Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
The hand that feeds
Beeld door: beeld: Borus Fortuin

Voor Star Wars-fans kan het geen verrassing zijn: er zijn nu laserstraalfascisten. Op de Erasmusbrug projecteerden ze afgelopen Oudjaarsnacht hun witte suprematiedenken, dat zoals altijd uit witte fragiliteit voortkomt: ‘blanke mensen’ worden bedreigd, Zwarte Piet was onschuldig, enzovoorts. Vers Beton vroeg of ik er een ‘essayistisch/reflecterend’ stuk over wilde schrijven. Reflecteren op projecties, op reflecties van de pyloon van de brug dus eigenlijk, daar moest ik even over nadenken.

Dat was vooral omdat de inhoud van fascistische uitingen geen antwoord waardig is en geen tijd waard. Maar aan een essay, letterlijk een oefening of probeersel, wil ik me wel wagen, want het is urgent om fascisme niet als eenmalig incident te zien, zoals keurige liberale intellectuelen en plucheplakkende politici gewend zijn te doen. Ik ben dus niet geïnteresseerd in de laserstraalfascisten an sich, maar wel in de historische condities waaronder hun ideologisch pyloonplassen mogelijk is.

Reactionaire verdediging

Om te beginnen: logisch dat ze projecteren, want projectie is alles wat fascisten hebben. Alles bij fascisten is reactionair, onorigineel, banaal, liefdeloos, pathetisch, panisch, paranoïde, en – op intellectueel vlak – jatwerk van betere, doorgaans socialistische of communistische originelen. Fascisten hallucineren. Maar hun hallucinaties komen niet uit het niets, ze worden opgewekt. Fascisten zijn doorgeefluik voor kapitalisten, wier orde ze met hand en tand verdedigen. Ze signaleren, terecht, dat ze genaaid worden in die orde, maar ze projecteren dat feit op mensen in vaak nog slechtere posities. Mensen die ze als makkelijke oorzaak van hun ellende aan kunnen wijzen – makkelijk omdat racisme zo’n toegankelijk repertoire is voor witte mensen. Dat is intellectueel lui, maar het fascisme is dan ook een anti-intellectuele beweging die vooral in haar materiële condities begrepen moet worden.

De meeste hedendaagse vaderlandse historici zijn al lang vergeten dat te doen, maar Italiaanse communistisch leider Palmiro Togliatti en Nederlandse historicus Jan Romein konden in de jaren dertig al zien dat fascisme een beweging van de kleine burgerij was. Een beweging die zich door zowel communisme als grootkapitaal bedreigd voelde, maar die vooral bang was omlaag te vallen tot de arbeidersklasse. Deze middenstanders lieten zich volgens Romein uiteindelijk door kapitalisten mobiliseren en werden een “groot-kapitalistische stoottroep tegen het proletariaat.” Letterlijk, omdat het vooral middenstanders waren (tegenwoordig zouden we ‘middenklassers’ zeggen) die de fascistische knokploegen in Italië en Duitsland vormden: “ze vormden bataljons van ontevreden middenklasse-elementen,” aldus de Caribische historicus C.L.R. James.

In 1935 omschreef cultuurfilosoof Walter Benjamin het fascisme als “mobilisatie van de arbeidende massa zonder de eigendomsverhoudingen te wijzigen.” Fascisten willen arbeiders niet hun rechten geven, maar wel de mogelijkheid zich uit te drukken. Dat is ook wat we tegenwoordig horen wanneer witte woede geaccommodeerd wordt, wanneer geluisterd moet worden naar ‘de mensen in de wijken’, of wanneer ‘het draagvlak’ voor migratie in het geding is. ‘De gewone man’, ‘de man op de straat’, ‘de hardwerkende Nederlander’, ‘Henk en Ingrid’, het zijn allemaal namen voor dezelfde figuur die het feit dat zij genaaid wordt wel mag projecteren, maar die niet mag delen in de winsten van kapitalisten.

