álle Rotterdammers de moeite waard is”. 

Je kunt deze banner wegklikken!

... maar je kunt ook lid worden van Vers Beton voor € 7,50 per maand. De eerste maand lees je gratis.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Siebe Thissen

Siebe Thissen

Siebe Thissen is historicus. Hij schreef een aantal boeken over stadscultuur, waaronder Mooi van ver. Muurschilderingen in Rotterdam (2007) en Beelden. Stadsverfraaiing in Rotterdam sinds 1940 (2016). Onlangs verscheen van zijn hand De Jongen die van De Hef dook (2021).

Profiel-pagina
Lees één reactie

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.