Interview
Voor de Architectuur Maand – thema: circulariteit – ontwierp Studio ACTE een ‘materialenwerf’: een gebouw waar uit sloop ‘geoogst’ bouwmaterieel kan worden opgeslagen om later hergebruikt te worden. “We zijn hergebruiken verleerd”, zegt partner Estelle Barriol in gesprek met Oscar Vaessen.

Studio ACTE werd zes jaar geleden door haar opgericht in Rotterdam na een opleiding in Frankrijk. Na een periode bij Atelier Kempe Thill en ZUS richtte ze haar eigen bureau op, waarmee ze zich naast architectuur richt op meubelontwerp, tentoonstellingen en onderzoek. In 2022 sloot architect Fanny Bordes zich aan als associate, en sindsdien is het bureau gevestigd in zowel Rotterdam als Toulouse. Een kernthema van het werk van Studio ACTE vormt de zoektocht naar een circulaire architectuur, waarbij bouwmaterialen hergebruikt worden in plaats van geproduceerd, wat veel energie en dus vervuiling kost.
“Hergebruik is niets nieuws. Maar we zijn het verleerd: we gooien materialen weg en kopen weer nieuwe”, legt Barriol uit in haar kleine kantoor vol houten maquettes in het Schieblock. Nog niet zo lang geleden bestonden vuilnisbakken en afval helemaal niet. Tot het einde van de 19e eeuw waren verzamelen, hergebruiken en transformeren onderdeel van ons dagelijks leven. Een essentiële rol hierin speelde de voddenraper, wiens beroep het was om onder meer vodden, botten en metalen te verzamelen en te sorteren. Deze werden vervolgens opnieuw gebruikt. Met de uitvinding van houtvezels en de eerste kunststoffen werd hergebruik minder aantrekkelijk, en verdween de voddenraper uit het straatbeeld.
We moeten de gebouwde omgeving heroverwegen als een opslagplaats van materialen
Ruim een eeuw later heeft de verregaande modernisering en industrialisatie ons in een nietsontziende ecologische crisis gestort. Rotterdam heeft zichzelf de ambitie gesteld om in 2050 volledig circulair te zijn, met onder andere een klimaatneutrale bouwsector. Hiermee staat ook de architectuursector voor de ingrijpende opgave zichzelf opnieuw uit te vinden.
Terwijl veel architecten bezig zijn met biobased bouwen, met ‘nieuwe’ materialen als hout, pleit Studio ACTE vooral voor het verzamelen, waarderen en hergebruiken van materialen uit gesloopte gebouwen. De architect kan een voorbeeld nemen aan het figuur van de voddenraper, stelt het bureau in haar ‘Manifest voor een architectuur van overblijfselen’: “We moeten de gebouwde omgeving heroverwegen als een opslagplaats van materialen.”
Guyaans hardhout
Een belangrijke voorwaarde voor het hergebruik van materialen is kennis over hun geschiedenis, stelt Barriol. Tijdens een bezoek aan een Rotterdamse schroothandelaar stuitten zij en haar collega op een voorraad tropisch hout uit de voormalige Guyana’s, waaronder ook Suriname viel. Geplunderde grondstoffen, die tijdens de koloniale periode naar Nederland waren gekomen en eeuwenlang voor aanlegpalen in de Rotterdamse haven zijn gebruikt. Het is hout van uitzonderlijke kwaliteit, waaruit een grote hoeveelheid kades en haveninfrastructuur is opgebouwd. Die worden nu geleidelijk vervangen, waarmee het hout beschikbaar komt voor hergebruik.
Maar hoe kun je geplunderd hout in je ontwerp verwerken?
Het bureau vindt dat de oorsprong van zulke materialen een betekenisvolle plek moet krijgen in het ontwerp. Maar hoe pak je dat aan? Een eenduidig antwoord op deze vraag is moeilijk, bleek uit het onderzoek hierover dat het bureau hielp uitvoeren. “Maar wat zeker is, is dat we ze moeten hergebruiken. Ze dragen te veel geschiedenis met zich mee om ze weg te gooien.”
Steun onafhankelijke journalistiek!
Help ons meer Rotterdamse verhalen te vertellen.