Het feit dat geen fascist ooit voor collectief bezit van productiemiddelen heeft gepleit, maakt al duidelijk dat fascisten, net als liberalen, gericht zijn op instandhouding van de kapitalistische productiewijze, en dus van bestaand onrecht. “En,” schrijft Romein, “omdat de hele fascistische leer eigenlijk een afleidingsmanoeuvre is van de economische en sociale werkelijkheid, waar het geen werkelijk nieuwe toekomst voor zich ziet, spelen ook de afleidingsmanoeuvres in haar politiek zo’n grote rol.” In het tijdperk van de laserstraalfascisten zouden we zeggen: daarom spelen hun projecties zo’n grote rol.

Van laserstraal tot liberaal

Romein zag de nazistische rassenzuiverheidsleer als één zo’n afleidingsmanoeuvre. Maar het is de vraag of racisme niet fundamenteler is voor fascisme. Niet voor niets zagen zwarte denkers als W.E.B. Du Bois, Aimé Césaire en C.L.R. James scherper dan velen dat Europeanen in de Tweede Wereldoorlog zichzelf aandeden wat ze eerder gekoloniseerden aandeden. Weinig witte historici laten die oorlog beginnen bij de Italiaanse invasie van Ethiopië (toen Abessinië) in 1935. Waarom niet? Waarschijnlijk omdat ze racisme nog steeds als afleiding zien.

Ook als we het heden historisch willen situeren, blijkt dat racisme cruciaal is voor de manier waarop liberale democratie en kapitalisme samengaan. Na de Tweede Wereldoorlog deed zich een situatie voor die de Amerikaanse socioloog W.E.B. Du Bois al eerder beschreef: witte arbeiders bleken niet solidair te zijn met zwarte arbeiders en arbeiders van kleur. Ze kozen voor solidariteit met het grootkapitaal. De deal was: geen revolutie, dan krijgen jullie als witte arbeiders enkele kapitaalkruimels, en mogen jullie je superieur wanen ten opzichte van zwarte arbeiders en arbeiders in de (post)koloniën, die door exportsubsidies in het Westen en schuld kort gehouden worden, zodat de kapitaalaccumulatie1 in het Westen plaatsvindt. Du Bois sprak van een ‘psychologisch loon’, en historicus David Roediger noemde dat later ‘wages of whiteness.’

Naoorlogse westerse witheid is daarmee participatie in kapitaalaccumulatie, in beperkte mate in economische zin, en vooral in psychologische of symbolische zin. Een naam daarvoor is verzorgingsstaat. Het politiek program ervan is de sociaaldemocratie, een project om arbeiders te pacificeren en ze in kapitaalaccumulatie te laten participeren. De sociaaldemocratie wil immers meer mensen bij loonarbeid betrekken, in plaats van een revolutie tegen loonarbeid ontketenen. Daar heeft de sociaaldemocratie geld voor over middels de verzorgingsstaat, een om die reden ook door andere liberaal-democratische politici gedeeld concept. Witte arbeiders worden zo witte middenklassers.

Maar wat gebeurt er vanaf eind jaren zeventig in het Westen? Lonen stagneren en stijgen niet langer mee met winsten en productiviteitsstijgingen. Accumulatie is niet langer een exclusief Westerse aangelegenheid, en het kapitalisme transformeert zodanig dat de goed bezoldigde medewerking van witte mensen niet langer nodig is. Die medewerking kan ook via schuld afgedwongen worden en dat is nog goedkoper ook. Eind jaren tachtig valt het IJzeren Gordijn, en heeft het kapitaal vrij spel nu het gevaar dat arbeiders in opstand komen voorgoed verdwenen lijkt. Geen reden, dus, om middenklassers nog te laten meeprofiteren.

‘Neoliberalisme’ is politiek gezien een te beperkte diagnose voor dit alles, maar een zekere ervaring dat het heden alternatiefloos is lijkt breed gedeeld. Liberale democratie is de al te rooskleurige naam voor dit schijnbaar alternatiefloos kapitalisme, waarin alleen verkiezingen gehouden worden als bij voorbaat duidelijk is dat een embargo rust op de mogelijkheid van een andere maatschappij. En afhankelijk van de mate waarin de kiezer het zich financieel kan veroorloven om zijn liberale geweten af te kopen met babbels als ‘mensenrechten’ of ‘energietransitie’, kan voor een linkshandige versie van alternatiefloosheid gekozen worden, of toch voor een rechtshandige versie, waar men iets explicieter is over het geweld dat nodig is om de status quo te handhaven.

