Architectuurkritiek
Op het terrein van milieupark Overschie betreed je de wondere wereld van de HER: een voormalig laboratorium dat is opgeknapt met hergebruikte materialen en ruimte biedt aan circulaire ondernemers, educatie, tentoonstellingen en binnenkort ook een koffiebar en doorgeefwinkel. Doortje Lenders nam een kijkje.

Zonder jou geen architectuurkritiek. Word nu lid.
Op drukke dagen komen er soms wel tweeduizend auto’s langs, maar op deze warme woensdagochtend in de zomervakantie is het rustig. Manager Marc ten Oever drinkt koffie in de zon, er worden wat grapjes gemaakt tussen medewerkers in oranje hesjes. Als de kletsradio niet aan zou staan zou je misschien vogeltjes horen zingen – zo voelt het in ieder geval, op deze plek midden in het groen, die verrassend on-industrieel aandoet voor een milieupark.
Of nou ja, milieupark: naast de containers om je grofvuil in te leveren vind je op het terrein De HER, een zogenaamd ‘circulair ambachtscentrum’ waar materialen uit het milieupark door creatieve ondernemers worden hergebruikt. Daarnaast is er ruimte voor educatie, exposities en workshops. Binnenkort (“ik durf er nog geen termijn aan te hangen”, aldus Ten Oever) wordt er een horecagelegenheid geopend waar bezoekers een kop koffie kunnen drinken en komt er een ruimte die ingericht zal worden als ‘doorgeefwinkel’.

Vanuit mijn huis in Rotterdam-Noord fiets ik in één rechte lijn naar het milieupark in Overschie. Bewoners van omliggende wijken kunnen hier natuurlijk hun grofvuil inleveren, maar het doel is dat “De HER een aantrekkelijke plek wordt voor alle Rotterdammers”, aldus Ten Oever. De voortekenen zijn goed: op de opening op 25 mei kwamen honderden mensen af. Vlak daarna, op 6 juni, won De HER de publieksprijs van de Rotterdam Architectuurprijs 2025.
Willekeurige weckpotjes
Bijzonder is dat het complete gebouw is hergebruikt. Eerder stond het toenmalige TNO-laboratorium voor materiaalonderzoek in Delft. Het was een tijdelijke locatie, bedoeld om een jaar of tien gebruikt te worden. Architect Jeroen Grosfeld was vanuit het architectenbureau N3O verantwoordelijk voor het oorspronkelijke laboratorium. In de wandelgangen hoorde hij dat het lab was uitgekozen als ‘donorgebouw’ voor De HER. Hij kwam in contact met Marc Verheijen, de architect vanuit de gemeente, en ze besloten samen op te trekken. Binnen het projectteam werd gegrapt: niet alleen het gebouw, maar ook de architect wordt hergebruikt.
Hier in Overschie heeft het pand een iets andere vorm gekregen: het was oorspronkelijk vierkant, nu een rechthoek. Maar het oude laboratorium blijft herkenbaar. Kenmerkend zijn de tien kubussen, waar vroeger geïsoleerde klimaatkamers zaten waarin materialen werden getest bij verschillende temperaturen. De oorspronkelijke kamers zijn verhuisd naar een ander TNO-gebouw en in het nieuwe pand vervangen door werkruimtes waar kleine ondernemers hun circulaire praktijk runnen. Elke box heeft een uniek karakter: eentje is bedekt met een soort schubben van kurk, een ander is gemaakt van wasmachinedeuren. De verschillende ideeën zijn het resultaat van een open ontwerpwedstrijd.
Modeontwerper en onderzoeker Yophi Ignacia (The Future Mode/Fashion in Flux) deelt met haar partner Albert Jan Metselaar (Studio Mets) de “Rotterdamse raampjesbox”: een lichte kubus waarvan de wanden bijna volledig gemaakt zijn van afgedankte ramen uit Rotterdamse gebouwen die gesloopt of verbouwd werden. “Sommige ramen hebben glas in lood, op anderen staan de afmetingen geschreven. Elk raam heeft een verhaal. Het is mooi om te bedenken dat elk raam ooit op een andere plek in de stad stond en ze nu allemaal samen dit boxje vormen”, vertelt Ignacia. Ze ziet een parallel met haar project Gedragen Verhalen, waarmee ze mensen wil inspireren om de verhalen achter hun kledingstukken te waarderen in plaats van telkens weer iets nieuws aan te schaffen.