Eén optie voor architecten, stelt Barriol, is om zulke symbolen van onderdrukking niet alleen als stille getuigen ‘mee te dragen’ in ontwerpen, maar ook de bijbehorende verhalen te vertellen. Over het Guyaanse hout maakte het bureau met Paul Swagerman een korte film voor een installatie in Het Nieuwe Instituut, die in 2025 te zien was. De film gaat in op de culturele betekenis die bossen en hout voor gemeenschappen in Guyana en Suriname hebben, en hoe het materiaal door roof en industrieel gebruik is losgezongen van deze context.
Ook voor het project tijdens de Architectuurmaand wordt aan een film gewerkt, waarvan bij de openingslezing op 3 juni een korte versie vertoond zal worden. “Met films kunnen we beelden en verhalen delen: wat gebruiken we hier, waar komt het vandaan, wat was het vroeger, wie werkt ermee? We doen tegenwoordig hetzelfde met ruwe grondstoffen: we documenteren de processen en infrastructuren erachter.”
Langzaam opschalen
Studio ACTE werkt vanuit kleinschalige experimenten, met de ambitie om op termijn langzaam op te schalen. Het bureau verzamelt kennis en contacten in de gehele keten van hergebruik, van schroothandelaren tot ambachtslieden, vertelt Barriol. “Met elk project leren we wat meer over specifieke materialen en hoe ze te verwerken, waarmee we het uiteindelijk makkelijker maken voor aannemers om ermee te bouwen.” Na enkele experimentele projecten van rond de twintig vierkante meter vormt de Materialenwerf in het Keilekwartier een logische volgende stap. “Het is honderd vierkante meter, en honderd procent hergebruik, op de bouten en schroefdraad na.”
Wat als elk huis in M4H met een circulaire badkamer gebouwd wordt?
In andere projecten is minder ruimte voor experimenten; in Brussel werkt het bureau met atelier Kempe Thill aan een complex met 200 woningen en een buurthuis. Hoewel de hoofdstructuur hoofdzakelijk uit biobased materialen wordt opgetrokken, is op deze schaal werken met hergebruikte materialen lastig. “Wel proberen we componenten te introduceren waar we in kleinere projecten mee hebben gewerkt. Zo leren we het proces van hergebruik op steeds grotere schaal toe te passen.”
Een voorbeeld van zo’n op elementen gerichte aanpak is het toegepaste onderzoeksproject Anatomy of a Circular Bathroom, dat tijdens de architectuurmaand in de materialenwerf te zien zal zijn. “We stellen de vraag: wat als elk huis in M4H een circulaire badkamer heeft, uit hergebruikte materialen?” Hoewel badkamers maar zo’n vijf procent van het oppervlak van een woningproject beslaan, vereisen ze veel materialen en veel vaste componenten die makkelijk verkregen kunnen worden. “Het is een kleine ingreep, die door systemische toepassing een groot effect kan hebben.”
Verandering in de sector
Tegelijkertijd hoopt Barriol dat ook de grotere structuren op den duur circulair gebouwd kunnen worden: delen van gevels, bekleding, funderingen. Misschien kunnen we op een dag zelfs aan circulaire hoogbouw denken. Hiervoor is wel verandering nodig in de dynamiek van de bouwsector. “De huidige infrastructuur voor hergebruik is gebaseerd op websites en informele contacten. Er zijn initiatieven en experimenten, maar we missen plekken in steden die kennis kunnen verzamelen en delen, kunnen experimenteren en materialen kunnen opslaan. Er is meer kennis nodig: bij de ontwikkelaar die wil renoveren, de aannemer die met het materiaal moet bouwen, de ingenieur die moet beoordelen of een balk nog gebruikt kan worden.”
We missen plekken in steden die kennis kunnen verzamelen en delen, kunnen experimenteren en materialen kunnen opslaan.
Nederland loopt, wat betreft overheidsinitiatief, achter op andere Europese landen. “In Nederland zijn de publieke initiatieven vooral gericht op de publieke ruimte. Er is een redelijk grote privésector waarin materialen tussen slopers en aannemers worden verhandeld, maar ontwerpers zijn hier vaak niet van op de hoogte”, zegt Barriol. Een fantastisch voorbeeld vindt ze Les Grands Ateliers in de buurt van Lyon, een door de Franse staat gesponsord laboratorium voor duurzaam bouwen. Studenten en professionals kunnen er ontwerpen, bouwen en experimenteren. “Het is twintig jaar geleden opgericht, en nu is er geen dag dat er niets gebeurt. Er is echt enthousiasme om te leren over nieuwe technieken en materialen. Het laat zien dat we moeten investeren in zulke modellen, om de kennis voor transitie te creëren.”