En dat geweld is nodig, omdat fascisme de organiserende horizon vormt van liberale politiek. Want als in de jaren tachtig blijkt dat witte mensen niet langer meeprofiteren, vindt een heropleving van het fascisme plaats. Daarin is het aanbod dat witte mensen hun privileges kunnen blijven houden, alleen nu als expliciete keuze voor, precies, witte privileges. Vandaar dat op de Middellandse Zee duizenden zwarte mensen moeten verdrinken. Liberale politiek voelt de hete adem van de fascisten, en bestaat uit het eindeloos accommoderen van witte woede, uit het opschuiven naar rechts in de hoop fascisten de wind uit de zeilen te nemen.

Fascisme is zo geen af te vinken checklist – bij voldoende vinkjes: ‘fascisme!’ Het is een horizon die heel de liberale democratie organiseert en oriënteert, en waarin meer of minder geparticipeerd wordt. En er is altijd het gevaar dat in het opschuiven naar rechts een kritische grens doorbroken wordt, zoals in 1922 in Italië, in 1933 in Duitsland of in 2018 in de VS gebeurde.

Draagvlaktebewoners

Ook nominaal linkse partijen schuiven naar rechts op, omdat het ‘draagvlak’ toch belangrijk is, en de ‘gewone Nederlander’ toch gehoord moet worden, met name als het gaat om migratie. Maar waarom is het nooit verheffend wat die ‘gewone Nederlander’ dan vindt? Waarom weten we bij voorbaat dat er niets fraais te wachten staat als die ‘gewone Nederlander’ aangeroepen wordt? En waarom lijken die noodlijdende draagvlaktebewoners telkens weer bereid zich op te werpen als ideologische spreekpop en verdediger van het kapitalisme? Waarom zijn de brugprojecties feitelijk een uitstekende samenvatting van wat de zelfverklaarde vertalers van de volkswil eindeloos herhalen? En waarom baren die projecties alleen nog opzien omdat het een knap staaltje technologie en logistiek was ze op de Zwaan te krijgen?

Omdat ‘middenklasse’ een woord is voor mensen die op hun individuele situatie gokken, die het risico van precariteit aan durven te gaan omdat ze hun kansen inschatten als goed genoeg, omdat ze kunnen zien dat een ander – de ander – nog steeds harder genaaid wordt. Wie prat gaat op het feit dat hij gewone Nederlander is en participeert in een cultuur en identiteit die onveranderd moeten blijven, dat hij wit is, heeft zichzelf zo gedefinieerd dat hij alles te verliezen heeft. De keuze voor kapitalisme, of die nu verschijnt als liberaal of als fascistische laserstraal, is een keuze die precaire situatie in stand te houden, omdat het verlies nog lijkt af te wenden, of minstens af te wentelen op geracialiseerde anderen.

‘Middenklasse’ is kortom één grote poging te vermijden dat een sociale collectiviteit ontstaat. Een die niet simpelweg beter betaald wil worden voor zijn medewerking met kapitalisten, maar die alles eist: gedeeld bezit van productiemiddelen, het schrappen van schuld, onteigening van kapitalisten.

Rotterdam: leefbaar fascisme

In Rotterdam zien we deze geschiedenis terug in de opkomst van Leefbaar Rotterdam. Leefbaar is een partij die claimt op te komen voor de ‘gewone Rotterdammer’, maar die mensen naait waar ze bij staan. Bijvoorbeeld als ze in sociale huurwoningen zitten die voor gentrification moeten wijken, of als ze geen werk hebben. Ondanks de retoriek van deze gevestigde partij dat ze een breuk vormt met de gevestigde politiek is er grote continuïteit met de PvdA. Alleen was die aan de macht in een tijd dat het nog plausibel leek om de middenklasse te laten meeprofiteren. Leefbaar is het equivalent voor een tijd waarin die plausibiliteit weggevallen is. De tragiek van de PvdA (natuurlijk alleen als je PvdA’er bent) is dat die grosso modo hetzelfde deed maar dat de historische condities voor de manier waarop ze het deed simpelweg zijn weggevallen. De partij is, zoals zoveel politieke partijen, overbodig.