De box van kunstenaar en ontwerper Kristiyan Dyankov heeft slechts één raam, maar ook een buitenmuur waar talloze weckpotjes in gemetseld zijn. “Door de dag heen verandert de lichtinval. Dat geeft een mooi effect”, zegt hij. “En ik vind het willekeurige patroon van de weckpotjes leuk.” Ook voor Dyankov resoneert de box met zijn werk: “Ik gebruik vaak patronen en ik hou ervan om de natuur en de willekeur op de stoel van de kunstenaar te zetten. Ik heb niks met perfectie.”
Materialen oogsten
Maar liefst 85% van de bouwmaterialen voor het circulair ambachtscentrum De HER is gerecycled. Voor het naastgelegen milieupark, dat bestaat uit een verhoogd platform met verschillende inleverpunten en een ‘doorgeefplein’ met een houten portierslodge en een kasdak uit Hoek van Holland, is dat zelfs 95%. Alleen het strikt noodzakelijke is vernieuwd. “De fundering is nieuw, maar dat is niet zo gek”, vertelt manager Ten Oever. “En de lift, omdat de certificaten niet meer geldig waren. We moesten vanwege de veiligheid ook nieuwe brandslangen ophangen en nieuwe elektriciteit aanleggen. Je kunt daarvan moeilijk zeggen: we nemen de oude spullen mee en pluggen het links en rechts allemaal een beetje bij elkaar.”
De overige materialen zijn door het bouwteam in alle uithoeken van het land verzameld. Of, zoals ze het zelf noemen: “geoogst”. Verweerde meerpalen uit Zeebrugge geven aan waar je je grofvuil, chemisch afval en elektrische apparaten kunt inleveren. Op deze snikhete dag zoeken de medewerkers van het milieupark schaduw in voormalige bushokjes, die ze ter verkoeling besproeien met een tuinslang. De liftschacht is bedekt met goudkleurige shingles uit een tentoonstelling van Naturalis en in een vloer zijn plastic flessendopjes verwerkt. Het gebouw en het park zitten vol met dit soort verhalen.

“Er waren veel onzekerheden bij de bouw. Als je met nieuwe materialen werkt is het proces redelijk voorspelbaar, maar bij hergebruik moet je constant bijsturen”, vertelt Ten Oever. “Voor de gemeente was dat lastig, want het was de eerste keer dat een dergelijk project werd gerealiseerd. In dit geval zaten de juiste mensen bij elkaar die het gewoon aandurfden. Dat is voor mij de essentie van een transitie: de durf om te doen, zonder dat je precies weet wat de uitkomst is.”
Veertig jaar met een wasmachine
Ook voor de medewerkers van het milieupark betekent de samenwerking met ondernemers een nieuwe manier van werken: zij hebben er een taak bij gekregen om waardevolle materialen apart te houden. De ondernemers kunnen namelijk niet zomaar door de ingeleverde spullen rommelen. Als iets eenmaal in een container is beland, is het wettelijk gezien afval, en mag het er vanwege veiligheidsredenen niet meer uit worden gehaald.
Blijf op de hoogte en abonneer je op onze Architectuurnieuwsbrief!
“Het werk is moeilijker geworden”, bevestigt een van de medewerkers die vandaag selecteert welke spullen naar kringloop Het Goed worden gebracht. Een koffiepot is te vies voor hergebruik, de legpuzzels krijgen wél een tweede leven. “Maar ik denk wel dat het belangrijk is om het zo te doen. Vroeger was het heel gewoon om veertig jaar met een wasmachine te doen, nu doen mensen hem na vijf of tien jaar weg. Dat kunnen we niet volhouden met z’n allen.”
Volgens Ten Oever is de samenwerking tussen De HER en het milieupark een belangrijk aandachtspunt. “Er is iemand van de gemeente gedetacheerd die zich hiermee bezighoudt. Dat gaat bijvoorbeeld om een opleiding voor de milieuparkmedewerkers om hun materiaalkennis te vergroten, zodat ze kunnen inschatten of een bepaalde plank hout waardevol is of niet.”