Ook in en rondom Rotterdam is er nog een wereld te winnen voor herbruikbare materialen, stelt Barriol. In de haven liggen grote hoeveelheden maritieme infrastructuur, waaronder de aanlegpalen van Guyaans hout. En de kassen van het Westland bieden op den duur een enorme hoeveelheid kunststoffen, metalen en textiel. Barriol: “Het is bijzonder materiaal, heel licht. Er valt veel mee te bedenken: thermische toepassingen, tijdelijke gebouwen, tuinhuisjes. Er is veel mogelijk; er komen duizenden vierkante meters plastic beschikbaar. We leven in een tijd waarin we geen plastic meer zouden moeten weggooien, en eigenlijk zelfs helemaal geen nieuw plastic meer zouden moeten maken.”
Repareerworkshops
De materialenwerf in het Keilekwartier bestaat, zoals gezegd, uit nagenoeg alleen hergebruikt materiaal. Het dak wordt overspannen met zeil van Rotterdamse vrachtwagens, en de palen van Guyaans hardhout uit de haven worden als steunpalen gebruikt. Panelen van het nieuwe materiaal CLT, overblijfselen uit de bouw, worden gebruikt als profiel. En verschillende metalen van industrieel afval, bewerkt door een partner in België, worden gebruikt voor dakgoten en profielen. Zo wordt het gebouw een fysieke manifestatie van Studio ACTE’s zoektocht naar circulariteit. “Elk materiaal heeft zijn verhaal, en is op een manier een antwoord op een vraag over hergebruik.”
Het gebouw krijgt geen commerciële functie, maar zal functioneren als publieke ruimte, met een tentoonstelling en ruimte voor programma’s en workshops. Barriol: “Er zullen wat componenten tentoongesteld worden die makkelijk te hergebruiken zijn: wastafels, tegels, ramen, deuren. En, om de grotere schaal te verbeelden: kruislaaghout, stukken steen uit voetpaden, gewapende betonbalken, tegels, staalplaten.”
In M4H gaat gebouwd worden. Als we zeggen dat we het circulair willen, hoe gaan we dat dan doen?
Het programma bestaat onder andere uit workshops over reparatie en hergebruik, over bijvoorbeeld het omtoveren van kabelgoten tot interieurobjecten, en het veranderen van aarde in bouwmateriaal. In het naastgelegen Keilepand is de hoofdtentoonstelling van de Rotterdam Architectuur Maand te zien, waarin de rol van gemeenschappen en collectieve organisatie rondom circulaire gebiedsontwikkeling centraal staat.
Uiteindelijk hoopt Barriol dat het project zal leiden tot een permanente circulaire hub voor Rotterdam, met een centrale rol in het herverdelen van ‘geoogste’ bouwmaterialen. Zover is het helaas nog niet. “We hopen dat de materialenwerf een vehikel kan worden voor discussie over hergebruik, door de al gedane experimenten te tonen. Wat nu het belangrijkst is, is niet het creëren van een ruimte waar we materialen kunnen verhandelen, maar simpelweg het definiëren wat voor infrastructuur er nodig is. Niet alleen voor Rotterdam, maar ook voor een wijk. In M4H gaat gebouwd worden. Wat als we zeggen: we willen zoveel huizen en zoveel kantoren, en we willen het circulair. Hoe gaan we dat dan doen?”
De Test Site Materialenwerf is vanaf woensdag 3 juni een maand lang openbaar toegankelijk. Ter gelegenheid van de opening van de Rotterdam Architectuur Maand geeft Estelle Barriol op 3 juni een lezing in het Keilepand. De hele maand juni zijn er programma’s in de stad: zie hier de agenda.
Mede mogelijk gemaakt door
Dit dossier is mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. Deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel.
Wil je meer lezen Rotterdamse architectuur?
Schrijf je in voor de maandelijkse architectuur nieuwsbrief van Vers Beton!
Nog geen reactie — begin de discussie!