Maar PvdA en Leefbaar zijn allebei partijen die zichzelf volledig in dienst stellen van het in stand houden van de kapitalistische orde, die de belangen van huisjesmelkers en havenbaronnen verdedigen, en voor wie arme Rotterdammers vooral zelf als probleem verschijnen. Vooral als ze niet wit zijn. Want, zei oud-Leefbaar wethouder en Nationaal Programma Rotterdam Zuid apparatsjik Marco P2: “kleur is niet het probleem, maar het probleem heeft wel een kleurtje.” Zelfs de racistische wet die informeel de naam van onze stad draagt is geen novum en werd door de PvdA gesteund en door PvdA-bestuurder Dominic S. anticiperend ingevoerd in de PvdA-Leefbaar estafettewissel. Al in 1972 vond het PvdA-stadsbestuur dat er een maximum van 5 procent Surinamers, Antillianen en ‘Mediterranen’ per wijk toelaatbaar was.

De oorzaken van de wisseling van de bestuurlijke wacht in Rotterdam liggen niet in Rotterdam, maar in de verschuiving in het mondiaal kapitalisme. Vanaf begin jaren tachtig was dat minder op winstdeling en meer op verschulding gericht, en hoefde het dus niet langer medewerking van de middenklasse te kopen, maar kon het via schuld en een politiek van precarisering en permanente bezuiniging afdwingen. Wie eerder in tevredenheid participeerde onder de PvdA, kreeg nu grieven en koos voor… hetzelfde in een ander jasje.

Een grotendeels gelijk beleid – wie zou ook denken dat de kapitalisten iets anders zouden toestaan? – werd verkocht als radicale breuk. Het theater van pseudo-intellectueel Pim deed vergeten dat zich achter de coulissen grotendeels dezelfde show voltrok. Alleen werd het nodig, bij gebrek aan mogelijkheden middenklassers sociaaldemocratisch te compenseren voor hun medewerking, een sterker fascistische lijn te volgen. Vandaar ‘leefbaar’, wat de altijd ook meelopende verwijzing naar het onleefbare behelst.

Zo kan het dat de projecties op de brug niet wezenlijk verschillen van het projectiescherm dat de Rotterdamse electorale politiek is. Journalist Arjen van Veelen herinnerde er onlangs aan dat huidige locoburgemeester. Ronald B. vijf jaar geleden nog over het verdwijnen van Zwarte Piet hallucineerde: “er wordt geen rekening gehouden met de cultuur die in dit land al eeuwen dominant is.” B. schreef in Elsevier ook nog geen ‘bewijs voor een racistisch motief’ voor de moord op George Floyd gezien te hebben – waarschijnlijk omdat projecties hem verblindden.

En zijn partijgenoot Tanya H. zei in november 2017 op Twitter: “Leefbaar Rotterdam is boos dat Zwarte Piet uit het Rotterdamse straatbeeld verdwijnt op last van een klein groepje zeurpieten. We staan voor het behoud van ónze cultuur en tradities. Voor een intocht mét Zwarte Piet.” Een laserprojector hebben ze niet nodig, want dit alledaagse fascisme, dit mobiliseren van een ‘wij’ met ‘cultuur en tradities’ zónder de productieverhoudingen te wijzigen, is inmiddels genormaliseerd. Om maar te zeggen: politici zijn ook geen pyloonheiligen.