Voorlopig komen de ondernemers niets tekort. “Er komt veel meer hout binnen dan ik kan verwerken”, vertelt meubelmaker Bo van Hoorn. Met haar bedrijf Reday maakt en repareert ze houten meubels. Ik tref haar in de houtwerkplaats, waar ze samen met Dyankov picknicktafels maakt van tropisch hardhout dat overbleef na de bouw van het pand. “Er is een app waarmee je aan het milieupark kunt doorgeven wat je zoekt, maar dat is nog niet helemaal goed op elkaar afgestemd. Het werkt vaak beter om even naar buiten te lopen en te vertellen wat je zoekt”, zegt ze. “En dat is ook weer goed voor de samenwerking met de medewerkers van het milieupark.”
Reparatie en hergebruik
Het is voor iedereen wennen om op deze manier over materiaal na te denken, maar het biedt ook nieuwe kansen. Ignacia, die plannen maakt om met ingeleverd textiel te werken: “Om goed aan te kunnen geven wat de medewerkers voor je apart mogen houden, moet je eerst weten wat voor spullen er zoal worden ingeleverd. Je begint dus bij de vraag: wat is er qua materiaal beschikbaar? Veel ontwerpers zijn gewend om te beginnen bij het concept en daar materialen bij te zoeken. Ik vind het interessant om te bedenken hoe het ontwerpproces anders ingericht kan worden om circulair werken mogelijk te maken.”

De rol van De HER is voorlopig dan ook vooral om te onderzoeken wat er mogelijk is op het gebied van reparatie en hergebruik. “Mensen vragen vaak hoeveel kilo materiaal we al hebben hergebruikt”, zegt Ten Oever, “maar zo’n groot effect is er nog niet. We hebben hier twintig plekken voor ondernemers, en zij hebben allemaal twee handen.” De focus ligt nu op het leren: hoe richt je zo’n circulair systeem in? “Als we die kennis en kunde hebben, kunnen we andere milieuparken gaan betrekken.”
Vanuit de Rijksoverheid wordt gewerkt aan een Circulair Materialenplan. Deze opvolger van het oude Landelijk Afvalbeheerplan moet eind dit jaar in werking treden en benoemt specifiek de noodzaak van dit soort circulaire ambachtscentra. De HER kan daarin een voorbeeldrol spelen. “Uiteindelijk zou je willen dat buiten De HER ondernemers aansluiten, zodat de vraag toeneemt. Als je dan ook met meerdere milieuparken samenwerkt, kun je vraag en aanbod steeds beter op elkaar laten aansluiten.” In de toekomst hoopt Ten Oever op een regionaal en zelfs nationaal netwerk van milieuparken en ambachtscentra.
Terwijl hij verder droomt over een “sterk merk”, een “landelijke productielijn” en een “centrale opslag”, steekt de eerste bezoeker van de dag zijn hoofd om de deur. “Is de koffiebar nou al open?”

Elke vrijdagochtend is er van 11:00-12:00 een gratis rondleiding in De HER. Meer informatie op https://rotterdamcirculair.nl/de-her/agenda, aanmelden via [email protected]
Over het dossier Architectuurkritiek
De verleidelijke plaatjes en ronkende teksten over nieuwbouw vliegen je om de oren. Credo’s als #Makeithappen en ‘Bouwen, bouwen, bouwen’ bevestigen het stoere imago van Architectuurstad Rotterdam. Maar hoe pakken toekomstdromen uit in de praktijk? Vers Beton onderwerpt plannen en ontwerpen van vastgoedjongens en architecten aan een reality check en geeft – indien nodig – ongezouten kritiek.
Nog geen reactie — begin de discussie!