Fascisten staan dus, net als liberalen, pal voor de exploitatie van de meeste mensen door de ultrarijken. Niet voor niets vonden de projecties plaats op de Middelvinger naar Zuid. Zeikend over het feit dat ze niet de enigen op aarde zijn en zich wel iets van anderen aan moeten trekken – ‘we mogen niks meer zeggen!’ – dragen fascisten bij aan het in stand houden van massale exploitatie en van de planetaire plundering waarvoor raciaal kapitalisme de grootste aandrijver is.

Bevolkingsprojecties

Ik wil eindigen door deze projecties in een ander perspectief te zien. Dat wil zeggen: in het perspectief van een ander type projecties dat minstens zo verontrustend is maar recent de aandacht trekt. De voorpagina van de editie van NRC waarin over de fascistische projecties gerapporteerd werd, luidde namelijk: ‘Of Nederland vol is hangt af van je perspectief’. Het stuk waar die kop naar verwijst staat bol van de projecties. Projecties van bevolkingsomvang en -groei. De oprichter van de ‘Club van Tien Miljoen’ wordt geïnterviewd, een toko “die zich keert tegen ‘de voortschrijdende overbevolking mondiaal en in eigen land’.” Dat klinkt creepy, weet de inmiddels oud-voorzitter van die club zelf ook wanneer hij met vals geweten zegt: “Noem je een getal, dan word je al snel in een hoek geplaatst waar je niet in wilt zitten.” Het gaat hem er immers niet om, zegt hij volgens de krant, welke kleur mensen hebben.

Laten we duidelijk zijn: het politiek bon ton zijn van denken over ‘overbevolking’ is een verkeerde hoek. Want net als bij de laserstraalfascisten wordt in die hoek de bestaande economie geaccepteerd en worden alle problemen die die economie voortbrengt, vertaald als bevolkingsproblemen. Alleen gaat het nu om overbevolkingsproblemen en niet (althans niet expliciet) om omvolkingsproblemen3, zoals bij de laserstraalfascisten. Thomas Malthus was een van de eerste economen die, eind achttiende eeuw, de vertaling naar overbevolking maakte. En de geschiedenis leert dat Malthusianisme doorgaans een verdere vertaling behelst waarin het probleem overbevolking overgaat in het probleem bevolking, en waarbij dan specifieke bevolkingen of delen van ‘de bevolking’ aangewezen worden als het probleem. Doorgaans zijn dat niet rijke witte mensen.

De mythe waarop zulk bevolkingsdenken gebaseerd is, is die van de natuurlijke schaarste. Dingen op aarde zijn eindig. Maar eindigheid maakt geen schaarste. Olie is alleen schaars in een economie die aan olie verslaafd gemaakt is, wat geen natuurlijk gegeven is. Bij werkloosheid zijn banen schaars maar er is genoeg te doen. Woonruimte is schaars maar alleen omdat wonen object van financiële speculatie is. Schaarste is altijd een gemaakte schaarste, artificiële schaarste. Zoals de Australische theoreticus Angela Mitropoulos zegt: schaarste is geen waardesysteem; het veronderstelt er een. Eerst wordt bepaald wat de hoepels zijn waar we doorheen moeten springen om te voorzien in onze basisbehoeften, en dan worden die hoepels schaars gemaakt.

Zo is ook de schaarste waar huidige bevolkingsdenkers ofwel neo-Malthusianen zich druk om maken artificiële schaarste: er is meer dan genoeg voedselproductie mogelijk op aarde. Er is alleen een verdelingsprobleem dat niet opgelost kan worden zolang voedsel geen gemeenschappelijk product is, maar iets waar winst mee gemaakt wordt. Voedsel is doelbewust schaars gemaakt, vaak door precies die praktijken die uitgaan van het idee dat er overbevolking is. Zoals de ‘Green Revolution’, die tot het verdwijnen van zelfvoorzienende boeren heeft geleid, tot marktafhankelijke kwetsbare monoculturen die in de greep zijn van mondiale zadenfabrikanten en supermarktconcerns die op maximering van winst en niet op gelijke voedselverdeling gericht zijn.

Dit alles is irrelevant voor de neo-Malthusianen, want zij hebben de wereldproblematiek tot een eenvoudig numeriek probleem gereduceerd: er zijn gewoon te veel mensen! En hun projecties laten zien dat het alleen maar erger wordt! Hun enige conclusie kan zijn: er is niets mis met de kapitalistische manier van leven op aarde, er zijn alleen te veel mensen. Zodra de surplusbevolking verdwenen is – hoe dat zou gebeuren is omineus – kan de overgebleven bevolking zijn goddelijke gang blijven gaan. Ofwel, met planetaire plundering is niets mis, het moet alleen ‘sustainable’ gemaakt worden door het met een select gezelschap te doen.

De laserstraalfascisten en de neo-Malthusianen hebben dus dit gemeen: ze accepteren een kapitalistische orde. En de problemen die die orde oplevert voor een gemeenschappelijk leven op aarde, verschijnen in hun projecties als de problemen van slechts een deel van de mensen. Of het probleem nu omvolking of bevolking is, die mensen zijn daarmee het probleem. Wat niet langer als probleem verschijnt, is de absurditeit van een economie die door een plutocratisch-oligarchische klasse van bezittenden geregeerd wordt. Een waarin 90 procent van de wereldbevolking slechts 15 procent van de rijkdom bezit. Terwijl we geacht worden te kijken naar – en schrijven over – de projecties van de broze witte mannelijkheid van een stelletje knutselfascisten, is dat aan de hand.

Dat is wat projecties doen: ze leiden af. We hebben geen projecties nodig, maar een project. Een project waarin alle vormen van autoriteit, van liberale staat tot stalinistische dictatuur, bestreden worden. Een project waarin met zowel de kapitalistische (egoïstische) als de staatskapitalistische (Leninistische, Maoïstische) noodzaak tot groei gebroken wordt. En bovenal: een project van onteigening van kapitalisten, van afschaffing van repressieve instituties (van grens tot politie, van witheid tot mannelijkheid), van collectief bezit van productiemiddelen en collectivisering van de voorziening van eerste levensbehoeften.

Dat project, dat liberale politiek en fascistische projecties tot nog toe hebben gesaboteerd, heeft verschillende namen. Een ervan is: communisme. Ofwel: samenleven zonder noodzaak een ander geweld aan te doen.

All Cops Are Bastards

Lees meer

All cops are bastards: over politiegeweld en het denken van mensen

Filosoof en socioloog Willem Schinkel duidt het politiegeweld tijdens de Woonopstand.

Je kunt deze banner wegklikken!

... maar je kunt ook lid worden van Vers Beton voor € 7,50 per maand. De eerste maand lees je gratis.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Investeren in de groei van een onderneming. ↩︎
  2. Ik schrijf dit soort namen niet voluit, want het gaat me niet om de persoon maar om de persona, het masker, de rol die de spreker heeft. ↩︎
  3. De omvolkingstheorie is een extreem-rechtse complottheorie over de zogenaamde vervanging van de Westerse bevolking door immigranten met een niet-westerse cultuur. ↩︎
  4. Een bekende retorische figuur: zeggen dat het, bijvoorbeeld bij rellen, vooral mensen van buiten zijn die dat doen. Martin Luther King werd bijvoorbeeld zo genoemd toen hij in het zuiden van de VS aan protesten deelnam. ↩︎
  5. Commodificatie is het proces waarbij steeds meer aspecten van het leven worden uitgedrukt in een geldwaarde, en gedefinieerd worden in termen van vraag en aanbod. ↩︎
Foto WS 1

Willem Schinkel

Willem Schinkel is hoogleraar sociale theorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Profiel-pagina
portrait

Borus Fortuin

Illustrator

Borus Fortuin is een Rotterdamse illustrator die zich richt op sociale onderwerpen zoals identiteit, gender en de relatie tussen mens en technologie. Hij heeft het tot zijn missie gemaakt een ander soort man op papier te laten zien dan de macho Hollywood-versie en dat dringt door zelfs tot in de lijn waarin hij werkt. Een gevoelige, zelfs kwetsbare lijn afgewisseld met stevige composities en thema’s.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.